Mijn forse neus. Scheve tenen. Soms pukkels op mijn wang. De borstvorming die ik al sinds mijn dertiende heb. Een paar voorbeelden van de dingen die ik aan mijn lijf haat. Haat, ja. Een woord dat ik niet snel gebruik. Hoewel ik een gezond lichaam heb en me nog nooit beter heb gevoeld.
Op feestjes wordt er met me geflirt en flirt ik terug. Maar de complimenten die ik krijg sla ik niet op. Sterker nog, ik geloof ze niet. Nooit. Als ik mijn vrienden moet geloven, zou ik Body Dysmorphic Disorder kunnen hebben: een psychische aandoening waarbij een persoon een afwijkend beeld heeft van zijn, haar of diens lijf. De symptomen zijn niet mals. Ik zou overtuigd moeten zijn van de lelijkheid van mijn lichaam, of de afstotelijkheid van een lichaamsdeel. Obsessief nadenken, dwanggedachten hebben en sociale situaties vermijden.
Ik herken mezelf zeker niet in alle kenmerken, maar overtuigd van mijn lelijkheid ben ik wel. En mijn borstkas vind ik afstotelijk. Misschien heb ik een milde vorm. Familieleden en dierbaren zeggen dat mijn onzekerheid ongezond is. Terwijl ze net zo erg zijn. Vriendinnen hebben platte buiken en volle billen en toch geloven ze hun spiegelbeeld niet, noemen ze zich „moddervet” op een slechte dag.
In hoeverre is dat onze schuld? We groeiden op met magazines, reclames en porno waarin het gros van de mensen bloedmooi was. Gebeitelde lichamen. Gladde gezichtjes. Volle biceps. Nog voller haar. Het lijkt alsof er na een periode van relatieve vooruitgang, met zichtbaarheid van verschillende soorten lijven en leeftijden nu weer steeds minder vaak echte mensen worden getoond.
„Skinniness is back in fashion”, kopte The Guardian twee jaar geleden al. Sterren als Oprah Winfrey en Amy Schumer, voorheen geprezen om het tonen van hun rondingen, zeggen afslankmedicijn Ozempic te gebruiken. Rimpels worden nog altijd weggepoetst, benen dunner gephotoshopt. Een derde van de jongeren overwoog in 2022 een cosmetische ingreep, volgens het EenVandaag Opiniepanel.
Maar wanneer is die onzekerheid een aandoening? Psycholoog Saskia Geraerts, gespecialiseerd in zelfbeeld: „In feite is 90 procent van de mensen onzeker over een aspect van hun lichaam. Body Dysmorphic Disorder is anders, en te herkennen aan twee kenmerken. Je ziet een lichaamsdeel daadwerkelijk anders, op zo’n manier dat het niet meer met de objectieve waarheid strookt. En door dit vertekende beeld ken je een intense angst, met vermijdingsgedrag als gevolg. Anders spreken we niet van BDD. Zelfs niet in een milde vorm.”
Oké. Wat is dan mijn ding? Vanaf je tienerjaren overtuigd zijn van je afzichtelijkheid doet wat met je. „Niet snijden in een gezond lichaam”, zeiden mijn ouders toen ik opperde mijn borstvet te laten wegzuigen. Maar misschien word ik heel gelukkig als mijn borstvet weg is. Of is het einde dan zoek? Geraerts: „Onzekerheid is alleen te verhelpen als je je gedrag en gedachten verandert. Dat kan door therapie, maar soms helpt een andere omgeving, een andere levensfase of iets simpels als een verliefdheid al.” Een relatie heb ik nooit gehad, de bevestiging van een geliefde daarmee evenmin. Gelukkig heeft ze ook een praktische tip: „Focus op de aspecten van je lijf die je wél mooi vindt. Herhaal dit dagelijks. En kijk eens naar de functionaliteit van je lichaam in plaats van het uiterlijk. Dat doet al veel goed.”
Recentelijk werd ik gecast om een modeshow te lopen. Gekozen om het uiterlijk waar ik zo’n hekel aan heb. Ik werd in handgemaakte kledingstukken gehesen, mijn gezicht werd opgemaakt, ik kreeg compliment na compliment. De muziek ging aan. Ik duwde mijn schouders naar achteren, klaar om te lopen, om gezien te worden. En, hoe stom ik dat ook vond: diep van binnen voelde ik trots.
Stijn de Vries is presentator, journalist, fotograaf en schrijver; zijn eerste roman, Als de zon valt, verscheen twee weken geleden.
Source: NRC