Van Luv’ tot Peter Koelewijn, van Mouth & MacNeal tot Ramses Shaffy: de maandag op 79-jarige leeftijd overleden producent, componist en tekstdichter Hans van Hemert bouwde aan een oeuvre zonder rode draad. Hij groeide op in pleeggezinnen; muziek werd zijn vluchtheuvel.
Hans van Hemert was al ruim tien jaar lang een koning van de commerciële popmuziek van Nederlandse bodem toen hij in 1981 in de verdediging werd gedwongen. ‘De man van het publieksgerichte plaatproduct’, noemde het Nieuwsblad van het Noorden hem, onderkoeld en een tikje uitdagend. In De Tijd was hij al eens neerbuigend omschreven als een ‘producer met de smaak van het grote publiek’.
Paul Onkenhout is verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over media en muziek.
Poprecensenten oordeelden meedogenloos over het oeuvre, ‘wegwerpmuziek’, van de hitmaker uit Voorburg. Zijn verweer: ‘Ik maak platen voor mensen en als ik die mensen niet bereik, vind ik dat ik niet geslaagd ben.’
De tweede zoon van de befaamde tv-regisseur Willy van Hemert (Bartje, De Kleine Waarheid, Dagboek van een Herdershond) slaagde en trok zich van de kritiek weinig aan. Hij vertrouwde op zijn commerciële instinct en wees naar zijn hits, How Do You Do onder meer van het duo Mouth & MacNeal, dat zelfs in Amerika aansloeg. Voor zijn dertigste was hij miljonair en betrok hij een huis in Blaricum. De muren waren bezaaid met gouden platen.
Van Hemert overleed maandag aan kanker. Artistieke hoogstandjes kwamen op de tweede plaats bij een man die ooit, als twintigjarige, getooid ging met het (oncontroleerbare) predicaat ‘jongste platenproducer van het westelijk halfrond’.
Bij platenmaatschappij Phonogram werd hij in 1965 op de ene dag ontslagen bij de afdeling verkoop en een dag later aangenomen op de afdeling ‘artiesten en repertoire’ – het begin van een bloeitijd die tot het eind van de eeuw zou voortduren. De afgelopen twee decennia trad hij nauwelijks nog voor het voetlicht en produceerde hij in zijn studio in Laren met zijn bedrijf kinderliedjes, jingles en reclamemuziek.
Van Hemert groeide op in een kunstzinnig katholiek gezin en ambieerde een carrière als acteur, maar zakte op de toneelschool voor het toelatingsexamen. Hij was destijds, aldus zijn eigen site, ‘erg puberaal’. Het gymnasium in Hilversum had hij halverwege afgebroken; hij verdiende bij als maker van horoscopen in tienerblaadjes.
Hij was zes toen zijn vader het gezin plotseling de rug toekeerde. Zijn moeder, danseres Miep Kronenburg, bleef achter met vier kinderen. ‘Dat was een klap die bij haar keihard aankwam’, zei Van Hemert in 2022 in het AD. ‘Ze deed heus haar best om het gezellig te maken, maar altijd zag ik daaronder het verdriet.’
Net zoals zijn oudere broer Ruud, in de jaren tachtig een bekende filmregisseur (Schatjes!, Mama is Boos!), kwam hij terecht in pleeggezinnen. ‘Bijvoorbeeld bij een gereformeerd pleeggezin in Amersfoort, waar ik elke dag boterhammen met tevredenheid, zo noemden ze dat, te eten kreeg.’
De muziek werd zijn vluchtheuvel. Van Hemert was de frontman van een Hilversums bandje, The Caps, en bracht samen met Peter Koelewijn een single uit. In 1968 componeerde hij de muziek voor De Glazen Stad, een succesvolle tv-serie die werd geregisseerd door zijn vader.
Na een kalme start als producent van bands als Q65, Zen, Groep 1815 en The Motions, boorde hij goud aan met een duo dat hij zelf had samengesteld en van een imago voorzag. Mouth & MacNeal, oftewel Willem Duyn (de woeste zanger) en Sjoukje van ‘t Spijker (de bescheiden zangeres), schoot begin jaren zeventig meermaals de hitlijsten in, tot in Amerika aan toe.
How Do You Do, een coproductie met Harry van Hoof, bereikte in de Amerikaanse Top 100 de vierde plaats. Het aantal verkochte platen oversteeg wereldwijd de vijf miljoen. Op het Songfestival van 1974 eindigde het duo met Ik zie een ster op de derde plaats, achter ABBA en de Italiaanse zangeres Gigliola Cinquetti.
Gestaag bouwde Van Hemert een oeuvre op waar geen rode draad in te ontdekken viel. Hij produceerde platen van uiteenlopende bands, duo’s en solomuzikanten, van Sandra & Andres tot trompettist Marty en van Liesbeth List en Ramses Shaffy tot Kamahl (The Elephant Song) en Luv’.
Vooral Luv’ was succesvol, het sexy vrouwentrio dat uitgerekend in een programma van de allesbehalve commerciële omroep VPRO groot was gemaakt. Van Hemert introduceerde de ‘meidengroep’ in Nederland en koos voor zijn project drie jonge vrouwen uit: Patty Brard uit Den Haag, José Hoebee uit Best en Marga Scheide uit Amsterdam.
Hij greep zijn kans toen in 1978 in de ontregelende VPRO-show Het is weer zo laat! met nachtclubeigenaar Waldo van Dungen (Sjef van Oekel) naar een introductienummer werd gezocht. U.O.Me (‘you owe me’) werd de eerste hit van Luv’. Dankzij onder meer You’re the greatest lover en Trojan Horse van het schrijversduo ‘Janschen & Janschens’ (Van Hemert en Piet Souer) beleefde Luv’ een internationale doorbraak.
Van Hemert nam het er goed van. Hij werd ‘hopeloos verliefd op een levensstijl die anderen niet normaal zouden noemen’ gaf hij in 1983 toe in De Telegraaf. ‘Ik zou het vreselijk vinden geen grote tuin te hebben en heel vervelend vinden als ik niet vijf keer per jaar op vakantie kon’.
Zijn luxe leven werd later ernstig bedreigd. De Belastingdienst nam Van Hemert op de korrel en vorderde miljoenen van hem. Grote geldsommen, vooral opgebouwd uit de Luv’-hits, zouden zijn weggesluisd naar het buitenland. De hitkoning verschool zich achter een financieel adviseur in Londen. ‘Ik bemoeide me nergens mee. Wist niet eens bij benadering hoeveel geld ik op de bank had.’
De zomer van 1975 was de zomer van de olifant, dankzij Hans van Hemert. Op verzoek van het Wereld Natuur Fonds schreef hij voor een tv-show The Elephant Song. Het nummer, gezongen door de Australiër Kamahl, was in Nederland en België en diverse andere landen wekenlang de bestverkochte plaat.
Van Hemert was niet alleen de producent van meidengroep Luv’, hij stelde het trio ook samen. Een van de leden, José Hoebee, keek in 2015 terug op de selectieprocedure. ‘Het laatste waar hij naar keek, waren mijn ogen. Zijn blik gleed over mijn lichaam om te kijken of ik in zijn groep zou passen.’
Misschien wel het bekendste nummer uit de koker van Van Hemert werd in de EK-zomer van 1988 het tweede volkslied van het land: Wij houden van Oranje van André Hazes.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant