Een kleine sluipwesp moet een van de zeldzaamste vogels ter wereld van uitsterven redden. Het gaat om de vogelsoort Wilkins' gors, die alleen voorkomt op het eiland Nightingale in de Zuidelijke Atlantische Oceaan.
De vogel wordt extreem bedreigd: in 2019 waren er nog maar 120 broedparen op Nightingale. Dat eiland maakt deel uit van 's werelds meest afgelegen bewoonde archipel.
In dat jaar werd het eiland geteisterd door flinke stormen. Daardoor ging 80 procent van de bossen verloren, schrijft The Guardian.
Wetenschappers wilden de Wilkins' gors redden. De kleine, gele vogel leeft van vruchten van inheemse bomen op het eiland. Daar zat ook de oplossing, want de bomen zijn ziek.
Daar komen de sluipwespen van pas. De wespen die zijn uitgezet op Nightingale eten schildluizen die schimmel veroorzaken. Deze luizen kwamen via de mens op het eiland terecht.
De schildluizen scheiden honingdauw uit, wat de groei van schimmel bevordert. Die schimmels maken de bomen waarvan de Wilkins' gors leeft ziek en uiteindelijk dood.
De wespen reisden vanuit Londen naar Kaapstad in een koeltas. Daarna volgde een boottocht van een week naar Tristan da Cunha en daarna verder naar Nightingale. Vanwege de lage temperaturen overleefde slechts 10 procent van de wespen de reis. Toch wist de sluipwesp zich te vestigen op het eiland.
Onderzoekers schatten dat er van de Wilkins' gors nu zo'n zestig tot negentig paren op het eiland zijn. De populatie is dus afgenomen, maar het bos heeft zich hersteld sinds de wespen zijn vrijgelaten.
Daarbij is ook een boomkwekerij opgezet op het eiland. Daarmee wordt het aantal bomen vergroot.
Het aantal Wilkins' gorsen zal zich volgens de wetenschappers naar verwachting "de komende jaren herstellen".
Source: Nu.nl algemeen