Van ondergronds ‘verstoppen’ naar parkeren in markante, multifunctionele hubs: de architectuur van parkeergarages maakte de afgelopen jaren een opmerkelijke ommezwaai. Hoe valt deze ontwikkeling te verklaren?
Toen in 2010 het Zakboek parkeren voor de woonomgeving verscheen, een handzaam overzicht voor architecten met parkeeroplossingen bij woningbouwprojecten, was de verwachting dat het boekje weldra overbodig zou zijn. Nederlanders zouden massaal in de deelauto, op de e-bike en in het ov stappen, en de eigen auto wegdoen. De bouw van extra parkeerplaatsen zou niet meer nodig zijn, zo werd voorspeld.
Vijftien jaar en een coronacrisis later blijkt het aantal auto’s juist gegroeid, van 7,5 miljoen naar ruim 9 miljoen. En dus moeten architecten bij elk bouwproject weer bedenken hoe en waar ze 1,5 parkeerplaats per woning – de gemiddelde norm die gemeenten bij nieuwbouw hanteren – gaan maken.
Zo ook architect Patrick Koschuch, toen hij in 2016 opdracht kreeg om het stedenbouwkundig plan te maken voor de herontwikkeling van het Fluor-bedrijfsterrein in het Haarlemse stadsdeel Schalkwijk. ‘We bedachten om het oude Fluor-kantoor te transformeren tot appartementencomplex, maar de gevraagde 281 parkeerplaatsen kregen we daar, bij gebrek aan een kelder, niet in’, zegt hij.
‘We berekenden of en hoe het parkeren in de openbare ruimte zou passen; dan zou het hele buurtje een grote parkeerplaats worden. Een andere optie was om de auto’s te parkeren onder een openbaar dek, maar daarop kun je geen landschap met bomen aanleggen. Terwijl in een wijk als deze, waar flink verdicht wordt, goede groenvoorzieningen essentieel zijn voor de leefbaarheid.’
Over de auteur
Kirsten Hannema schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.
Onder het motto ‘auto’s eruit, bomen erin’ besloot de architect om de parkeerplaatsen onder te brengen in een bovengrondse parkeergarage. Niet zomaar een, maar een gebouw dat met zijn halfopen lattengevels, waaruit planten en struiken groeien, onderdeel zou worden van het groene binnenterrein.
Met op de begane grond een ruimte voor deelfietsen, een pakketpunt en een werkcafé (waarvoor nog een horecaondernemer wordt gezocht). Smart Dock, zoals het gebouw heet, wordt ‘dé ontmoetingsplek van de wijk’, staat op de website van de projectontwikkelaar.
Smart Dock past in een reeks recentelijk gebouwde ‘parkeerhubs’, garages die multifunctionaliteit combineren met een markante verschijning. Zoals het Parkeerhuis, dat bureau Korth Tielens realiseerde in de Nijmeegse nieuwbouwwijk Waalsprong: een garage die is ‘ingepakt’ met nestkasten, plantenbakken en woningen.
Of de voormalige industrieloods in Amsterdam-Noord, die Heren 5 Architecten omtoverde in een buurtgarage annex dorpspomp.
Hoe valt deze ontwikkeling te verklaren?
Parkeerhuis in Hart van de Waalsprong in Nijmegen door bureau Korth Tielens, 2014
‘Er is een omkering gaande in het denken over parkeren’, zegt architect Gus Tielens. ‘Vijftien jaar geleden was parkeren iets dat je ‘ook nog moest oplossen’, inmiddels zien wij het als fundament voor woningbouw.’
Parkeeroplossingen zijn immers sterk bepalend voor de inrichting van de woonomgeving. Neem de parkeerkelder, waarbij de afmeting van de parkeerplaats (2,5 x 5 meter) de kolommenstructuur dicteert en daarmee de maatvoering van de woningplattegronden. Dat leidt soms tot merkwaardig gevormde pijpenla-appartementen. De bouw van betonnen kelders is bovendien kostbaar, belastend voor de bodem en leidt tot een berg CO2-uitstoot.
Een andere veel toegepaste parkeeroplossing is het overdekte binnenhof. Daarbij parkeren bewoners hun auto op het binnenterrein van het bouwblok, onder een dak dat dubbelt als terras bij de woonkamers op de eerste verdieping. Tielens: ‘Je haalt de auto uit het straatbeeld, maar doordat de begane grond grotendeels wordt ingenomen door auto’s, blijft daar weinig woonruimte over, die bovendien geen ramen heeft aan de achterkant. Ik denk dat we, in plaats van zo veel energie te steken in het wegwerken, beter kunnen accepteren dat die auto’s er nu eenmaal zijn en er iets moois voor maken.’
Dat heeft Korth Tielens in Nijmegen met overgave gedaan. Het ‘parkeerpaleis’, zoals bewoners het noemen, heeft een gevel van geperforeerd aluminium, die als een voile eromheen is gedrapeerd, boogvormige deuren, cascadetrappen en enorme ingebouwde plantenbakken waaruit klimplanten groeien.
‘In het stedenbouwkundig plan van bureau De Zwarte Hond was bedacht om de auto’s niet te verspreiden over de straten, maar geconcentreerd te parkeren in een gebouw dat een baken in de buurt is’, zegt Tielens over de keuze voor een garage. Op zichzelf is dat natuurlijk niet vernieuwend: in de jaren zeventig zijn veel wijken op die manier gebouwd. Denk aan de Bijlmermeer in Amsterdam, waar elk flatgebouw zijn eigen garage had. Die garages veranderden al snel in probleemplekken waar werd gehandeld in drugs. Uiteindelijk zijn ze bijna allemaal gesloopt.
Tielens: ‘Wij hebben een verantwoordelijkheid om het beter te doen. Een parkeergarage moet niet alleen esthetisch aantrekkelijk zijn, je moet ook prettig vanuit je auto naar huis en vice versa komen. Daarbij speelt sociale veiligheid een belangrijke rol. Dat is een van de redenen om functies toe te voegen aan het parkeren. In dit geval hebben we woningen in de kopgevel van de garage opgenomen.’
Renovatie Parkeergebouw Scheldeplein Amsterdam door Dok Architecten, 2023
De parkeergarage aan het Scheldeplein in Amsterdam, in 1932 door architect Ch. Dekker ontworpen in opdracht van de firma Sieberg, is een parkeerhub avant la lettre. De familie Sieberg had er haar autobedrijf met showroom, werkplaats en wasserij, en verhuurde vierhonderd stallingsplaatsen in de garage; wie zichzelf destijds een auto kon veroorloven, zette die niet op straat.
Hellingbanen, autoliften, een voorgevel als een gigantische etalageruit, met een statig torentje: het glazen paleis van Sieberg, zoals het gebouw werd genoemd, was op zichzelf een attractie. De familie Knijn, die het bedrijf in de jaren zestig overnam, transformeerde de reparatiewerkplaats op de tweede verdieping in een bowlingbaan. Later kwamen op de begane grond een supermarkt en een bankfiliaal.
Toen parkeren op straat normaal werd, raakte de parkeergarage in onbruik en het gebouw in verval. Projectontwikkelaar Caransa kocht het pand in 2013 en gaf Dok Architecten opdracht het te renoveren. De parking is in oude glorie hersteld, de toren opgehoogd. De renovatie werd bekostigd met de bouw van negen woningen op het dak, die levendigheid toevoegen. ‘Het gebouw bruist weer’, zegt architect Liesbeth van der Pol.
Parkeergarage Katwolderplein Zwolle door Dok Architecten, 2017
Van der Pol vergelijkt hedendaagse parkeergarages met karavanserais, grote multifunctionele gebouwen die tussen de 10de en 13de eeuw langs de Zijderoute verrezen. Het waren plekken waar reizigers overnachtten, waar ze handelswaren en kennis uitwisselden, waar marktplaatsen en universiteiten ontstonden.
