Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Hoofdagent Lucas Kroot (31) moest tijdens zijn nachtdienst naar de snelweg A16 voor ‘een heel leuke, bijzondere melding’.
‘In januari van dit jaar reed ik in m’n eentje ’s nachts door Breda in een onopvallende auto, omdat je daarmee bijvoorbeeld een inbreker of drugsdealer kunt volgen zonder dat die het in de gaten heeft. Tegen middernacht kreeg ik de melding dat op de snelweg A16 een vrouw moest bevallen. Ik stopte, gooide mijn zwaailicht op het dak, trok de latex handschoenen aan die standaard aan mijn koppel hangen en reed er met blauw licht en sirene naartoe.
‘Op de vluchtstrook stond een Nissan Qashqai met de bestuurdersdeur open – die man stond te bellen met de ambulancedienst. Ik zette mijn auto erachter. Om eerst de veiligheid op de snelweg te waarborgen vroeg ik de meldkamer om een rood kruis op rijstrook drie, en een snelheidsbeperking voor de overige twee rijstroken. Daarna trok ik mijn gele hesje over mijn uniform aan en stapte uit.
Over de auteur
Wil Thijssen is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Op de achterbank van de Nissan lagen twee peuters, een jongen en een meisje, in kinderzitjes diep te slapen. Op de bijrijdersstoel zat een vrouw in een felgekleurd traditioneel Afrikaans gewaad dat ze had omhooggetrokken. Ik trok het portier open en zag dat ze haar handen tussen haar benen had liggen, en daarin hield ze een net geboren baby, een jongetje. De navelstreng zat er nog aan. Hij zat, net als de autovloer, helemaal onder het bloed. De baby huilde, dus dat was goed.
‘‘Is alles goed met u?’, vroeg ik. ‘Heeft u pijn?’ Maar ze verstond me niet, ze sprak geen Nederlands. En ze zat natuurlijk in haar eigen bubbel.
‘Het was een koude winternacht. Een halfjaar daarvoor was ik zelf vader geworden, dus ik wist: het allerbelangrijkst nu is dat die baby warm wordt gehouden. Voorzichtig pakte ik de handen van die vrouw met dat kindje erin en legde het op haar borst. Ondertussen haalde haar man doeken en dekens uit de achterbak en gaf ze aan mij. Ik wikkelde ze om de baby en sloot het portier. Snel liep ik om de auto heen, ging achter het stuur zitten, startte de motor en zette de verwarming op de hoogste stand.
‘Ondertussen kwamen ook twee ambulances, twee inspecteurs van Rijkswaterstaat om de rijstrook met oranje kegels af te zetten, en de officier van dienst, omdat ik daar in m’n eentje was. Hij ging met de vader van de baby in gesprek. Het was een bijzondere situatie. De twee peuters lagen nog steeds te slapen op de achterbank. Zij hadden niets gehoord van de bevalling, sirenes of dichtslaande autodeuren.
‘Toen die moeder in de ambulance werd geschoven en haar man daar ook even in kroop, werd er ineens op het raam van de Nissan geklopt. Het oudste kind, een meisje, was wakker geworden en moest plassen. Onze officier tilde haar uit de auto en hielp haar in de berm, waar ze haar broek liet zakken en op haar gemak ging zitten plassen.
‘Daarna werd ook haar broertje wakker, en gaven de officier en ik hun ieder een knuffelbeertje dat standaard in onze dienstauto’s ligt, voor incidenten waarbij kinderen zijn betrokken.
‘We praatten allemaal nog even na. Ik gaf de vader, die ons allemaal bedankte, een hand en feliciteerde hem met zijn nieuwe zoon. Daarna reden de ambulances en de vader met zijn kinderen naar het ziekenhuis, en hielpen wij Rijkswaterstaat met het opruimen van de pionnen en het wegspoelen van een plasje bloed met een jerrycan water. Vervolgens gingen we allemaal weer verder met onze nachtdienst. Collega’s vroegen me aan het einde van de dienst nog hoe het was afgelopen, want ook zij hadden over die geboorte op hun porto’s gehoord.
‘Ik vertel dit verhaal omdat dit een heel leuke, bijzondere melding was. Een bevalling op straat maak je zelden mee, en hierbij ging ook nog eens alles goed. Wij zien veel ellende, worden vaak uitgescholden als iemand het niet eens is met een aanhouding en krijgen regelmatig te maken met verwarde mensen die soms helemaal door het lint gaan.
‘Afgelopen carnaval nog werd ik in het cellencomplex aangevlogen door een arrestant die probeerde mijn keel dicht te knijpen. Vorig jaar was ik bij een gruwelijk gezinsdrama. Ook zien we veel doden, onder meer als gevolg van verkeersongelukken. Dat raakt me niet zo veel. Dat klinkt misschien bot of afgevlakt en dat bedoel ik niet zo, maar dat hoort nou eenmaal bij ons werk.
‘Maar als er kinderen of jonge mensen bij betrokken zijn, raakt me dat soms wel. Daarom is het leuk om zo’n melding te krijgen met een baby, waarbij alles goed gaat en je mensen kunt helpen. Dat zijn de leuke, positieve kanten van het vak.
‘Nog steeds als ik vanuit Rijsbergen de A16 op rijd, zie ik rechts die plek en denk ik terug aan dat kersverse kindje. En dat zal altijd zo blijven, die nacht vergeet ik nooit.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant