Home

Is de kinderliteratuur aan het versimpelen? En zo ja, is dat erg?

Hoera, het is Kinderboekenweek! Als je naar de bestsellerlijsten kijkt, zou je denken dat kinderen het liefst boeken van youtubers en vloggers lezen. Wat betekent dit voor de kinderliteratuur?

Vloggers Rutger Vink en Thomas van Grinsven hebben samen meer dan twee miljoen volgers. Ook hun boekenserie De avonturen van Rutger, Thomas en Paco, waarin ze schrijven over hun eigen leven en dat van hun hond Paco, is razend populair. Begin september verscheen De safari, het vierde deel in de serie, met een eerste oplage van 87.500 exemplaren. Ter vergelijking: van De GVR van Roald Dahl werden sinds het verschijnen in 1983 in totaal 75 duizend exemplaren verkocht in Nederland.

In 2023 was een eerder deel, Het pretpark, het bestverkochte boek van het jaar. Ook wonnen Vink en Van Grinsven drie achtereenvolgende jaren de Kinderjury-prijs, waarvan kinderen zelf de winnaar bepalen. Volgens critici is de prijs vooral een online marketingmachine die kinderen via YouTube mobiliseert om te stemmen, en zegt hij niets over de kwaliteit van een boek.

Een andere auteur die al jaren hoog in de bestsellerlijst staat, is Hanneke de Zoete. In haar inmiddels meer dan tien delen tellende serie De Zoete Zusjes beschrijft zij de belevenissen van dochters Saar en Janna, die ook een eigen YouTube-kanaal hebben, met meer dan 700 duizend abonnees. Begin dit jaar werd het miljoenste exemplaar van de serie verkocht. In 2023 stonden meerdere boeken van De Zoete Zusjes in de top tien van bestverkochte kinderboeken van het jaar.

Anders dan Hanneke de Zoete schrijven Rutger Vink en Thomas van Grinsven hun boeken niet zelf, maar werken ze met een ghostwriter, Sander Meij. Hij schrijft ook de kinderboeken van youtubers Rik Kleeven en Jesper Weijs, de Rik en Jesper-reeks.

Is het kinderboek aan het versimpelen? En zo ja, is dat zorgwekkend?

Lees vóór

De lijst met bestverkochte boeken zegt niets over de kwaliteit van kinderliteratuur, meent Jeroen Dera, universitair hoofddocent Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Hij zegt wel iets over de vermenging van de internetcultuur met de kinderboekenmarkt: de lijst laat zien dat kinderen via YouTube worden verleid tot lezen. Naast deze populaire boeken verschijnen er ook veel echt literaire kinderboeken, maar die staan niet in de bestsellerlijst.’

Inderdaad staat het overgrote deel van de verkochte kinderboeken niet in de bestsellerlijst die de CPNB, het marketingbureau van het boekenvak, samenstelt op ­basis van verkoopcijfers. In 2023 viel 28 procent van de verkochte gedrukte boeken onder de noemer kinderboeken. Dat zijn meer dan 10 miljoen kinderboeken (in totaal zijn in 2023 43 miljoen boeken verkocht). De boeken in de toplijst van 2023 waren samen goed voor bijna 700 duizend exemplaren: ruim 90 procent van de verkochte kinderboeken komt dus niet voor in de lijst.

Belangrijker dan verkoopcijfers, zegt Dera, is de vraag of de kinderen die de boeken van deze populaire influencers lezen, ook worden vóórgelezen. Bijvoorbeeld uit De boom die een wereld was van Yorick Goldewijk, volgens Dera een van de mooiste kinderboeken van dit jaar. ‘Als je de inhoudelijke rijkheid en het taalniveau van zo’n boek vergelijkt met de populairste boeken, dan zijn de kinderen die met Goldewijk in aanraking komen echt beter af.

‘Ik lees De boom die een wereld was nu zelf voor aan mijn dochters van 4 en 6. De eerste zin van het openingsverhaal is: ‘De luiaard hing al de hele dag roerloos aan zijn tak in de boom.’ Een woord als ‘roerloos’ zal niet snel voorkomen in de boeken van Rutger en Thomas of in de Zoete Zusjes-reeks.’

Maar dat kinderen in hun vrije tijd populaire boeken van vloggers lezen is niet zozeer het probleem, stelt Dera. Een probleem wordt het pas als zulke oppervlakkige boeken systematisch in de schoolse context worden aangeboden. ‘Dat gaat in tegen alle principes van rijk tekstonderwijs.’

In de prullenbak

Eens, zegt basisschoolleerkracht Anne Steenhoff, die dit jaar een vlammend boek over het leesonderwijs schreef onder de titel Een lui letterland – Maar zo krijgen we kinderen weer aan het lezen. ‘Dat is de reden dat ik boeken als De Zoete Zusjes, Het leven van een loser en veel uit Amerika overgewaaide strips als Dog Man, die in de boekenkast van groep 8 stonden, in de prullenbak heb gegooid. Het taalniveau van die boeken is veel te laag.’ Op school ben je om iets te leren en mogen er best eisen worden gesteld aan wat een bepaald kind in een bepaalde groep leest, stelt Steenhoff.

Volgens haar moeten leesplezier en leesvaardigheid dan uit elkaar worden getrokken. ‘Zodra een kind beter kan lezen, vindt het dat vanzelf weer leuker om te doen. Plezier is belangrijk, maar het doel is om kinderen met een basisniveau van taalvaardigheid van school te laten gaan, anders sta je 1-0 achter in de maatschappij.’ Inmiddels, zo luidt de schrikbarende conclusie, loopt een derde van de 15-jarigen het risico om het onderwijs laaggeletterd te verlaten.

Scholen mogen zelf bepalen welke boeken ze in hun schoolbibliotheek neerzetten. Er zijn in het kader van leesbevordering wel wat subsidiepotjes voor scholen met een kansarme leerlingenpopulatie, maar over algemeen krijgen scholen zelf ruim baan om hun onderwijs in te richten en te bepalen hoeveel geld ze aan een schoolbibliotheek besteden. De resultaten zijn slecht. Nederlandse leerlingen lezen steeds minder goed en halen er ook minder plezier uit. Die somber makende conclusie wordt in tal van onderzoeken bevestigd.

‘Wees blij dat ze lezen’

Wees dus blij dát kinderen lezen, zeggen Sanneke van de Pas en Marijn Koets, oprichters van uitgeverij Billy Bones, die onder meer de serie over Rutger, Thomas en Paco uitgeeft. ‘Kinderen krijgen door onze boeken weer plezier in lezen en pakken tenminste weer eens een boek in plaats van dat ze achter een scherm zitten.’

Van de Pas en Koets namen twaalf jaar geleden een kleine uitgeverij over die onder meer Barbie Magazine uitgaf. Hun eerste grote succes was het binnenhalen, in 2014, van de licentie om boeken rondom het computerspel Minecraft uit te geven. ‘De licentie werd aangeboden aan meerdere traditionele uitgevers, maar die hielden de boot af’, zegt Van de Pas.

‘De algemene tendens was dat gaming en computers de vijand van het lezen waren, dus daar moest je als uitgever verre van blijven. Maar wij dachten: we moeten dat juist omarmen: het is een mooie ingang om kinderen te bereiken.’ Inmiddels zijn er meer dan een miljoen Minecraft-boeken verkocht, van handboeken tot leesboeken.

Van elk boek kun je een merk maken, zeggen Van de Pas en Koets. ‘Rutger en Thomas hebben een grote achterban op YouTube, dus dat versnelt het verkoopproces. Maar wij kijken bij al onze auteurs wat je kunt doen om het verhaal te verbreden, of hoe je een wereld rondom het boek kunt maken, zoals met een audioserie of hippe boektrailer.’ Daarvoor hoef je niet per se jong en influencer te zijn, stellen de uitgevers. ‘Dat kan ook met de boeken van een schrijver als Sjoerd Kuyper of Pieter Koolwijk. Het gaat om het verhaal en de wereld eromheen.’

Van de Pas en Koets krijgen geregeld commentaar over de kwaliteit van hun titels. Maar, zeggen zij: voor kinderen die al goed kunnen lezen, zijn er genoeg mooie boeken. ‘Wij proberen kinderen enthousiast te maken die nog niet lezen of er minder plezier in hebben. We willen lezen weer leuk en gaaf maken. Daarom maken we onze boeken zo toegankelijk mogelijk en visueel aantrekkelijk, zodat ze ook worden opgepakt door kinderen die normaal nooit een boek oppakken.’

En daarom zijn hun boeken breed verkrijgbaar, bij boekhandels maar ook bij supermarkten en speelgoedwinkels. De CPNB koos dit jaar twee titels van Billy Bones – Tuf van Tijs van Marle en Het raadsel van de zee van Jonne Kramer – tot ‘kerntitels’ van de Kinderboekenweek. Dit betekent dat veel scholen deze boeken inkopen en er lessen omheen organiseren.

Bijna alle boeken van Billy Bones – ook die van Rutger Vink en Thomas van Grinsven – zijn geschikt voor kinderen met dyslexie. ‘We zetten dat niet groot op de kaft, juist om kinderen niet te stigmatiseren, maar onze boeken hebben meer witruimte, grotere letters, herkenbare woorden.’

Van de Pas en Koets werken daarin samen met Zien in de Klas, een bedrijf dat kinderen met rugzakjes begeleidt op basisscholen door het hele land. Trots zijn ze bij Billy Bones dat hun boeken zo populair zijn. ‘We krijgen veel berichten van ouders die zeggen: mijn kind zit dankzij jullie voor het eerst met een boekje op de bank en niet voor een scherm.’

Elke dag patat

Het argument ‘als ze maar plezier in lezen hebben, maakt het niet uit wát ze lezen’ wordt vaker gebruikt, ook door ouders, leraren en boekhandelaren. ‘Maar we laten kinderen toch ook niet zelf bepalen wat ze eten?’, zegt docent Steenhoff. ‘Want dan eten ze iedere dag patat of pizza. Je gaat ook niet zeven dagen in de week naar McDonald’s met je kind, om dan te zeggen: ze hebben toch íéts gegeten? Als het over eten gaat, snappen we dat wel, maar op het gebied van lezen vinden we dat moeilijk te erkennen.’

Steenhoff is stellig. ‘Je moet de norm zetten voor kinderen. Die wordt bepaald door volwassenen en niet door kinderen zelf. Als een omgeving met boeken in rijke taal voor hen gewoon is, dan zijn ze die andere taalarme en simpelere boeken binnen een paar maanden vergeten, is mijn ervaring.’

Toen Steenhoff vier jaar geleden met die vuilniszak vol stripboeken, Zoete Zusjes, Het leven van een loser en Het leven van een muts door het lokaal ging, keek de klas wel even op. ‘Maar ik heb ze uitgelegd dat die boeken te makkelijk voor ze zijn. Ik zei: ‘Het past qua onderwerp bij je leeftijd maar qua leesniveau niet. Je leert er niet van lezen. Bijna alle kinderen snapten dat zelf ook wel.’

Kinderen willen zich ontwikkelen, zegt Steenhoff. ‘Bijna allemaal willen ze leren. Het zijn geen opstandige wezens.’ De lat moet dus omhoog in plaats van omlaag. ‘We mogen best meer vragen van kinderen. Kinderen passen zich aan en snappen ook dat het uiteindelijk hun eigen vaardigheden ten goede komt.’ Dat Steenhoffs methode vruchten afwerpt, blijkt uit de cijfers. Binnen een half jaar hadden al haar leerlingen plezier in lezen en haalden ze allemaal een niveau boven het streefniveau op het gebied van lezen.

Aantoonbare onzin, noemt ook neerlandicus Jeroen Dera het argument dat het niet uitmaakt wát kinderen lezen. ‘In onderzoeken zien we steeds weer terug dat mensen die rijkere teksten lezen een sterkere woordenschat, concentratie, zelfinzicht en verbeeldingsvermogen ontwikkelen.

‘En nog belangrijker: vorig jaar is er een studie met ruim vijfduizend participanten gepubliceerd waaruit bleek: volwassenen die in hun kindertijd literaire fictie hebben gelezen, dus complexere teksten, hebben een rijker wereldbeeld dan mensen die dat als kind niet hebben gedaan. En zij zijn ook minder geneigd tot gepolariseerd denken. Dus het maakt echt uit.’

Dera kent geen studies die bevestigen dat boeken als De Zoete Zusjes of De avonturen van Rutger, Thomas en Paco aanzetten tot meer lezen. ‘Daarvoor zouden kinderen over een langere periode moeten worden gevolgd.’

Economisch motief

Boekhandelaren die de populaire boeken in grote aantallen inkopen, houden vast aan het adagium van ‘opstapboeken’ en ‘leesplezier’. Voor boekhandelaren speelt vaak ook een economisch motief mee. ‘Ik ben een dief van mijn portemonnee als ik ze niet meer zou verkopen’, zegt Nadine van Ekris van boekhandel Van der Meer in Noordwijk, die tot de beste Zoete Zusjes-verkopers van Nederland behoort. ‘Kinderen kopen deze boeken van hun eigen zakgeld, dat zegt wel wat. Maar bijvoorbeeld opa’s en oma’s raden we andere boeken aan, waarmee kinderen minder gauw in aanraking komen, zoals nu De toch niet zo eenzame tocht van Torre.’

Toch zijn er ook veel boekhandels, voornamelijk gespecialiseerde kinderboekhandels, die de boeken van influencers bewust niet prominent in de etalage hebben liggen, blijkt uit een rondgang. ‘Juist daardoor zien we dat kinderen ook heel andere boeken uitkiezen. Ik ben ook niet afhankelijk van deze boeken voor mijn winst, het is maar een klein percentage’, zegt Antoinette van den Berg van kinderboekhandel de Toverlantaarn in Leeuwarden.

Kinderboekhandels werken vaak samen met scholen en pabo’s, om advies te geven over de boekenkeuze. Scholen met een laag taalniveau en een goede leescoördinator zoeken makkelijke, toegankelijke kinderboeken die goed geschreven zijn, zegt Merit van Wageningen van Jeugdboekhandel Silvester in Leiden, die met meerdere scholen in de omgeving samenwerkt. ‘Al hangt dit soort initiatieven erg af van de school of de docent.’

Boekhandel De Boekenberg in Eindhoven bedient honderden schoolbibliotheken in de regio. Op scholen met een heel laag taalniveau kan dat soms De avonturen van Rutger, Thomas en Paco zijn, om de kinderen die dat graag lezen op gang te krijgen. Op andere scholen mikken ze op boeken met een rijkere taal. Daarnaast verstuurt de winkel jaarlijks zo’n vijf- tot zevenhonderd lesbrieven met suggesties wat met die boeken te doen in de klas. ‘Daarin bespreken we juist de wat uitdagender, rijkere boeken.’

Dat het leesniveau van het gemiddelde Nederlandse kind laag is, heeft ook te maken met ouders die zelf minder lezen, met de leescultuur thuis die is veranderd. Er wordt minder lang voorgelezen en kinderen lezen minder lang in hun vrije tijd. Er zijn meer schermen en minder boeken. ‘Daarin zit ook een ongelijkheid’, zegt Dera. ‘De leesniveaudaling zien we het sterkst in sociaaleconomisch zwakke buurten en plaatsen.’

Niet-lezende pabostudenten

Daarnaast speelt dat een op de vier pabostudenten zelf niet graag leest, blijkt uit onderzoek in opdracht van Stichting Lezen. Dera: ‘De kans dat je leesliefde gaat doorgeven aan kinderen is klein als je zelf niet leest. Mensen die weinig repertoire hebben, grijpen ook vaker terug op wat populair is; die googelen en komen dan bij de bestverkochte boeken uit. Dan krijgt zo’n bestsellerlijst een zelfversterkend effect.’

Dat zie je terug bij de Kinderjury, de publieksprijs voor kinderboeken. Kinderen stemmen op wat ze kennen. In Nederland mogen kinderen uit alle boeken kiezen en dan kiezen ze steevast de populairste titels, of titels die ze al van vorige jaren kennen: veelal series dus. Kinderen komen op die manier alleen met het populaire genre in aanraking.

In Vlaanderen is dat anders. Daar maken volwassenen een voorselectie. Het nadeel van de Vlaamse aanpak is dat de selectie is afgebakend en dat kinderen niet volledig vrij zijn. Het voordeel is dat er mede geselecteerd wordt op kwaliteit, waardoor kinderen worden uitgenodigd om net iets boven hun leesniveau te lezen, en dat is goed voor de leesvaardigheid.

Het Vlaamse systeem lijkt te zijn ingegeven door de wens om leesvaardigheid te promoten en leesbelangstelling op te wekken. Bij de Nederlandse Kinderjury lijkt het meer te draaien om de belangen van uitgevers en boekhandels: de CPNB promoot het Nederlandse boek immers in opdracht van hen, en niet namens scholen en leesbevorderaars.

Lezen cool maken

‘Wij gaan niet over wat kinderen kopen of lezen’, zegt CPNB-directeur Eveline Aendekerk. ‘Wij willen dat mensen naar de boekhandel of bibliotheek gaan, waar boekhandelaren of bibliothecarissen zijn die goed kunnen adviseren welk boek bij iemand past.’

Aendekerk ziet de Kinderjuryprijs als de bekroning van een boek waaruit veel kinderen leesplezier halen. ‘We hebben de Griffels en Penselen, de prijzen die volwassen jury’s uitreiken aan de vooravond van de Kinderboekenweek, maar de Kinderjury moet er ook zijn’, vindt zij. ‘Het is een ander type prijs, het is als de Libris Literatuurprijs versus de NS Publieksprijs.’

Toch wordt de opzet van de Kinderjury komend jaar veranderd, zegt ze, ‘zodat we kinderen wat meer in de breedte naar boeken laten kijken en ze de boeken ook lezen, en niet zomaar stemmen op wat ze herkennen van YouTube.’ Zes scholen gaan nu de top 25 van bestverkochte kinderboeken lezen. Daar komt dan per leeftijdscategorie een top 6 uit, waaruit alle kinderen in Nederland kunnen kiezen.

Aendekerk: ‘We kunnen van alles vinden van de boeken van influencers, maar wat die boeken wel doen is lezen cool maken, zeker voor kinderen die er niet veel mee hebben. Hun idolen praten over een boek. Niet altijd even diepgravend, maar het doet wel iets voor het imago ervan. Dat zie ik ook bij mijn jongste kind van 9 jaar. Dat is niet per se slecht.’

Twee jaar geleden kreeg de CPNB kritiek vanwege de keuze om het Kinderboekenweekgeschenk te laten schrijven door de Australische auteurs van De waanzinnige boomhut. Een serie die sommige critici verguizen om het hoge slapstickgehalte en het feit dat de boeken voor de helft uit plaatjes bestaan, maar die ontzettend populair is, vooral bij jongens. Ook krijgt de serie wel waardering vanwege de vele woordgrapjes, goed vertaald door Edward van de Vendel.

Hoe kijkt Aendekerk daarop terug? ‘Positief, het was een van de succesvolste Kinderboekenweken van afgelopen jaren. Een boekhandelaar zei al: als we een goede Kinderboekenweek willen neerzetten, moeten we Rutger en Thomas vragen voor het geschenk. Dat is een interessant idee, maar hun boeken worden door een ghostwriter geschreven. Traditiegetrouw werken we met geschenkauteurs die zelf hun boeken schrijven.’

Aendekerk benadrukt dat de CPNB deze Kinderboekenweek alles uit de kast haalt om juist de breedte van de kinderboekenliteratuur te laten zien. Van de Kinderboekenweekkrant tot thematitels met bijbehorende lesbrieven voor scholen.

Boekenlijst

Terug naar het onderwijs. Dat er in het basisonderwijs geen richtlijnen voor kinderliteratuur zijn, noemt Dera ‘hoogst problematisch’. ‘Deskundigen op het gebied van leesonderwijs en leesbevordering roepen al jaren: als je wilt dat er iets gebeurt met de leescrisis, zul je als overheid ook een standpunt moeten innemen over de leescultuur op scholen en de rol van jeugdliteratuur op de pabo’s. Dat is iets waar onze overheid altijd vandaan is gebleven. Het motto is: we bemoeien ons niet met de inhoud, die leggen we neer bij de expert en dat is de docent.’

Maar, zegt Dera, ‘helaas moeten we constateren dat te veel docenten in het primair onderwijs in Nederland geen expertise hebben op het gebied van kinderliteratuur. Het is dan in het belang van de kinderen dat een overheid daarop stuurt.’

Is een boekenlijst voor de schoolbibliotheek dan een oplossing? Ja, stelt Dera: elke school zou een door deskundigen samengestelde collectie met boeken in huis moeten hebben, van 250 titels bijvoorbeeld. Dat wil niet zeggen dat kinderen verplicht zijn al die boeken te lezen, maar dat is wel het aanbod waar je het mee te doen hebt. Die collectie moet je dan jaarlijks evalueren en aanvullen. En nee, zegt Dera, ‘daar staan dan geen Zoete Zusjes of De avonturen van Rutger, Thomas en Paco op.’

De tien beste jeugdboeken volgens recensent Pjotr van Lenteren

(op volgorde van lezersleeftijd)

Milja Praagman: OOZ (Leopold; € 15,99; 4+)
Geestig en kleurrijk prentenboek over Mereltje, die naar de dierentuin gaat om mensen te kijken. Ze zijn allemaal heel verschillend, maar lijken toch op elkaar.

Joukje Akveld en Jan Jutte: De ober en de pinguïn (Lannoo; € 14,99; 5+)
Een eigenwijze pinguïn gaat uit eten en krijgt ruzie met een knorrige ober, maar sluit uiteindelijk toch vriendschap met hem.

Bibi Dumon Tak en Barbara Stok: Dit boek is vóór de wolf (Querido; € 16,99; 5+)
Niet iedereen is fan van de wolf, maar Bibi Dumon Tak en Barbara Stok zijn dat wél. Ze leggen in dit licht provocerende prentenboek uit waarom hij zo gaaf is en zo goed voor de natuur.

Yorick Goldewijk: De boom die een wereld was (Ploegsma; € 18,99; 6+)
Licht filosofische en humoristische voorleesverhalen van verschillende boombewoners, zoals de luiaard die ’s nachts stiekem de boel op stelten zet.

David Vlietstra en Yoko Heiligers: De lijst van Violet Sopjes (Gottmer; € 17,99; 10+)
Violet besluit op alfabetische volgorde bij al haar klasgenoten thuis te gaan spelen. Ze beleeft steeds gekkere avonturen. Gebeuren ze nu echt of niet?

Pieter Koolwijk en Linde Faas: Baas van de wereld (Lemniscaat; € 15,99; 10+)
Een positieve kijk op onze mogelijkheden om de wereld te veranderen van Kinderboekenweekgeschenkschrijver Pieter Koolwijk. Deze fijne heruitgave bevat nu het kleurrijke schilderwerk van zijn vaste illustrator Linde Faas.

Tjibbe Veldkamp en Mark Janssen: De jongen die van de wereld hield (Querido; € 17,99; 10+)
Hoogst origineel sprookje over een jongen die er zelf voor moet zorgen dat hij geboren wordt. Zijn toekomstige moeder Zdenka is rechercheur bij de politie en zijn toekomstige vader Vaclav rebelleert tegen het stadsbestuur.

Arend van Dam en Roland Sillem: In oorlog (Van Holkema & Warendorf; € 18,99; 11+)
Arend van Dam, schrijver van informatieve boeken en van huis uit pacifist, bedenkt zich wel drie keer voor hij een boek over oorlogvoeren schrijft. Juist daarom is dit actuele boek zo goed gelukt.

Zindzi Zevenbergen en Hedy Tjin: De reis van Manie Schaafijs (De Harmonie; € 22,50; 11+)
Echt gebeurd: de overgrootvader van illustrator Hedy Tjin introduceerde ijs in Suriname. Terechte winnaar van de Thea Beckmanprijs 2024.

Ted van Lieshout Voor de mooiste (Leopold; € 22,50; 11+)
Ted van Lieshout neemt je mee op reis door delen van de geschiedenis die vaak worden genegeerd en zet bekende gebeurtenissen in een ander, diverser licht. Prikkelende ondertitel: ‘De geschiedenis is van ons’.

Wat zeggen de schrijvers?

Ted van Lieshout (1955), winnaar van de Gouden Griffel en de Theo Thijssenprijs:

‘Zo’n twintig jaar geleden hanteerde de Griffeljury hogere literaire standaarden. Meestal kregen de literaire hoogstandjes goud, soms tot ergernis van de boekhandel, die van zo’n winnaar relatief weinig verkocht. Tegenwoordig kijkt men meer naar toegankelijkheid en herkenbaarheid.

‘Daarnaast heb je favorietenlijstjes, zoals de Kinderjury, de Grote Vriendelijke 100 en de Bestseller 60 van de CPNB. Eliteschrijvers, bijvoorbeeld Toon Tellegen en Joke van Leeuwen, kom je in dat soort lijstjes niet tegen.

‘Dat kinderboekenschrijvers op televisie komen, was vroeger heel gewoon en gebeurt nu alleen als het bekende Nederlanders zijn. Daar springen mooie jongens met een vlotte babbel en een YouTube-kanaal handig op in. En juist die doen het weer goed op favorietenlijstjes.

‘Ik vind het prima dat er ook op die manier aandacht is voor kinderboeken, maar ik ben niet gelukkig met het resultaat. Er ontstaat een nadruk op mainstreamboeken en er ontbreekt een tegenwicht. Toen Toon Tellegen en Joke van Leeuwen Gouden Griffels wonnen, trokken andere schrijvers zich aan hen op: zo wil ik ook schrijven!

‘Ik ben er sterk van overtuigd dat die elitelaag helpt om de kwaliteit van het kinderboek als geheel beter te krijgen. Net zoals bij de Olympische Spelen: landen die investeren in het niveau van sport, gaan met de meeste medailles naar huis. Wat je niet koestert, kwijnt weg.’

Tjibbe Veldkamp (1962), winnaar van de Woutertje Pieterse Prijs en vertaler van de populaire serie Dog Man:

‘Ik vind De Zoete Zusjes totaal zouteloos. Een dieptepunt. Dat moeten kinderen toch ook doorhebben? Zelf ben ik overigens niet van de school die pleit voor alleen maar hoogstaande kinderliteratuur. Ik ben een groot fan van De waanzinnige boomhut: vol plaatjes, maar ook woordgrappen. Daar mag je van vinden wat je wilt, maar ik weet dat veel kinderen blij zijn met lekker foute onderbroekenlol.

‘Het verschil tussen de toegankelijke, humoristische series zoals De waanzinnige boomhut en YouTube-boeken lijkt klein, maar vind ik schrikbarend groot. De rol van marketing heb ik in dertig jaar veel belangrijker zien worden. Vroeger maakte je een boek en als dat bijna van de drukker kwam, gingen de redacteur en de uitgever eens naar de marketingafdeling. Tegenwoordig mag zelfs bij betere uitgevers de marketingafdeling meebeslissen of een boek er überhaupt komt.

‘In zo’n wereld hebben bekende influencers veel macht. Er zijn uitgevers die op zoek gaan naar succesvolle socialemediapersoonlijkheden die nog geen eigen boek hebben. En het systeem corrigeert zichzelf niet: als juffen en meesters niet meer lezen en kinderen hoofdzakelijk in aanraking komen met de boeken waarvoor reclame wordt gemaakt, dan is de kans klein dat ze ontdekken wat er nog meer voor moois is. Daar maak ik me wel zorgen over.’

Kevin Hassing (1984), (stem)acteur en schrijver, won drie keer op rij de Kinderjury:

‘Ik vind de oudere generatie kinderboekenschrijvers soms wel erg negatief. Ik kom pas net kijken: Mus en kapitein Kwaadbaard was mijn debuut. Van de Kinderjury, die ik intussen drie keer heb gewonnen, had ik zelfs nog nooit gehoord. Ik doe veel moeite om in contact te komen met lezers. Ik bezoek scholen, geef voorleesles aan ouders en leraren. En ik heb een team van vijftien kinderen die meedenken over mijn boeken: Team Mus. Zo probeer ik zo veel mogelijk mensen enthousiast te maken voor kinderboeken.

‘Ik vind het nu tijd om wat anders te gaan maken. Een serie is mooi, maar ook beperkend. Ik ben benieuwd of ik nog meer kan. Of ik me herken in de kritiek op Kinderjuryboeken? Ik ben eerlijk gezegd wel verbaasd dat er boeken mogen meedoen die door een ghostwriter zijn geschreven of waaraan redacteuren actief hebben meegewerkt. Dat is trouwens geen geheim, dat staat gewoon in het colofon.

‘Twee andere genomineerde boeken waren vertaald en werden vertegenwoordigd door hun Nederlandse uitgever. Ik keek tijdens de uitreiking om me heen in de zaal en dacht: ik ben hier vrijwel de enige echte schrijver. Maar laten we vooral blij zijn dat er nog steeds veel kinderen zijn die wél graag lezen.’

Top tien bestverkochte kinderboeken in 2023

1.Rutger Vink & Thomas van Grinsven: Het pretpark; Billy Bones
2.Hanneke de Zoete: De Zoete Zusjes moppenboek 2; Kosmos
3.Hanneke de Zoete: De Zoete Zusjes lossen het op; Kosmos
4. Rutger Vink & Thomas van Grinsven: De tijdmachine; Kosmos
5. Rik Kleeven & Jesper Weijs: Rik en Jesper maken er een zooitje van; Kosmos
6. Rutger Vink & Thomas van Grinsven: De magische halsband; Kosmos
7.Hanneke de Zoete: De Zoete Zusjes gaan verhuizen; Kosmos
8.Chez Picthall: Baby ziet…; Oogappel
9.Charlotte Dematons: Sinterklaas; Uitgeverij Dematons
10.Hanneke de Zoete: De Zoete Zusjes moppenboek; Kosmos

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next