Home

25 jaar Volkskrant Magazine-covers: van visueel wiebelig naar uitdagend met een kwinkslag

Fotojournalist Merel Bem bekeek alle Magazine-covers en vormde zich een beeld van 25 jaar geknutselde rekwisieten, verdwijntrucs en opvallend veel lichaamsdelen.

O, de terugblik. Niets leukers dan met de kennis en arrogantie van nu te kijken naar de beginperiode van het Volkskrant Magazine en te zeggen: ‘Moet je die coverfotografie nou zien. Wat was dat tijdschrift nog zoekende, hè?’ En nou ja, dan héb je wel een beetje gelijk. Wie de eerste twee jaargangen vergelijkt met de laatste twee (en dat is nu mogelijk, want er verscheen een dik jubileumboek waarin onder meer alle (!) covers van de afgelopen 25 jaar te vinden zijn) kan gerust beweren dat het aan de start visueel gezien allemaal wat wiebelig was.

Het allereerste nummer, met regisseur Paul Verhoeven en een halfnaakte Rena Riffel op de cover, een publiciteitsfoto van de film Showgirls, zorgde nog voor een hoop commotie. Daarna was van een duidelijke richting een tijdlang geen sprake. Waar de afgelopen jaren fotografie, vormgeving en illustratie steeds meer zijn samengesmolten en inmiddels in gelijke mate bijdragen aan de uitstraling – vrolijk, kleurrijk, uitdagend, vaak met een visuele kwinkslag – ontbeerde het Volkskrant Magazine in het begin een helder smoel. De ene week een tekening, de andere week iets typografisch, en de foto’s leken overal en nergens vandaan geplukt.

Wat opvalt is het gebruik van journalistieke fotografie. Die was waarschijnlijk afkomstig van artikelen waarvoor in de dagelijkse krant uiteindelijk toch geen plaats was. Zo oogt het althans: het magazine als overloopbassin van de nieuwskrant en zonder eigen koers. Die reportagecovers waren geen lang leven beschoren en dat is, terugblikkend, toch ook een beetje jammer.

Reportages over Curaçao, Suriname, België, Festival Mundial en de ‘opkomst van de polder-islam’ – ze zorgden voor omslagen die nu onbekommerd, ongecompliceerd en hoopvol ogen. ‘Naïef’, zouden sommigen misschien zeggen. Het waren de jaren waarin sociale media nog niet bestonden, het grote polariseren nog niet was begonnen en waarin gesluierde jonge vrouwen breed lachend op de voorkant konden staan, gecombineerd met koppen als ‘Vrijer, blijer, Hollandser’ en ‘Hip met hoofddoek’.

Al halverwege het tweede jaar werden die reportagefoto’s weer losgelaten. Vanaf toen verschenen er lange tijd vooral portretten, gemaakt bij de belangrijkste interviews: een eindeloze rij gezichten van politici en vooral veel mensen uit de media en de cultuursector. Langzaam groeide de cover uit tot het visitekaartje van Volkskrant Magazine. Sinds 2002 gevoed door de eigenzinnige geest van beeldredacteur Heike Gulker. Tegenwoordig komen de beelden nog wel voort uit de onderwerpen in het tijdschrift, maar ze staan meer dan ooit op zichzelf en worden vaak speciaal voor de cover gemaakt. Dit levert opvallend veel lichaamsdelen op, leest u daarom vooral verder.

Het was een vinger, mensen

De foto van het eerste nummer is al veel en vaak besproken. Plat, provocatief, vrouwonvriendelijk, te bloot en Volkskrant-onwaardig – dat was een beetje de teneur. Of het kwam door die kritiek of niet, feit is dat het Volkskrant Magazine daarna redelijk lang wegbleef bij al te brutaalnaakte, suggestieve coverfotografie. Een kleine inventarisatie.

Eind 2000 sierde de achterkant van een blote vrouw de voorkant van het tijdschrift, maar dat was een klassieke zwart-witfoto, het kunstzinnige en fatsoenlijke resultaat van een fotografiespecial over de Noordzee. In 2003 hield actrice Birgit Schuurman een grote rode poes tussen haar benen op een grappige foto van Eric van den Elsen.

Een jaar later – ja goed, toen kwam het pornonummer uit en zagen we vrouwenbillen met twee handen eromheen, alsof het niet anders kon. In 2006 zat een jonge Sophie Hilbrand in haar blote bips – of niet of wel of niet? – op een bank, in 2011 poseerde Halina Reijn vrolijk en bloot (arm voor haar borsten) voor de lens van Stephan Vanfleteren.

In 2012 begon het tijdperk van artdirector Jaap Biemans en er wordt gefluisterd dat het vanaf toen weer wat harder ging met de prikkelende lichaamsdelen en vrolijke sekssuggesties. Zelf wil Biemans dat overigens best beamen. ‘Inderdaad heb ik een liefde voor close-up lichaamsdelen en bij het Magazine krijg ik om de paar maanden wel de kans’, mailt de man op wiens eerste cover een rozer-dan-roze vrouwentong likt aan een raketje (een foto van Cornelie Tollens).

En ja hoor: gestifte vrouwenlippen in de zoenstand, een vrouwennavel van dichtbij, een vrouwenmond met een bordje ertussen, drie tongende vrouwenmonden – waar zijn eigenlijk de mannen? O, daar: een ingenieus in elkaar geschoven lichaam in 2018 (de kop zit letterlijk in de kont), een extreme close-up van een stuk kaal hoofd en een oor in 2021. En heel, heel graag brengen we ook nog even De Vinger onder de aandacht. Die piepte in 2019 voor een nummer met een verhaal over dickpics zogenaamd door het papier van de cover heen en zorgde voor een hoop boze brieven. Biemans: ‘Het was een vinger, mensen.’

Leuk weetje: veel van deze beelden kwamen ‘tussen de schuifdeuren’ tot stand. Wie toevallig met een fotogeniek oor of een bevallige vinger over de redactie loopt te flaneren, maakt kans om ter plekke te worden gescout als covermodel van Volkskrant Magazine. Nu nog een keer een foto van een geklede vrouw met een naakte man en we zijn rond.

Hulpmiddelen

Bij een fotoshoot voor Volkskrant Magazine zijn door de jaren heen steeds meer mensen betrokken. Aan de kant van de modellen, vaak BN’ers uit de kunst- en cultuurwereld, die met veeleisende managers en pr-mensen komen, maar ook aan de kant van de fotografen, die dikwijls nauw samenwerken met stilisten en visagisten. Portretfoto’s zijn zo steeds vaker een samenwerking tussen de fotograaf en de gefotografeerde. Opvallende trend daarbij: het gebruik van allerhande accessoires.

Of hij echt de eerste was die het deed, daar kun je over twisten. Eerder verscheen cabaretier Erik van Muiswinkel op de cover met een grote voetbalsjaal, een portret van Cornelie Tollens uit 2005. Maar Victor Bergen Henegouwen maakte in 2006 wel de meest iconische foto van Ayaan Hirsi Ali met een wit papieren hoedje op haar hoofd, een accessoire met een Hollands tintje in het midden van de ‘paspoortaffaire’, waarin Hirsi Ali’s Nederlanderschap dreigde te worden afgepakt. Bergen Henegouwen en ontwerper Monique Bröring, met wie hij destijds nauw samenwerkte, hadden dat hoedje al van tevoren bedacht en knutselden het ter plekke in elkaar.

Van de hand van Bergen Henegouwen zijn ook de foto van acteur Marcel Musters met een banaan in zijn mond (2007) en die van cabaretier Claudia de Breij uit 2009, waarop ze een ‘jurk’ draagt van wit papier waarop met zwarte stift snel twee borsten en een toefje schaamhaar getekend zijn. Ook fotografeerde hij presentator Floortje Dessing met een witte vlinder voor haar geopende mond, en acteur Lies Visschedijk met een witte parelketting tussen haar lippen (een verwijzing naar de serie Gooische Vrouwen waarin zij een van de hoofdrollen speelde).

Het leuke van de terugblik is dat er ineens zoiets als ‘accessoirebeeldrijm’ blijkt te bestaan. Zo verscheen de Britse tv-kok Jamie Oliver in 2007 op de cover met slabladeren onder zijn oksels (foto van – jawel: Victor Bergen Henegouwen). Zeven jaar later poseerde foodblogger Rens Kroes met slabladeren op haar hoofd (foto van Aisha Zeijpveld). De witte parelketting van Lies Visschedijk komt in 2022 terug op het hoofd van zanger Stromae (foto van Robin de Puy). En de banaan van Marcel Musters wordt prachtig gespiegeld in het beeld dat Noël Loozen in 2018 maakte bij een artikel over vleeseten: een vrouw met een banaangele sweater laat een harige staart uit haar mond hangen. Het fotografisch archief van het Volkskrant Magazine is rijk en zit vol met accessoire-associaties.

Verdwijntruc

Volgt nu een ode aan fotografen (veelal vrouwelijke) die hun modellen (vaak vrouwelijke) doen verdwijnen in wat je toch het best kunt omschrijven als een huiselijk decor. Dat klinkt tuttig, omdat er dus vooral vrouwen mee gemoeid zijn die daarmee een soort cliché zouden kunnen bevestigen – en toch blijkt dat in de praktijk heel erg mee te vallen. Het is zelfs juichen geblazen wanneer fotografen Jouk Oosterhof, Isabelle Wenzel en Aisha Zeijpveld hun toverkunsten loslaten op het Volkskrant Magazine.

In 2016 liet Zeijpveld Paulien Cornelisse poseren achter een rij halfopen, grijze lamellen, zodat je maar half zag wie ze was. Alleen haar schoenen staken er zichtbaar onderuit. Het getuigt van een sterk staaltje zelfvertrouwen om zo’n (semi-)gesloten foto op de bij voorkeur open en uitnodigende cover van een tijdschrift te plaatsen. Dat geldt ook voor de foto’s van Wenzel, die graag anonieme vrouwen in de meest ongemakkelijke houdingen fotografeert: voorovergebogen met het hoofd in een forse kamerplant of als een slappe lap half van een stoel gegleden. Lachwekkend en zorgelijk tegelijk – en heel (prettig) anders dan de doorgaans toegankelijker coverfoto’s.

Wie de fotografische verdwijntruc zo ongeveer heeft uitgevonden, is Jouk Oosterhof. In haar rolodex bevinden zich waarschijnlijk de adressen van alle Nederlandse huizen met het meest waanzinnige behang, de mooiste streepjesgordijnen en gebloemde lampenkappen. In die settings, opgebouwd uit allerlei verschillende patronen, situeren zij en haar team de modellen, die kleding dragen met ook weer bloem- of streep- of stippatronen. Het resultaat is hallucinerend fascinerend én, heel bijzonder, rustiger voor het oog dan je op basis van deze beschrijving zou denken.

Een prachtig voorbeeld is de manier waarop auteur Ine Boermans in 2022 in verschillende outfits opgaat in zo’n ouderwets interieur en op zeker moment zelfs samensmelt met de beige bank. Of hoe journalist Fidan Ekiz achter een blauw gordijn zit, dat tegelijk een kledingstuk is (2015). Of de foto’s van acteurs Rick Paul van Mulligen (in streepjes-T-shirt voor een bloemetjesgordijn, 2019) en Ramsey Nasr (tegen een William Morris-achtig behang, 2023). Hee, twee mannen. Is dat cliché ook meteen weggewerkt.

Bladvullend bloot

Toch nog even over dat bloot. Weet u nog: de portretten van fotograaf Hans Hiltermann? Die komen in elke terugblik op het Volkskrant Magazine voorbij, maar dat is dan ook geheel verdiend. Want vijf jaar lang, van 2003 tot en met 2008, een deel van het tijdperk waarin fotoredacteur Theo Audenaerd de scepter zwaaide, was het elke week weer spannend welke BN’er deze week weer make-uploos in een bak met onbarmhartig licht was gaan staan, in een vrij letterlijke fotografische vertaling van het ‘Huppeldepup geeft zich helemaal bloot’-interview.

Of, zoals de fotograaf het zelf vijf jaar geleden omschreef in een gesprek met Gijs Beukers in deze krant: ‘Ik wil mensen ontdoen van verleiding en maskers.’ Vandaar zijn voorwaarden: mannen zonder bovenkleding, zodat (alleen) hun blote schouders te zien waren, en vrouwen in een witte top, haren naar achteren, geen opsmuk – en dan frontaal, niet uitzonderlijk flatteus en bladvullend op de cover.

Die aanpak leverde ons, lezers, onder meer de vertederend lichtroze politicus Matt Herben op (‘Je moet in de spiegel kijken, hè’), zieneres Jomanda als ijskoningin en Frans Bauer als een soort ruimtewezen met werkelijk prachtig bruine ogen. O ja, en Bridget Maasland (‘Ik kan mezelf zien als product’), die volgens Hiltermann onder geen beding zonder make-up op de foto wilde en voor wie hij toen maar een uitzondering maakte. Zijn werk voor Volkskrant Magazine is al lang geleden gestopt, maar de opvallende portretten maakt hij nog altijd in zijn speciale studio in Amsterdam, onder de titel YOU.

Covermodellen

In 25 jaar zagen we een heleboel Nederlandse cultuurdragers, politici en mediamakers voorbij komen. Sylvana Simons, Youp van ’t Hek, Kim van Kooten, Arjan Ederveen, Connie Palmen, Freek Vonk, Sophie Hilbrand, Herman Koch – zij verschenen twee, soms zelfs drie keer op de cover. Behalve dat dit iets zegt over hun vermogen om gedurende lange tijd blijkbaar relevant te blijven, is het interessant om hun portretten vanuit een fotografisch standpunt met elkaar te vergelijken.

Neem de uiteenlopende manieren waarop acteur Ramsey Nasr door de jaren heen is vastgelegd. In 2001 (door Wim van de Hulst) als serieuze jonge kunstenaar in warm zonlicht, in 2006 (door Lukas Göbel) alsof-ie zo zijn bed uitkwam: ongeschoren en met lange krullen, een wit hemd en okselhaar, in 2023 als bedaagde verzamelaar van Wunderkammer-curiosa op eerder genoemde foto van Jouk Oosterhof.

Ook leuk is Femke Halsema. In 2005, toen ze fractievoorzitter van GroenLinks was, was dat nog van heel dichtbij, lachend en vrijwel zonder make-up (foto van Cornelie Tollens); een beetje jongehonderig, zoals ook het citaat uit het bijbehorende interview suggereert: ‘Ik ben dwarser geworden.’ Vijf jaar later, nog steeds partijleider en daarin uiterst succesvol, getuige de verkiezingen van 2010, was het beeld (gemaakt door Morad Bouchakour) iets glamoureuzer: een sterke flits, een iets lager standpunt, maar verder nog weinig stilering van buitenaf.

Dat is in 2016 – Halsema is dan politicus af en heeft net haar memoires gepubliceerd – weer heel anders. Robin de Puy, op dat moment Fotograaf des Vaderlands, fotografeert haar staand in een lege studio met losse springkrullen voor haar gezicht, zichtbaar gestileerd en toch ook bevrijd van van alles en nog wat. Uit naam van de fotografie zou Halsema best wel weer eens op de cover mogen.

De ‘laatste’ foto

Het is in dit verband nogal cru om van een fotografische trend te spreken, maar op de cover van het Volkskrant Magazine stonden de afgelopen jaren (vanaf 2016) af en toe bekende mensen die binnenkort zouden sterven of die bij het ter perse gaan van de krant al overleden waren.

Dj/presentator/theatermaker Marc de Hond had daar zelfs persoonlijk de regie in genomen. In mei 2020 stuurde hij een e-mail aan journalist Antoinnette Scheulderman met het verzoek om een interview dat na zijn dood zou moeten verschijnen. Een maand later gebeurde dat. De zwartwit-foto’s bij het interview waren gemaakt door Robin de Puy. Ze toonden het verdriet binnen het jonge gezin en de lichamelijke tol die de ziekte eiste.

Van alle ‘laatste’ foto’s zijn de foto’s van De Hond het meest confronterend, al zullen sommige lezers misschien ook zijn geschrokken van de portretten van televisiekok en restauranthouder Joop Braakhekke. Die gaf in 2016, vlak voordat hij stierf, bijna onherkenbaar vermagerd een interview, waarin hij vertelde dat zijn alvleesklierkanker terug was. Ook deze foto’s, gemaakt door Gerard Wessel, waren in zwart-wit. Dat lijkt de meest vanzelfsprekende en stemmige keuze voor een zwaar onderwerp, al heeft het misschien ook te maken met het dikwijls minder blakende uiterlijk van iemand die binnenkort zal overlijden.

Dat het niet altijd zwaar hoeft, bewijzen de portretten van ontwerper Anthon Beeke en Kunststof-presentator Jellie Brouwer. Beeke poseerde een paar weken voor zijn dood in september 2018 voor de camera van Robin de Puy. Die legde hem en zijn levensgezel, trendwatcher Lidewij Edelkoort, vast op een manier die zowel liefdevol als grappig is. Hij zit aan tafel, zij staat achter hem. Beiden zijn in het zwart gekleed, waardoor ze uit één stuk lijken te bestaan en het bovendien lijkt alsof zij zijn grote hoofd los in haar handen heeft.

Maar de prijs voor de mooiste ‘laatste’ foto gaat naar fotograaf Frank Ruiter en illustrator Paul Faassen. Die werkten samen aan de portretten van Jellie Brouwer, die in het weekend dat haar interview verscheen overleed. Ook hier weer mooie zwart-witfoto’s, die al twee jaar eerder werden gemaakt; vanwege haar ziekte wilde Brouwer niet meer op de foto. Dat oudere beeldmateriaal werd nu versierd door Faassen. En toen stond Brouwer op de cover van Volkskrant Magazine onder een regen van kleurige confetti. Om nooit meer te vergeten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next