‘Ik was bezig met het ontwerp voor een bioscoop en een parkeergarage aan het Katwolderplein in Zwolle, toen ik tijdens een studiereis door Iran een karavanserai bezocht, en bedacht: eigenlijk is een garage een karavanserai voor auto’s. Dat idee hebben we als een soort oosters sprookje vormgegeven. We ontwierpen glooiende, rijk gedecoreerde metselwerkgevels en royale ruimten, waarbij we van het in- en uitstappen een ontmoetingsmoment maken. Met op de bovenste verdieping een grote open ruimte onder een dak met zonnepanelen, waaronder je kunt parkeren, maar die ook gebruikt kan worden voor een openluchtvoorstelling of een feest.’
Parkeerloods Amsterdam-Noord door architectenbureau Heren 5, 2021
De parkeerloods die Heren 5 Architecten in Amsterdam-Noord ontwierp, is niet multifunctioneel opgezet, maar wordt in de praktijk voor allerhande spontane activiteiten gebruikt. ‘Ik sport er regelmatig met mijn buurman, mijn zoontje speelt er graag binnen – al weet hij dat het eigenlijk niet mag – en we houden er weleens een buurtborrel’, zegt architect Jeroen Atteveld, die pal tegenover de loods woont. De garage is onderdeel van het nieuwbouwwijkje De Vrije Kade, dat op een voormalig industrieterrein is verrezen.
‘In 2010 wonnen we de ontwerpprijsvraag voor de transformatie van het terrein, waar de loods en de voormalige directeurswoning stonden’, zegt Atteveld. ‘Geen monumenten, wel gebouwen die sfeer geven en die we daarom wilden behouden.
‘We kregen het idee om de vereiste 169 parkeerplaatsen in de loods te plaatsen, en zo een autovrije buurt te maken waar je op straat kunt spelen. Dat idee hebben we doorgewerkt tot in de woningen, die dubbele ‘saloondeuren’ aan de straat hebben, waardoor kinderen direct naar buiten kunnen rennen.’ De architect, die destijds zijn eerste kind verwachtte, kocht uiteindelijk zelf een huis in het wijkje.
‘Dankzij de parkeerloods, waar iedereen uit de buurt zijn auto parkeert, leerde ik in korte tijd veel buren kennen’, zegt Atteveld. ‘Ik kreeg het idee om meer te doen met de ruimte en organiseerde een borrel in de garage. Het lastige daarbij is dat we met een grote vereniging van eigenaren moeten bepalen wat wel en niet mag. Laatst had iemand een boekenkast als buurtbibliotheek neergezet, leuk toch? Maar een andere buurman vond het brandgevaarlijk en wees op de regels: het gebouw is volgens de statuten bedoeld om te parkeren.’
Nieuwe woonwijken in Groningen, Tilburg en Amsterdam worden volledig rond parkeerhubs ontworpen. Atteveld denkt dat dit model veel potentie heeft. ‘Allereerst omdat ik geloof dat het goed is dat we auto’s uit woonbuurten halen, door gebouwen ervoor te maken. Maar ook omdat je met zo’n gebouw spel en ontmoeting kunt faciliteren. Ik zie het voor mijn huis gebeuren: buurtkinderen voetballen en tennissen tegen de gevels van de loods. Of iemand die in de garage zijn fiets repareert en daar met een buurman aan de praat raakt.’
Architect Koschuch houdt met het oog op de toekomst een slag om de arm. ‘De eerdere voorspelling dat we ons autogebruik zouden minderen, is niet uitgekomen. Maar technologische ontwikkelingen kunnen veel veranderen. Denk aan zelfrijdende auto’s als taxiservice, waarbij het gebruik van auto’s en parkeerruimte met behulp van computermodellen geoptimaliseerd kan worden. Daarom hebben we de Smart Dock in Haarlem flexibel ontworpen. Als er op termijn minder parkeerplaatsen nodig zijn, dan kan het gebouw worden omgevormd tot kantoorruimte of gebruikt worden voor urban farming. Of je kunt het demonteren en verplaatsen en de grond gebruiken voor woningbouw.’
Ook met het scenario dat het aantal auto’s verder toeneemt, is rekening gehouden. Koschuch: ‘In dat geval kunnen we op de begane grond, die extra hoog is uitgevoerd, met behulp van een semi-automatisch parkeersysteem nog een extra laag parkeerplaatsen toevoegen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant