De grootste wetenschapsprijzen gaan opvallend vaak naar mannen, maar daar lijkt voorzichtig verandering te komen.
‘Zij die het afgelopen jaar de grootste bijdrage leverden aan de mensheid.’ Zo gaf uitvinder en zakenman Alfred Nobel in zijn testament ooit het startschot voor de Nobelprijzen.
De prijzen gaan sinds 1901 naar de vakgebieden waar Nobel de meeste affiniteit mee had: geneeskunde, natuurkunde, scheikunde, literatuur en vrede. In 1969 werd daar ook economie aan toegevoegd. Winnaars ontvangen eeuwige roem en 966 duizend euro.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Hoewel er sindsdien tal van nieuwe wetenschapsprijzen bij zijn gekomen, soms zelfs met een hoger geldbedrag voor laureaten, blijft de Nobelprijs gelden als de prijs der prijzen. Het is zo’n prijs die ook mensen buiten het eigen vakgebied direct in hoog aanzien hebben staan.
Wie er op het schild wordt gehesen en wie niet, is voor buitenstaanders een ondoorzichtig proces. Verslagen van Nobelcommissies blijven vijftig jaar lang geheim. Wel is duidelijk Nobelprijzen veel vaker naar mannen dan naar vrouwen gaan. Neem de Nobelprijs voor de Natuurkunde, waarvan de ontvangers dinsdag bekend zullen worden. Die eer ging 225 keer naar een man, slechts 5 keer naar een vrouw.
Deels is dat verklaarbaar. De Nobelprijzen grijpen vaak terug op ontdekkingen uit een tijd dat mannen de wetenschap domineerden. Maar het Nobelcomité zag ook regelmatig vrouwen over het hoofd die de prijs echt wel hadden verdiend.
Bekend voorbeeld is de Britse sterrenkundige Bell Burnell, die de pulsar (een snel ronddraaiend overblijfsel van een ontplofte ster) ontdekte. Uiteindelijk was het haar mannelijke begeleider die de Nobelprijs kreeg.
Om vrouwelijk talent niet over het hoofd te zien, voerde de Nobelorganisatie de afgelopen jaren een aantal wijzigingen door. In de oproep die wetenschappers ontvangen om vakgenoten te nomineren staat nu expliciet het verzoek te letten op diversiteit in geslacht, land van herkomst en onderwerp. Ook mogen wetenschappers nu drie ontdekkingen aandragen in plaats van één. Het idee daarachter is ook dat dit leidt tot een grotere diversiteit.
Nog zo’n doorgevoerde verandering: meer vrouwen op de lijst met nominerende wetenschappers, om zo het old boys network te doorbreken.
Toch liggen er nog onbenutte kansen. Zoals het letterlijker opvolgen van het testament van Alfred Nobel. Die wilde dat de prijzen zouden gaan naar mensen die ‘het afgelopen jaar’ een belangrijke bijdrage voor de mensheid leverde.
In de wetenschap is dat wel een érg ambitieuze opdracht. Pas na een aantal jaar blijkt of er bij een ontdekking daadwerkelijk sprake is van een revolutie. Maar naar iets recentere vondsten kijken dan nu het geval is, zou verfrissende uitkomsten kunnen opleveren.
Zo ging de geneeskundeprijs maandag naar twee wetenschappers die weliswaar absoluut baanbrekend werk deden op het gebied van micro-RNA, een soort regelaartjes in cellen. Maar de prijs ging wel naar een ontdekking uit 1993. En weer naar twee mannen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant