Met het invallen van de herfst komt deze week ook de jaarlijkse bekendmaking van de Nobelprijzen weer op gang. Een spannende uitreiking, dit jaar. Drie kwesties om op te letten.
Wie wint de Nobelprijs voor de Vrede?
Het is de hoofdvraag die boven de Nobelprijzen hangt: wie wint vrijdag de Nobelprijs voor de Vrede, nu de planeet in brand staat? Meest genoemde namen bij de gokkantoren zijn die van de Russische oppositieleider Aleksej Navalny en de Oekraïense president Volodymyr Zelensky. Maar die vallen af: Navalny kwam om in een Russisch strafkamp, Zelensky leidt een land in oorlog.
Mogelijk kiest het Noorse Nobelcomité, dat gaat over de toekenning van de vredesprijs, voor de Palestijnse VN-vluchtelingenorganisatie UNWRA. Dat zou zeer gevoelig liggen, een jaar na de aanval van Hamas op Israël. Hoewel de organisatie al sinds 1949 humanitaire hulp biedt aan de miljoenen Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever, in Gaza en landen als Libanon en Jordanië, ontsloeg UNWRA afgelopen zomer negen stafleden vanwege mogelijke betrokkenheid bij het bloedbad van 7 oktober vorig jaar.
Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech.
Misschien wil het Nobelcomité de internationale verbinding benadrukken, denken sommige experts. Dan komt VN-baas António Guterres in beeld, of het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Dat zou sommige Joden kunnen schofferen en de woede van Israël kunnen wekken. Het gerechtshof veroordeelde afgelopen zomer immers de Israëlische bezetting van Gaza, de Westoever en Oost-Jeruzalem, en Guterres mag Israël niet meer in omdat hij te lauw zou hebben gereageerd op de raketaanval door Iran.
Het Comité kan er ook voor kiezen de prijs een keer niet uit te reiken. Dat is negentien keer eerder gebeurd, maar voor het laatst in 1972.
Hoe zit het bij de harde wetenschap dit jaar met de vrouwen?
Eerst is het tijd voor de harde wetenschapsprijzen: maandag de Nobelprijs voor de Geneeskunde, dinsdag die voor de Natuurkunde, woensdag die voor de Scheikunde. De prijs zal ongetwijfeld gaan naar wetenschappers van wie u nog nooit had gehoord, voor een onderwerp dat u hooguit vaag kent. Wél zal er aandacht uitgaan naar die andere vraag: zitten er ook vrouwen bij?
De afgelopen jaren werd de gestage stroom grijze mannen die vanouds naar Zweden trekt om de prijs in ontvangst te nemen, allengs ongemakkelijker. Steeds moeilijker kwamen het Karolinska Instituut (dat over de geneeskundeprijs gaat) en de Zweedse Academie voor Wetenschappen (scheikunde en natuurkunde) weg met het excuus dat de Nobelprijs nu eenmaal een echo van het verleden is, toen wetenschap nog overwegend een mannending was.
‘Het argument was altijd dat het wel goed komt, als we maar lang genoeg wachten’, zei Nobelcommissielid Pernilla Wittung vorig jaar tegen de Volkskrant. ‘Maar we beseffen nu dat het niet vanzelf gaat.’
Dus gingen de commissieleden op inclusiviteitscursus en beloofde men plechtig in elk geval geen vrouwelijke gegadigden meer te missen, zoals in het verleden soms gebeurde. Vorig jaar zaten er tussen de acht winnaars in elk geval twee vrouwen, de Franse fysicus Anne L’Huillier en de Hongaars-Amerikaanse grondlegger van mRNA-vaccins Katalin Karikó.
In de geneeskunde is de kans op een vrouwelijke Nobelprijslaureaat het hoogst, blijkt uit een analyse van de cijfers, door wetenschapsblad Nature. Nog wat weetjes: de beste kans om te winnen is op 54-jarige leeftijd, tussen de prijs en het onderzoek waarvoor het wordt uitgereikt zit meestal zo’n dertig jaar, en tussen de Nobellaureaten zitten er maar tien uit lagelonenlanden – die doorgaans nog zijn verhuisd naar het Westen ook.
Gaat er een prijs naar kunstmatige intelligentie?
Toen naamgever Alfred Nobel een jaar voor zijn dood in 1896 de Nobelprijzen in zijn testament verwerkte, had hij niet kunnen voorzien dat de wetenschap ooit zou gaan over big data, genomics, celbiologie of informatica. De Nobelprijs weerspiegelt de wetenschap van het stoomtijdperk: veel chemie en natuurkunde, en een hap ‘fysiologie of geneeskunde’ (de Nobelprijs voor de Economie kwam er pas in 1968 bij).
Ingewikkeld dus waar John Jumper en Demis Hassabis van Google DeepMind passen. De twee worden, samen met biochemicus David Baker van de Universiteit van Washington, door onderzoeksinstituut Clarivate getipt voor een Nobelprijs, voor het grondwerk dat zij deden voor de ontwikkeling van kunstmatig intelligente software die voorspelt hoe eiwitten precies gevouwen zitten – al vele jaren een beruchte hersenkraker in de levenswetenschap. Dat zou op Nobelniveau de eerste erkenning zijn van de AI-revolutie die de wereld in zijn greep heeft.
Trouwens, als we het toch hebben over mensen die de ‘de grootste prestaties aan de mensheid hebben geleverd’, zoals in Nobels testament staat: waarom dan geen Nobelprijs voor Larry Page en Sergei Brin, bedenkers van het Google-algoritme?
De namen van kanshebbers die rondgaan, zitten meer in de haarvaatjes van de wetenschap. Michele Parinello voor het voorspellen van atoombewegingen. Kazunari Domen voor zijn werk aan duurzame waterstofproductie. Azim Surani en Davor Solter voor de ontdekking van ‘genoomimprinting’, erfelijke informatie die als het ware óp het DNA zit geplakt.
Nog Nederlanders op wie we moeten letten? De blikken gaan dan al snel naar quantumnatuurkundige Ronald Hanson, nanofysicus Cees Dekker en geneticus Hans Clevers, een van de grondleggers van de gekweekte mini-orgaantjes genaamd organoïden. Maar, zo leert de ervaring: ook in Nederland valt de prijs vaak onverwacht. Toen de Groningse nanotechnoloog Ben Feringa won in 2016, zagen weinigen dat aankomen. Ook Feringa zelf niet. Hij zat nietsvermoedend in overleg met promovendi toen de telefoon ging.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant