Op de hoek van de straat staat een vuilniscontainer. Die is vaak ‘vol’, dat wil zeggen: hij líjkt vol omdat de klep niet meer open of dicht kan. De oorzaak is meestal een klem zittend voorwerp, groot ( slordig opgevouwen kartonnen doos, buitenmodel divankussen) of grillig van vorm ( vishengel, uitgebloeide bos zonnebloemen). Ook nu weer stond ik, met een zware vuilniszak vol koffiedik, kippenbotten, preiloof en kattenbakgrind naast de container, die met een uitgestreken gezicht beweerde ‘vol’ te zitten.
Ja, dat kennen we, maar ik ben een ervaren vuilnisfluisteraar, dus ik greep de klep van die bak bij zijn metalen lurf en gaf er een serie ritmische rukjes aan. Met succes: de bak spuugde een schilderij uit, licht verbogen door mijn gewrik, maar toch, een schilderij. Olieverf op doek, zeegroen, met strakke kleurvlakjes en dynamische diagonalen. Het deed, met zijn abstracte suggestie van mechanische levendigheid, enorm aan Kandinsky denken.
Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
Ach ja, Kandinsky. Toen ik student was, in de jaren tachtig, werd er kwistig met hem gedweept, vooral door pretentieuze meisjes, die rondliepen met diens Kruisende lijnen, Compositie 7 of Dominante curve op een voddig linnen tasje gedrukt. Ik kende zelfs een kat die Kandinsky heette, roepnaam Dinkie, maar ja, mijn eigen toenmalige kat heette Octavio Puz, roepnaam Puz. Barre tijden.
Ik bekeek het schilderij en dacht aan het nieuws, onlangs, dat een Italiaanse schroothandelaar, zonder het te weten, al zestig jaar een Picasso aan zijn muur had hangen. Die bleek 6 miljoen waard. Misschien had ik nu ook eens mazzel? Dat zou wel goed uitkomen, want mijn huis moet worden opgeknapt en zoiets kost klauwen met geld.
Ik draaide het schilderij om. ‘Voor mama, van Merel, kerstmis 2021’ stond er op de achterkant, in de keurige, ronde letters van een 14-jarig meisje. Ach gos, die Merel. Ze had zo haar best gedaan op dat schilderij. Wie had het, amper drie jaar later, zo ruw afgedankt?
Nee, niet haar moeder, natuurlijk. Die had het juist zo trots boven de piano gehangen. Maar Mereltje groeide op en was zich gaan schamen voor die ‘kinderachtige’ prent, eerst een beetje en toen heel erg. Inmiddels dweepte ze trouwens met Frida Kahlo (al zou zelf zelf nóóit met zulke wenkbrauwen durven lopen, wel cool van Frida, maar nee). Ze had haar ‘Kandinsky’, in een onbewaakt moment van de muur gelicht en zélf in die bak gepropt, met brandende wangen. (‘Kind, wat heb je gedáán?’)
Ik schoof het schilderij terug in de vuilnisbak en hoorde het op de bodem ploffen. Geen 6 miljoen voor mij.
Nee, die verbouwing kan op de lange baan. Ook wel lekker rustig.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant