Home

Niemand is veilig in Gaza – ook de hulpverleners van UNRWA niet

UNRWA van de Verenigde Naties is voor Palestijnen de enige hulporganisatie die nog enigszins overeind staat. Wel wordt ze continu door Israël verdacht gemaakt en ondermijnd. Hoe is het om er te opereren en tegelijkertijd zo te worden tegengewerkt?

Het ziet eruit als een lekkere deken. Hij is groot en wollig, en vermoedelijk heeft een vluchteling hem ooit meegesleept naar deze school in Gaza om ’s nachts warm te kunnen blijven. Nu wordt de deken gebruikt om de doden in weg te dragen.

Op beelden van Al Jazeera is te zien hoe vele handen een slachtoffer in het zachte textiel wikkelen en naar buiten brengen – weg uit het klaslokaal waar tientallen mensen al maanden op een kluitje leefden en dat plotseling werd gebombardeerd. Huilende vrouwen zoeken hun kinderen, mannen met stof in het haar schudden het hoofd. ‘Plotseling was er een hevige explosie’, vertelt een van hen, ‘en spatten al die mensen in kleine stukjes uit elkaar.’

Over de auteur
Sacha Kester is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over België, Israël en het Midden-Oosten.

Het bombardement op de Al Jaouni-school in Nuseirat op 11 september was de zoveelste tragedie die Gaza het afgelopen jaar te verwerken kreeg. In totaal vielen er achttien doden, voornamelijk vrouwen en kinderen, maar ook zes medewerkers van UNRWA, de VN-organisatie die bijna 75 jaar geleden werd opgericht om Palestijnse vluchtelingen te ondersteunen.

‘Het schoolgebouw is van ons’, vertelt Tamara Alrifai, directeur communicatie en externe zaken van UNRWA, die vorige maand kort op bezoek was in Nederland. Al krijgen kinderen er tijdens de oorlog geen onderwijs meer: de klaslokalen, gangen en de binnenplaats worden nu bevolkt door vluchtelingen. Twaalfduizend mensen in totaal, die hopen dat ze op het VN-terrein veilig zijn. ‘Dat zijn ze echter niet’, zegt Alrifai. ‘Deze school is al vijf keer aangevallen. Vijf keer! Terwijl de Israëliërs weten dat wij in dit gebouw zitten – ze hebben de coördinaten – en dat hier vluchtelingen schuilen.’

Permanent in levensgevaar

Niemand is veilig in Gaza. Mensen verkeren permanent in levensgevaar en kunnen geen kant op – ze rennen van de ene naar de andere gevaarlijke plek, met hun spullen in een tasje en een kind onder de arm, zonder écht weg te komen. Het betekent ook dat ze op elk moment van de dag drones, straaljagers en explosies horen, en dat ze constant beseffen dat de volgende klap hun eigen dood kan betekenen. Of dat van hun kind.

Dat geldt ook voor hulpverleners. Het afgelopen jaar zijn er alleen al 293 medewerkers van de Verenigde Naties omgekomen, van wie er 225 voor UNRWA werkten. ‘Mensen die, net als hulpverleners van alle andere organisaties die in Gaza actief zijn, burgers van voedsel proberen te voorzien, of gewonden proberen te redden’, vertelt Alrifai. ‘Mensen dus, die helpen op een moment dat honderdduizenden burgers in gevaar zijn.’

In april was er veel aandacht voor de dood van zeven medewerkers van de organisatie World Central Kitchen. Het internationale team reed in auto’s met het logo van de hulporganisatie op het dak en had de coördinaten van zijn trip doorgegeven aan het Israëlische leger, maar toch werd het konvooi gebombardeerd. Het Israëlische leger zei later dat het incident met World Central Kitchen ‘een grote fout’ was, die voortkwam uit een reeks vergissingen, en dat werd later bevestigd door een Australisch onderzoek (het konvooi werd geleid door een Australiër): de hulpverleners waren niet met opzet aangevallen.

Vergissingen

Ook Louise Wateridge, woordvoerder van het UNRWA-hoofdkantoor in Gaza, heeft meegemaakt wat het betekent als er een reeks vergissingen wordt gemaakt. Zij werd in juli door Israëlische soldaten beschoten bij een checkpoint. ‘Het leger wist wie we waren en wist precies waar we reisden’, vertelt ze over de telefoon, ‘maar dat was blijkbaar niet goed doorgegeven aan de soldaten van dit bewuste checkpoint. Door stom toeval heb ik het overleefd. Een collega had op het laatste moment besloten niet met dit konvooi mee te rijden, en daarom zat ik voorin, naast de chauffeur. De kogels kwamen op de achterbank terecht.’

Dergelijke fouten maakt het leger vaker; Wateridge weet van meerdere collega’s die in dezelfde situatie hebben gezeten. Wat het werken volgens haar nog onveiliger maakt, is dat de Israëlische overheid veel desinformatie verspreidt over internationale organisaties. De Verenigde Naties worden, op zijn zachtst gezegd, door Israël gewantrouwd, en UNRWA wordt ervan beschuldigd Hamas te steunen – waarover later meer. ‘Dat kan de manier waarop zo’n jonge soldaat bij een checkpoint reageert, beïnvloeden.’

Patroon

De ngo Human Rights Watch ziet zelfs een patroon van hulporganisaties die worden aangevallen nadat zij de coördinaten van hun verblijfplaatsen of hun wagens aan het Israëlische leger hebben doorgegeven. ‘Dat roept ernstige vragen op over de inzet en het vermogen van Israël om zich te houden aan het internationaal humanitair recht’, zegt Tamara Alrifai. ‘Wij roepen dan ook dringend op tot een onafhankelijk onderzoeksorgaan. De feiten moeten worden vastgesteld, er moet verantwoording worden afgelegd en de onschendbaarheid van het internationaal recht moet worden herbevestigd.’

Ondertussen zit de angst onder UNRWA-medewerkers er goed in. Alrifai vertelt dat de kinderen van sommige Palestijnse collega’s in Gaza aan hun ouders vragen om hun UNRWA-vest niet aan te trekken als ze naar hun werk gaan. ‘Het vest zou hen juist moeten beschermen omdat het heel hard schreeuwt: niet schieten, dit is een hulpverlener!’, vertelt ze, ‘maar die kinderen zijn bang dat het hun ouders juist tot doelwit maakt.’

Politiek verdacht gemaakt

In deze oorlog kampen medewerkers van UNRWA echter niet alleen met fysieke bedreigingen: de organisatie zelf wordt ook politiek verdacht gemaakt. In januari stelde Israël dat twaalf Palestijnse medewerkers van de organisatie hadden meegedaan aan de bloedige aanval van Hamas op Israëlische burgers op 7 oktober. Ze zouden hebben geholpen met de logistiek van de operatie, zelf ook Israël zijn binnengedrongen, Israëliërs hebben aangevallen en gijzelaars hebben meegenomen.

Israël kwam niet met bewijs, maar UNRWA liet vol afschuw weten de medewerkers direct te ontslaan en twee onderzoeken in te stellen. Dat was voor belangrijke donorlanden van de organisatie echter niet genoeg. De Verenigde Staten trokken direct hun financiële steun in, en onder andere Groot-Brittannië, Canada, Duitsland, Nederland en Japan volgden. Binnen vier dagen werd er 390 miljoen dollar aan toegezegde fondsen bevroren – en dat in een tijd dat het geld harder nodig was dan ooit.

‘Natuurlijk had ik verwacht dat onze donoren naar aanleiding van deze zware beschuldigingen bezorgd zouden zijn’, vertelt UNRWA-topman Philippe Lazzarini in een interview met The New York Times. ‘Maar alle donaties per direct stoppen? Dat komt neer op collectieve straf voor alle burgers die afhankelijk zijn van ons.’

En dat zijn heel veel Palestijnen, verduidelijkt Alrifai. Om een ruwe schets te geven: voor de oorlog gingen meer dan de helft van alle Gazaanse scholieren (ongeveer driehonderdduizend kinderen) naar UNRWA-scholen. De helft van de bevolking was afhankelijk van de gezondheidszorg die de organisatie in het gebied levert, en evenveel mensen kregen via de UNRWA voedselhulp. De hulporganisatie was naast de Hamas-regering bovendien de grootste werkgever in het gebied, en de salarissen van haar werknemers waren van groot belang voor de lokale economie.

In de weken die volgden, werden de Israëlische beschuldigingen steeds zwaarder: bijna 10 procent van het personeel in Gaza (een kleine 1.200 mensen) zou banden met Hamas of andere terroristische organisaties hebben en daarom zou de hele UNRWA volgens Israël moeten worden opgedoekt. ‘Het is tijd dat de Verenigde Naties en de internationale gemeenschap begrijpen dat de missie van de UNRWA moet eindigen’, zei de Israëlische premier Benjamin Netanyahu tegen een groep VN-ambassadeurs.

Terwijl Israël stelt dat UNRWA is verweven met Hamas, omschrijven medewerkers van de organisatie zelf hun relatie met de machthebbers van Gaza als ‘ongemakkelijk’. Ze hebben ermee te dealen, net zoals talloze hulporganisaties in crisisgebieden over de hele wereld: als je, bijvoorbeeld, hulp wilt verlenen in Afghanistan, zul je zaken moeten doen met de Taliban. Tegelijkertijd komt het grootste deel van de medewerkers zelf uit Gaza, en is het niet ondenkbaar dat een enkeling een dubbele pet op heeft en in deze organisatie probeert te infiltreren, of dat van al die duizenden werknemers iemand door Hamas kan worden gerekruteerd.

In april bleek uit onderzoek naar het integriteitsbeleid van de VN, dat werd geleid door de Franse oud-buitenlandminister Catherine Colonna, dat de beschuldigingen van Israël nergens op waren gestoeld. Een interne waakhond van de VN onderzocht ondertussen negentien medewerkers die volgens Israël betrokken waren bij de verschrikkingen van 7 oktober – ook al heeft Israël het bewijs dat het hiervoor zegt te hebben nooit willen vrijgeven. Negen van de medewerkers, zo werd geconcludeerd, ‘zouden betrokken kunnen zijn geweest’ bij de aanvallen, en zij zijn ontslagen. In negen andere gevallen was er niet genoeg bewijs, en in één geval geen enkel bewijs.

Unicum

De United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East, zoals de organisatie voluit heet, werd in 1949 opgericht om de ongeveer zevenhonderdduizend Palestijnen te ondersteunen die bij de stichting van de staat Israël en de daaropvolgende oorlog op de vlucht waren geslagen. Een unicum. De Palestijnen waren (en zijn nog steeds) het enige volk met een eigen VN-vluchtelingenorganisatie.

Toen enkele jaren later duidelijk werd dat de Palestijnen niet op korte termijn zouden terugkeren, kwam er steeds minder aandacht voor noodhulp, maar werd ingezet op zaken als onderwijs, ziekenzorg, voedselvoorziening en het creëren van banen. Taken die normaal gesproken door een zittende regering worden verricht. Maar zolang er geen politieke oplossing is voor de Palestijnse kwestie, vult UNRWA dat gat.

De organisatie is niet alleen in Gaza actief, maar ook in andere gebieden waar Palestijnen in 1948 naartoe gevlucht zijn: ook op de Westelijke Jordaanoever en in Jordanië, Syrië en Libanon wordt onder andere onderwijs en medische zorg geboden. In totaal zijn er ongeveer dertigduizend Palestijnen in dienst bij UNRWA (van wie 13 duizend in Gaza) als bijvoorbeeld onderwijzer, zorgmedewerker of vuilnisophaler.

Existentiële bedreiging

Het aantal Palestijnen waar UNRWA zorg voor draagt, is in al die jaren blijven groeien: omdat alle nazaten van de oorspronkelijke vluchtelingen ook als vluchteling worden aangemerkt, zijn dat er ondertussen bijna zes miljoen. En dat is precies wat Israël dwarszit: door ook nieuwe generaties te behandelen als vluchteling wordt de problematiek ‘in stand gehouden’, zoals Netanyahu het in 2017 omschreef.

Als al die miljoenen vluchtelingen daadwerkelijk zouden terugkeren, vormen de Joodse Israëliërs niet langer een meerderheid in eigen land, en dat wordt beschouwd als een existentiële bedreiging voor de Joodse staat. ‘Maar UNRWA is niet het probleem’, reageert Alrifai fel. ‘Het punt is dat betrokken partijen en de internationale gemeenschap er maar niet in slagen een politieke oplossing te vinden.’

De meeste landen die begin dit jaar hun steun hadden ingetrokken, komen ondertussen weer met hun donaties over de brug – zoals ook Nederland heeft besloten volgend jaar zijn bijdrage van 19 miljoen euro weer over te maken. Maar de grootste donor, de Verenigde Staten, houdt nog steeds de hand op de knip.

De nek omdraaien

De strijd van Israël tegen UNRWA gaat ondertussen door. Het Israëlische leger, bijvoorbeeld, plaatst regelmatig filmpjes en foto’s op sociale media die moeten aantonen dat de UNRWA is betrokken bij militante activiteiten. Zo werden er tunnels gevonden onder het UNRWA-hoofdkantoor in Gaza, en volgens Israël moet de organisatie daarvan hebben geweten. Volgens UNRWA zelf zijn de mogelijkheden om te monitoren wat er onder de grond gebeurt echter beperkt.

UNRWA-chef Lazzarini gaat ondertussen vol in het offensief: hij spreekt van een ‘bewuste campagne om UNRWA de nek om te draaien’, wat uitermate harde woorden zijn in de diplomatieke wereld.

‘Israël kan UNRWA niet eigenhandig om zeep helpen’, zegt Alrifai, ‘maar het werken wordt ons wel heel moeilijk gemaakt. Er worden bijvoorbeeld nauwelijks visa verstrekt aan onze medewerkers die vanuit Oost-Jeruzalem of de Westelijke Jordaanoever werken. En de Knesset, het Israëlische parlement, bereidt een aantal wetten voor: ze willen ons aanmerken als een terroristische organisatie, en VN-medewerkers hun diplomatieke status ontnemen. Dat kun je niet anders omschrijven dan als een systematische campagne om humanitair werk tegen te houden.’

Tegelijkertijd blijft ze optimistisch. ‘Waar bijna niemand buiten de regio een jaar geleden van UNRWA had gehoord, zijn we nu wereldwijd bekend geworden’, zegt Alrifai. ‘En het lot van het Palestijnse volk, dat al jaren door de internationale gemeenschap werd genegeerd, heeft nu weer alle aandacht.’

En de UNRWA-medewerkers gaan onder onmogelijke omstandigheden door, vertelt ook Louise Wateridge. Ze zijn familieleden kwijtgeraakt en wonen net als bijna iedere andere Gazaan in een tent of bij familie, maar toch verschijnen ze elke ochtend weer op hun werk. ‘Vaak nemen ze hun kinderen mee’, zegt Wateridge. ‘Want als je toch moet sterven, dan liefst allemaal tegelijk. Maar ze staan er! Sommigen omdat ze hun gemeenschap willen helpen, anderen omdat het werk invulling geeft aan hun dag. Je hebt er tenslotte niets aan om in een tent wezenloos voor je uit te staren en na te denken over je verlies.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next