Home

Dat de rechts-radicale kiezer zielig zou zijn, begint lachwekkend te worden

De column van Arie Elshout van vorige week werd driftig gedeeld door de fluisteraars van radicaal-rechts en Telegraaf-scribenten als Plasterk en Duk – ‘in de Volkskrant nog wel!’. Dan laat de inhoud zich makkelijk raden; het ging er maar weer eens over dat we beter moeten luisteren naar PVV-stemmers, die heus geen racisten zijn, maar hartstikke zielig en onbegrepen.

Nu heeft Elshout op andere apologeten vóór dat hij eerlijk toegeeft last te hebben van de gevoeligheid van de sociale stijger, maar dat is dan ook het enige; dit soort quasi-redelijke betogen hebben hun onschuld wat mij betreft ruimschoots verloren.

Over de auteur
Sander Schimmelpenninck is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant. Eerder was hij hoofdredacteur van Quote. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.

Allereerst de eeuwige suggestie dat critici van radicaal-rechts de kiezers van die partijen minderwaardig zouden vinden. Dat is niet meer dan een aanname. Paradoxaal genoeg is de bevoogdende wijze waarop het leger der volksheid veinzende vergoeilijkveteranen over diezelfde kiezer spreekt overtuigender bewijs voor dedain; alsof je volwassen medeburgers niet mag aanspreken op hun keuze voor anti-rechtsstatelijke, autocratische en racistische partijen, die bovendien evident het volk belazeren. Serieus nemen is serieus aanspreken, lijkt mij.

Het dedain-argument gaat altijd gepaard met een uiteenzetting waarom de rechts-radicale kiezer zielig zou zijn, en dat begint ronduit lachwekkend te worden. Kiezersonderzoeken maken immers duidelijk dat de achterban van radicaal-rechts goed verdient en niet zelden hoogopgeleid is. Ook Elshout komt met het afgekloven cliché van ‘wijken’ van ‘laagopgeleiden’ die zouden veranderen, maar de PVV is vooral groot in spierwit, welvarend en ondernemend Vinexië.

Apologeten kopiëren de leugenachtige tegenstelling tussen volk en elite van radicaal-rechts, en suggereren dat alle laagopgeleiden radicaal-rechts zouden stemmen (gelukkig niet!). Tegelijkertijd doen zij alsof radicaal-rechts in de marge verkeert en een ‘luisterend oor’ verdient. Maar hallo, radicaal-rechts is aan de macht! Mogen de volksverlakkerij, corruptie, zelfverrijking, anti-rechtsstatelijkheid, desinformatie, buitenlanderhaat en instrumentele domheid van radicaal-rechtse partijen zelfs niet benoemd worden als die in de regering zitten? De zogenaamde deplorables zitten in Vak K!

Van Elshout mag je van mening verschillen, maar je mag het niet ‘in de morele sfeer trekken’, want dan ‘verklaar je je superieur aan de ander’. Het is het centrale argument van de apologeet, en ook het meest verwerpelijke. Want de politiek gaat natuurlijk óók, zo niet voorál over moraal. Moraliteit tot taboe verklaren is, u raadt het al, immoreel.

Elshout en de zijnen suggereren opzettelijk onjuist dat de morele afkeuring het opleidingsniveau of de levensstijl van de rechts-radicale kiezer, zijn onveranderlijke identiteit kortom, zou treffen. Terwijl de morele afkeuring vooral de hoogst veranderlijke en problematische politieke ideeën van die kiezer treft. Dat daarbij af en toe een karikatuur van die kiezer wordt gemaakt, hoort erbij. Maar het fijne van moraliteit is juist dat ieder mens, hoog- of laagopgeleid, daar wat van snapt. En je daar ieder mens dus ook op kan aanspreken.

Apologeten leggen nooit uit wat nu eigenlijk het probleem is van een veranderende bevolkingssamenstelling, zij volstaan met de constatering dat ‘het volk’ dat niet wil. Je achter een door sociale media en desinformatie gecreëerd volkssentiment verschuilen: ik vind het buitengewoon laf. Bovendien is het in strijd met de bewering dat de PVV-kiezers onbegrepen zouden zijn, en er beter naar hen geluisterd zou moeten worden.

Dat je de PVV-kiezer van apologeten niet mag aanspreken heeft natuurlijk een overduidelijke reden: omdat de apologeet het – al dan niet heimelijk – met de PVV-kiezer eens is. En vindt dat we de schreeuwende minderheid haar zin moeten geven. Hoe krampachtig men ook mag beweren ‘oud-links’ te zijn of ‘niets met radicaal-rechts te hebben’. Het begint doorzichtig te worden, heren.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next