Home

De rechts-populistische FPÖ met Jörg Haider joeg Europa dertig jaar geleden veel schrik aan

De uiterst rechtse partij FPÖ werd vorige week de grootste bij de Oostenrijkse verkiezingen. Een kwart eeuw geleden gaf Jörg Haider de aftrap voor het rechts-populisme in Oostenrijk én daarbuiten. Een groot gevaar, vond de rest van de wereld.

‘Hoe gevaarlijk is deze man voor Europa?’, vroeg het Amerikaanse opinieweekblad Time zich af nadat rechts-nationalistische politicus Jörg Haider (1950-2008) ruim een kwart van de stemmen had vergaard bij de Oostenrijkse parlementsverkiezingen van 3 oktober 1999. Het vraagteken had louter een cosmetische functie, want hij werd héél gevaarlijk geacht. En dat odium kleeft hem, als wegbereider van populisten elders in Europa, nog steeds aan. Onlangs werd Haider door het Historisch Nieuwsblad aangemerkt als ‘misschien wel de invloedrijkste Oostenrijker sinds Adolf Hitler’. Haider zelf liet zich erop voorstaan het rechts-populisme salonfähig te hebben gemaakt.

Naar de maatstaven van 1999 nam hij buitenissige standpunten in. Hij hekelde het, naar zijn mening, te soepele asielbeleid van Oostenrijk. Hij pleitte voor een versobering van de sociale voorzieningen voor burgers met een migratieachtergrond. Minaretten zouden detoneren in het Alpenlandschap. Hij prees het economisch beleid van Adolf Hitler. En hij meende dat het met de boetedoening voor het naziverleden onderhand maar eens over moest zijn (al was Oostenrijk daarin beduidend minder bedreven dan Duitsland).

Voorvaderen

‘Een volk dat zijn voorvaderen niet eert, is gedoemd ten onder te gaan’, zei hij voor een gehoor van oud-SS’ers. Het electoraat beloonde hem voor dit soort uitspraken. Bij de verkiezingen van 1999 ging 26,9 procent van de stemmen naar zijn naar zijn FPÖ, slechts een fractie minder dan de eeuwige regeringspartij ÖVP, en zes procentpunten minder dan de sociaaldemocratische SPÖ, de grootste partij in de Nationalrat, de Oostenrijkse Tweede Kamer.

In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.

Bij de verkiezingen van vorige maand werd de FPÖ met 28,9 procent van de stemmen de grootste in het Oostenrijkse parlement. De huidige partijleider, Herbert Kickl, heeft weliswaar niet het charisma dat Haider werd toegedicht, maar hij laat zijn verre voorganger in radicalisme achter zich. Toch lijkt Europa alweer bekomen van de schrik die zijn stembuszege van 29 september teweeg bracht. Terwijl regeringsdeelname van de FPÖ, gezien de verkiezingsuitslag, nu waarschijnlijker is dan in 1999.

Destijds lag het niet voor de hand dat de FPÖ, als derde partij, tot de nieuwe regering zou toetreden. Maar toen de SPÖ geen meerderheidscoalitie kon vormen, sloot de conservatieve middenpartij ÖVP in februari 2000 een verstandshuwelijk met de FPÖ. Haider trad zelf weliswaar niet toe tot deze coalitie, maar hij werd wel aangemerkt als de eigenlijke machthebber – een constructie die lijkt op die van het kabinet-Schoof.

Er werd een grote symbolische betekenis toegekend aan het feit dat Haider de Porsche bestuurde waarmee hij zich met bondskanselier Wolfgang Schüssel (ÖVP) na een persconferentie herwaarts spoedde.

Verplichtingen jegens EU

Binnen en – met name – buiten Oostenrijk werd massaal tegen hun regering gedemonstreerd. De Europese partners van Oostenrijk – pas sinds 1995 lid van de EU – gingen contacten op ministerieel niveau uit de weg. Prins Charles zegde een voorgenomen bezoek aan een Weense handelsbeurs af. De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Robin Cook, liet weten (o, ironie) er scherp op toe te zullen zien dat Oostenrijk zijn verplichtingen jegens de EU zou nakomen. Het land werd, als toeristische bestemming, in de ban gedaan. Zij het niet door iedereen: koningin Beatrix weerstond de druk om af te zien van haar jaarlijkse wintersportvakantie in Lech.

In de vrije rol die hij zichzelf had toebedeeld, fulmineerde Haider opgewekt tegen Europese ministers en staatshoofden zoals de Franse president Chirac en bezocht hij de dictators van Libië en Irak, Moammar Gaddafi en Saddam Hoessein (of een van diens dubbelgangers). Maar twee jaar na haar formatie ging ‘de regering-Haider’ aan interne ruzies en richtingenstrijd binnen de FPÖ ten onder. Bij de daarop volgende verkiezingen verloor de FPÖ fors, en werd ze tot junior-partner gedegradeerd in een nieuwe coalitie met de ÖVP (de grote winnaar).

Ontbindingsproces

De Volkskrant sloeg het ontbindingsproces van Haiders partij met een merkbaar genoegen gade. Nog voordat in Nederland een kabinet met een enigszins vergelijkbare signatuur ten val was gekomen (het kabinet Balkenende I met CDA, LPF en VVD), stelde de krant vast ‘dat het rechts-populisme in deze landen geen grote, bestendige factor van betekenis is gebleken in de politiek’.

De krant durfde echter niet uit te sluiten dat ‘een nieuwe Fortuyn of Haider’ het electoraat in de toekomst weer zou kunnen mobiliseren. ‘De immigratie- en integratieproblematiek zijn immers voorlopig niet uit de wereld.’ Het afscheid van Haider zelf was echter niet voorbarig: hij kwam in oktober 2008 om bij een verkeersongeval.

Source: Volkskrant

Previous

Next