Home

Vieze Turk? Ik ben trots dat ik de kleindochter ben van een gelukszoeker

Hij moest huilen toen ik hem vroeg of hij blij was met zijn beslissing om destijds naar Nederland te komen. Zijn tranen sneden door mijn hart, omdat mijn opa altijd zo’n sterke man was. Toch wilde hij er niet over praten.

In 1968 kwam hij vanuit Anatolië, in het binnenland van Turkije, naar Nederland. Hij had toen al een behoorlijk heftig leven erop zitten. Op zijn 7de werd hij samen met zijn broer plotseling wees. Alsof dat al niet erg genoeg was, werden de broers ook nog door de familie van elkaar gescheiden. En in de jaren vijftig dienden beide broers als soldaat namens Turkije in de Koreaanse oorlog. Na de diensttijd was er nauwelijks werk voor mijn opa en lonkte Europa om te gaan werken.

Over de auteur

Yesim Candan is publicist en columnist. In de maand oktober is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Dus kwam hij naar Nederland, om hier het werk te gaan doen waar de Nederlanders hun neus voor ophaalden. Gastarbeiders noemden we ze. Of: arbeidsmigranten. Het huidige Nederlandse kabinet is daar geen voorstander van, alleen hoogopgeleide migranten zijn welkom. Expats bijvoorbeeld, die we pamperen met belastingvoordelen. Terwijl we juist laagopgeleide arbeidsmigranten nodig hebben om de vele tekorten op de arbeidsmarkt in te vullen.

De komst van deze Turkse pioniers naar Nederland, is niet zonder slag of stoot gegaan. Zij leverden een offer dat de volgende generaties als een splinter in hun identiteit hebben gevoeld. Het waren voornamelijk Turkse mannen die deze stap naar het Westen namen, hoewel er op de transportlijsten die in het bezit zijn van de Nederlandse Turkse Arbeidersvereniging ook enkele vrouwennamen prijken. Fotograaf Cigdem Yüksel maakte onlangs een reportage over deze eerste generatie Turkse gastarbeidersvrouwen.

De gelukszoekers avant la lettre gingen aan de slag in de auto-industrie, bouw, metaal- en scheepsbouw, textielindustrie en schoonmaakbranche. Hier komt ook de term ‘schoonmaakturk’ vandaan. Jammer dat Glorix de kans voor een reclame heeft laten liggen: de Turk is dól op bleek en poetst alles in huis brandschoon ermee.

Uit eenzaamheid zochten velen van hen troost bij Nederlandse vrouwen - wat overigens later, toen hun gezinnen naar Nederland kwamen, nog voor behoorlijke ongemakkelijke situaties zorgde. Of ze zochten hun heil in het Turkse koffiehuis, waar mijn opa vaak te vinden was. Een soort mannensociëteit met thee en backgammon.

Uiteindelijk kwamen hun vrouwen en kinderen in het kader van gezinshereniging naar Nederland en bleven de Turkse gastarbeiders hier. Desondanks was heimwee naar het thuisland een constante factor in hun leven. Terwijl in Turkije de modernisering doorzette, hielden de gastarbeiders in Nederland vast aan het land dat ze achterlieten, waardoor ze nog altijd vaak conservatiever zijn dan hun landgenoten in Turkije. Thuis stond altijd de Turkse televisie op, er werd alleen maar Turks gesproken, alles ademde Turkije uit, maar we woonden in Nederland.

Als kind in een Rotterdamse arbeiderswijk werd ik vaak uitgescholden voor ‘Turk met de lange jurk’. Het straatbeeld werd toen gekenmerkt door vrouwen met een wijde legging en daaroverheen een jurk. Uiteindelijk werd ik verder gedegradeerd tot ‘vieze Turk’. Wat best bijzonder is, aangezien de meeste Turken dus aan een diepgewortelde smetvrees lijden. Behept zonder ook maar enige gêne grapten Nederlanders ook over Turkse vrouwen met snorren. Toch was het klimaat minder polariserend dan nu, omdat de politiek tegenwoordig anders wordt bedreven. Bevolkingsgroepen staan hierdoor lijnrecht tegen over elkaar. Bovendien worden gelukszoekers weggezet als criminelen, enkel omdat ze naar het Westen komen in de hoop op een beter leven.

Verder draaide ons leven alleen maar om die ene keer per jaar met de auto naar Turkije gaan. Dat was het uitje van het jaar: drie dagen heen en drie dagen terug tijden, in één ruk door. En tussendoor dan die wekenlange zomervakantie in het ‘thuisland’. Turkije was dan net een bedevaartsoord voor alle Turken in Europa.

Inmiddels is ‘De Turk’ is gepromoveerd tot iets cools. We vliegen met Corendon naar Curaçao, brengen onze kleren naar de Turkse naaiwinkel en döner is inmiddels een onderdeel van de Nederlandse eetcultuur, met zelfs een eigen variant: de kapsalon. Van Nederturken tot toetterturken, de Turk is niet meer weg te denken uit Nederland. En dat begon allemaal zestig jaar geleden toen de eerste Turkse mannen voet zetten op Nederlandse bodem, net als mijn opa Necati Candan. Ik ben trots dat ik de kleindochter ben van een gelukszoeker.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next