Home

Stadsarchief Amsterdam komt blinde vlekken onder ogen met ‘Al die Amsterdamse mensen, Foto’s 1970-1990’

In twee exposities in Amsterdam wordt de naoorlogse periode in de Nederlandse fotografie belicht. De dominante stemmen van figuren als Paul Huf en Ed van der Elsken krijgen steeds meer gezelschap.

Hoe zal het zijn gegaan? De fotograaf loopt over straat, in Amsterdam, zoals zo vaak. Hij weet niet waarnaar hij zoekt. Ja, naar beweging, naar actie, naar mensen die geamuseerd poseren, in een reactie op de man met de camera, die bepaald geen vlieg op de muur is. Hij is een luidruchtig aanwezige chroniqueur van het stadsleven, van Amsterdam tot Parijs tot Tokio.

Zou hij die brommer eerst gehoord hebben, voordat hij de ‘vrouw met kind op brommer’ zag en zijn camera naar zijn oog bracht? Het kind lijkt hem op te merken, sabbelend op zijn hand, maar de vrouw, met die opvallend niet-elegante helm heeft wel wat anders aan haar hoofd, op weg door de zomerse stad. We zijn hier vermoedelijk in de tweede helft van de jaren zeventig. En van alle dingen die vrouw en kind niet konden weten op die dag, is het feit dat dit alledaagse moment zo’n vijftig jaar later het beeldmerk van een grote fototentoonstelling zou worden misschien wel het wonderlijkste.

Over de auteur
Mark Moorman is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over films, series, fotografie en populaire cultuur.

De fotograaf is Ed van der Elsken en de expositie in Stadsarchief Amsterdam heet Al die Amsterdamse mensen, Foto’s 1970-1990. Het is een vervolg op de gelijknamige tentoonstelling uit 2022 die de periode 1935-1975 besloeg. De tentoonstelling is te zien tot eind januari 2025, het jaar waarin Van der Elsken honderd jaar geleden werd geboren – hij overleed in 1990, niet voor niets de einddatum van de expositie.

Beeldrijm

Vijf minuten van het Stadsarchief, in Foam aan de Keizersgracht, wordt in de gelijktijdig lopende tentoonstelling Golden Years het eeuwfeest gevierd van Van der Elskens generatiegenoot Paul Huf, geboren in 1924 (en overleden in 2002). Zijn we op zoek naar beeldrijm met ‘vrouw op brommer’ als de foto van twee vrouwen op de fiets meteen opvalt, waarbij de fotograaf zich uitsluitend op de elegant gevouwen benen richt?

Claartje van Dijk, de curator van Golden Years wijst er op dat Huf hier weliswaar de stijl van een straatfotograaf leent, maar dat de foto van de twee fietsende vrouwen de aandacht op de schoenen moet richten. Het is een reclamefoto voor het schoenenmerk Queenies, die nog maar eens aantoont dat Huf graag een zekere klasse toevoegde aan reclamefotografie, of dat nu de vliegreizen van de KLM, klassieke muziek van het platenlabel van Philips, de schoenen van Queenie of het bier van Grolsch was.

Paul Huf en Ed van der Elsken behoren tot de invloedrijkste fotografen van hun tijd, al bevinden ze zich aan beide uitersten van een spectrum, waarbij Huf de pionier was van opdracht-, reclame -en modefotografie, en Van der Elsken de kunstfotografie naar een voor Nederland nieuw niveau tilde, terwijl hij tegelijk de grote aanjager en vernieuwer was van het fotoboek als volwaardig medium. Beide mannen waren op hun eigen wijze gisse zakenmannen, en duwden de Nederlandse fotowereld een heel eind de professionele kant op.

Hofleveranciers

Hun wegen kruisen elkaar al in 1955 als Huf een stemmig portret schiet van de jonge kunstenaar Van der Elsken die achteroverliggend een trek van een sigaret neemt. Samen met onder meer Eddy Posthuma de Boer (1931-2021) zijn Huf en Van der Elsken de hofleveranciers van de klassieke Nederlandse glossy Avenue, een tijdschrift dat vanaf de oprichting in 1965 de beste Nederlandse fotografen en schrijvers koppelde en ze op wereldwijde avonturen stuurde.

In Foam ligt de dummy van Avenue uit 1965 met een door Huf geschoten cover, die het blad als Nederlandse tegenhanger van de Vogue moet neerzetten. En om de ambitie van het tijdschrift te ondersteunen vertrok Huf in de winter van 1965-’66 naar Moskou voor een modereportage. Hij schoot op het besneeuwde Rode Plein en in het Sojoez Ruimtevaart Paviljoen, alsof we ons niet midden in de Koude Oorlog bevonden. Zestig jaar na dato springt deze reportage nog altijd in het oog als een van de spectaculairste uit de Nederlandse foto- én modegeschiedenis.

Als Van der Elsken in de jaren vijftig de aanloop neemt naar zijn verslag van het bohemièn leven in Parijs in het baanbrekende boek Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain-des-Près (1956), is Huf de man die in zijn Amsterdamse studio in opdracht van het platenlabel van Philips de hoezen fotografeert voor de nieuwe serie Philips Favourite Music. Waarmee hij en passant het Britse model Ann Pickford beroemd maakt; de inspiratiebron voor de Annie MG-classic Hoezepoes, gezongen door Conny Stuart: ‘Die platenindustrie weet van wanten/ geen mens koopt nog een symfonie zonder mooie tante.’ Foam heeft een hele wand ingericht met de beroemde platenhoezen, bijna een overdosis aan hypergestileerde jaren vijftig Huf-stijlbloempjes, een radicaal afscheid van de monotone productie-info die eerdere hoezen kenmerkte.

Blinde hoek

Paul Huf en Ed van der Elsken waren een soort dubbelkoppig monster dat nog altijd onze blik op de jaren vijftig tot met tachtig lijkt te domineren, van het uit de heup geschoten straatleven en het intens persoonlijke werk van Van der Elsken tot aan de elegante opdrachtfotografie van Huf, als de yin en yang van de tijdsgeest. Twee monumentale reputaties in het Nederlandse fotografielandschap, die ook de vraag opwerpt: wat lieten ze liggen? Wat was hun blinde hoek?

Misschien is daarom de expositie in het Stadsarchief Amsterdam zo interessant, een ‘eerbetoon aan de diversiteit en complexiteit van het Amsterdamse leven’ en ook ‘een uitnodiging van de stad opnieuw te ontdekken’. Voor de expositie Al die Amsterdamse mensen, Foto’s 1970-1990 werkte het Stadsarchief met een groep gastcuratoren, onder wie Warda El-Kaddouri, literatuurwetenschapper en curator dekoloniseren aan de Universiteit van Gent.

In 2022 liep zij op uitnodiging van het Stadsarchief mee met de organisatie en schreef ze het essay Vergeet ons niet - Over diversiteit en inclusie bij het Stadsarchief Amsterdam. El-Kaddouri onderzocht in de jaren daarvoor de geschiedenis van de Marokkaanse arbeidsmigratie naar Nederland en kreeg sterk het gevoel dat verhalen daarover, in woord en beeld, ondervertegenwoordigd waren in de Nederlandse archieven.

Het onderzoek had ook een persoonlijke drijfveer, omdat haar grootmoeder, geëmigreerd als vrouw van een Marokkaanse gastarbeider, de diagnose alzheimer had gekregen. El-Kaddouri realiseerde zich dat niet alleen haar familiegeschiedenis, maar ook een weinig gedocumenteerd deel van de Nederlandse geschiedenis aan het verdwijnen was.

Achteloosheid

In haar essay, dat de leidraad van de tentoonstelling zou gaan vormen, legde ze bloot dat de migratiegeschiedenis er niet alleen bekaaid vanaf kwam bij het Stadsarchief, maar dat er ook een achteloosheid was geslopen in de beschrijvingen van de foto’s in het archief. Met als treffende (recente) voorbeelden bijschriften over anonieme voorbijgangers in Amsterdam die ‘Marokkaanse jongens’ of ‘een Afrikaanse vrouw’ worden genoemd, zonder enige toelichting over hun identiteit of geboorteland, met de kennelijk ingeslepen aanname dat de mensen op de foto niet in categorie ‘Nederlanders’ pasten.

Het grootste deel van de expositie komt uit het eigen archief dat jaarlijks wordt aangevuld met drie series die zijn gemaakt in opdracht van het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Iedere fotograaf krijgt een thema mee, met als algemene opdracht ‘het leven in Amsterdam vast te leggen en voor latere generaties te bewaren’. En zoals dat gaat met documentaire fotografie: het heeft de neiging in waarde toe te nemen naarmate de tijd verstrijkt, hoe alledaags het thema misschien ooit heeft geleken.

In 1982 trok Michel Pellanders langs een aantal grote kantoren van Amsterdam om het thema ‘Kantoorwerk’ vast te leggen, ergens op het moment dat automatisering en computers serieus hun intrede deden, terwijl tegelijk de hiërarchie op de werkvloer nog jaren vijftig-trekjes vertoonde. De koffie wordt nog rondgebracht alsof we in een aflevering van Mad Men zijn beland. In een publicatie van het Stadsarchief kom je via een qr-code bij een aantal extra verhalen waarin fotografen of mensen op de foto’s geïnterviewd worden.

Bij een foto van een sigaarrokende man die zonder op te kijken een map geeft aan een benauwd kijkende jonge vrouw die koffie serveert, vertelt Pellanders: ‘Er kwamen nooit fotografen in die gebouwen. Na 5 minuten vergaten mensen dat je daar was.’ En zo legde hij de werkrituelen vast bij uitgeverij Elsevier in Rivierstaete aan de Amstel, dat bij de bouw in 1973 het grootste kantoorgebouw van Europa was. De man op de foto, in de top van het bedrijf, probeerde nog de publicatie van de foto te voorkomen door te dreigen met een gang naar de rechter. Hij voelde wellicht dat er in 1982 al een andere wind aan het waaien was en dat hij hier wel heel kil werd neergezet.

Collectief geheugen

Naast Pellanders is er onder meer werk te zien van André Bogaerts (‘Mensen in beroepskleding’, 1982-1983), Jan Bogaerts (‘Reizigers in de stad’, 1987-1988), Cor Jaring (‘Havenarbeid’, 1960-1977), Maurice Boyer (‘Protest tegen leegstand en speculatie’, 1979-1980), Eddy Posthuma de Boer (‘Indische Buurt’, 1977). Er zitten genoeg klassiekers bij, beelden die onderdeel van ons collectief geheugen aan het tijdperk zijn geworden, met de foto’s van Van der Elsken voorop.

En dan loop je opeens aan tegen de serie ‘Chinezen in Amsterdam’, die in 1982 werd gemaakt door Milly Low, met de schitterende foto van een oudere heer in een Chinees interieur. ‘De heer Kan Kit geportretteerd in zijn woning aan de Geldersekade na zijn pensioen’, luidt het onderschrift.

Het Stadsarchief Amsterdam geeft in de expositie commentaar op de eigen collectievorming met twee series die van buiten komen. Hennie Henriët (1926-2009) fotografeerde in 1977-1978 de lesbisch-feministische beweging, met beelden van een protest waar een spandoek tegen ‘penisterreur’ wordt meegedragen. En van de in mei overleden Bertien van Manen is de serie ‘Vrouwen te gast’ te zien, eerder gepubliceerd in haar gelijknamige eerste fotoboek uit 1979, met portretten van vrouwelijke arbeidsmigranten en vrouwen die in het kader van gezinshereniging naar Nederland kwamen.

Het was dit fotoboek dat voor fotograaf Çiğdem Yüksel, een van de gastcuratoren in Amsterdam, de aanleiding was voor haar eigen boek en expo Je moet eens weten - De eerste generatie vrouwen uit Turkije in Nederland die momenteel in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam te zien is.

Herhalende geschiedenis

Voor Warda El-Kaddouri geeft de tentoonstelling een indruk van de zich altijd herhalende geschiedenis, met een voortdurende strijd om gehoord te worden in de zoektocht naar rechtvaardigheid. En als je verhaal nog niet is verteld, dan moet je het zelf doen. In de taal van deze tijd: controle nemen over je eigen narratief.

Het Stadsarchief neemt deze ambitie serieus met een driedelige podcast van onder meer El-Kaddouri en Loulou Kokkedee, gebaseerd op een fotoreeks van Koen Wessing, die in 1975 de bewoners van pension De Tijdgeest (zo heette het inderdaad!) in de Amsterdamse Jordaan portretteerde. Honderdtachtig mannen in kleine kamertjes en doorgezakte bedden, in wat rustig een slooppand genoemd kon worden. Wie waren de mannen op de foto’s, en wat was hun verhaal? Vragen die tot verbazing van El-Kaddouri, die een grootvader had die in een dergelijk pension woonde, nooit gesteld waren.

Een geruchtmakende rechtszaak leidde tot meer aandacht voor dergelijke misstanden en uiteindelijk tot sloop van het pand in 1978. Vijftig jaar na de foto’s van Koen Wessing in de Egelantierstraat gingen El-Kaddouri en Kokkedee op zoek naar sporen van het pension, door een krant halverwege de jaren zeventig een ‘verbijsterend mensenpakhuis’ genoemd. Wat ze op zijn minst bewijzen is dat je een verhaal kan vastleggen in een archief, maar dat het daarmee nog niet af is.

In de entree van de expositie hangt de nog altijd ontroerende serie ‘Kinderen in de grote stad’ uit 1989 van Esther Kroon, een van de grote talenten van haar generatie, die in 1992 op 25-jarige leeftijd bij een roofoverval in Guatemala werd doodgeschoten.

Het Stadsarchief sprak de in 1989 2-jarige Stije van der Beek, een van de aanvankelijk anonieme kinderen op de foto’s. In de herinnering van de moeder van Stije aan deze foto, duikt de jonge fotograaf Esther op: ‘Een klein meisje met een enorme bos haar en een gigantische camera met een grote lens.’ Stije, die werd vastgelegd in het pierenbadje van het Vondelpark studeerde later, net als Kroon, fotografie aan de Haagse kunstacademie. Ze ging zich toeleggen op kinderfotografie. Alsof de ontmoeting met de fotograaf in het park haar lot had bepaald.

Paul Huf - Golden Years, t/m 2 februari, Foam Amsterdam
Al die Amsterdamse mensen, Foto’s 1970-1990, t/m 26 januari, Stadsarchief Amsterdam

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next