Home

Johan Neeskens (1951-2024), een strijder uit duizenden

Als voetballer was hij een spijkerharde soldaat die zichzelf niet spaarde. De laatste twintig jaar werkte Johan Neeskens als opleider van trainers in opkomende landen. In Algerije stierf de oud-international in het harnas, tussen de jonge trainers.

De blonde, wapperende haren, tomeloze inzet en, vooral, de onverschrokkenheid: in de hoogtijjaren van het Nederlandse voetbal was Johan Neeskens een strijder uit duizenden. ‘Pijn interesseerde mij niets. Als je kunt blijven lopen, kun je ook voetballen.’

Dat zei hij in 2017 in het AD, op een van de spaarzame momenten dat hij zich de publiciteit weer eens liet welgevallen. Er werd een boek over hem gepresenteerd met een sterke, dubbelzinnige titel: Johan Neeskens, wereldvoetballer. In het veld stond voetbal voor hem gelijk aan overleven, zei hij bij die gelegenheid ook.

Opleider in het buitenland

Zondag overleed hij in Algerije, hij was 73. Neeskens verbleef in Afrika namens WorldCoaches, een opleidingsinstituut van de KNVB. Als trainer werkte hij de afgelopen twintig jaar het liefst in de schaduw en bij voorkeur buiten Nederland, als opleider. Tijdens een opleidingskamp voor trainers in Algerije de afgelopen dagen werd Neeskens onwel. Medische hulp mocht niet baten.

Neeskens had een groot hart voor anderen. In het jaar dat hij 50 werd, richtte hij een stichting op om kinderen met een beperking zo veel mogelijk met sport in aanraking te brengen.

Als lid van de gouden generatie die in de jaren zeventig wereldwijd excelleerde, was Neeskens de onbaatzuchtige dienaar met het grote inzicht, een middenvelder die twee succesvolle elftallen op zijn schouders nam. ‘De Nees’ was de machinekamer van drievoudig Europa Cup-winnaar Ajax en tweevoudig WK-finalist Oranje, en daarnaast de bescheidenheid zelve.

Secondant van Johan Cruijff

Bij Ajax werd hij als schuchtere jongen opgevangen door Sjaak Swart en groeide hij uit tot een van de secondanten van Johan Cruijff. In Amsterdam legde hij de basis voor een loopbaan van internationale allure.

Niet Ajax bekoorde hem het meest, zei hij later desondanks, maar Barcelona, de club waar hij vooral na het vertrek van Cruijff ontbolsterde. In Camp Nou stak Johan Segundo de eerste Johan zelfs naar de kroon, zeker qua populariteit, en werd de jongen uit Heemstede een wereldburger.

Als assistent van eerst Guus Hiddink en later Frank Rijkaard speelde hij eind jaren negentig een voorname rol bij het Nederlands elftal. Als eerste man bij NEC hield hij het bijna vier jaar vol, maar hij zal vooral worden herinnerd als voetballer: als de spijkerharde soldaat op het middenveld die zichzelf geen tel spaarde.

Hij was meer dan dat, bleek onder meer in 49 interlands. Op een lijst van de beste Nederlandse voetballers uit de geschiedenis heeft hij een plaats in de top-10. De bijbehorende status zei hem niets, daar ging het hem niet om. ‘Ik ben blij dat ik van voetbal mijn beroep heb kunnen maken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next