Het duurt nog zeker een tot twee jaar voordat het kabinet de spreidingswet kan intrekken. Dus moeten de provincies vóór 1 november gewoon hun opvangplannen inleveren bij minister Marjolein Faber (Asiel). Maar enkele provincies staan nog voor een flinke opgave.
Toen begin dit jaar de verdeling van opvangplekken bekend werd, bleek dat vijf provincies al genoeg (of zelfs meer) plekken hadden dan de verdeling voorschrijft. Het gaat om de provincies Groningen (waar het aanmeldcentrum in Ter Apel onder valt), Drenthe, Friesland, Flevoland en Zeeland.
Maar in andere provincies moesten (en moeten) gemeenten nog flink aan de bak. In Noord-Brabant wordt hard gewerkt, maar is het nog onzeker of de gemeenten aan de volledige opdracht gaan voldoen.
Dat is ook het geval in Noord-Holland. "Er moet een hoop gebeuren en de middelen zijn vrij beperkt, zeker voor de kleinere gemeenten", zegt een woordvoerder van de commissaris van de Koning in Noord-Holland. De provincie Zuid-Holland noemde haar opdracht afgelopen zomer al "niet haalbaar".
Limburg gaf afgelopen zomer juist aan dat het waarschijnlijk zou lukken de benodigde opvangplekken te regelen, maar laat nu weten dat er nog "een stevige uitdaging" ligt. Een aantal kansrijke opvangplekken heeft het toch niet gehaald, zegt een woordvoerder van de Limburgse commissaris van de Koning.
Andere provincies hebben nog niet bekendgemaakt hoe ze ervoor staan. Op 1 november moeten de plannen rond zijn en worden ze ook openbaar gemaakt.
Die plannen gelden in principe voor twee jaar. Daarna wordt opnieuw berekend hoeveel opvangplekken nodig zijn. Maar als het aan het nieuwe kabinet ligt, gaat dat niet meer gebeuren. Het kabinet wil de spreidingswet namelijk intrekken. Vooral de PVV was fel tegen de wet en de daarbij behorende mogelijkheid gemeenten te dwingen asielzoekers op te nemen.
Maar voor het zo ver is, zijn we minimaal een tot twee jaar verder, verwacht minister Faber. De coalitie heeft in de formatie afgesproken de spreidingswet niet via de gewone route in te trekken. Maar het is nu nog niet duidelijk hoe ze dat dan wel wil doen.
Voorlopig geldt de spreidingswet dus gewoon en Faber heeft al meermaals aangegeven dat ze zich aan deze wet moet houden. De minister kon vorige maand dan ook niet uitsluiten dat ze opvanglocaties moet aanwijzen als gemeenten niet voldoende plekken hebben geregeld. Dat zou betekenen dat de PVV-minister de dwang moet toepassen waar haar partij zo op tegen is.
"Ik ga eerst kijken wat er komt op 1 november", zei Faber daarover. "Het kan best zijn dat de gemeenten er zelf uitkomen zonder dat er enige vorm van dwang nodig is."
Het voornemen om de wet te schrappen zorgt in ieder geval voor ongenoegen bij veel gemeenten én asielorganisaties. Zij hameren erop dat deze wet nodig is om de problemen in de vastgelopen asielopvang op te lossen. Toch blijft Faber inzetten op het beperken van de instroom, zonder dat er concrete plannen op tafel liggen voor de situatie in de asielopvang.
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) zei afgelopen zomer voor een "inhumane situatie" te vrezen als gevolg van het intrekken van de spreidingswet. "Als de asielinstroom niet gelijktijdig daalt, is het risico groot dat er onvoldoende opvanglocaties zijn. Op korte en middellange termijn zullen de asielopvang en de situatie voor onze bewoners hierdoor eerder verslechteren dan verbeteren."
De opvangorganisatie ziet wel dat gemeenten zich blijven inzetten voor de spreidingswet, ondanks een klein dipje vlak nadat het kabinet had bekendgemaakt de wet te willen intrekken. Het duidelijkste signaal hiervan kwam afgelopen zomer uit een ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Maar liefst 96 procent van de gemeenten schaarde zich achter de oproep om de spreidingswet pas in te trekken als de situatie in de asielopvang weer op orde is.
Source: Nu.nl algemeen