Home

Shorttrackster Schulting krabbelt na enkelbreuk stapje voor stapje op: ‘Ik word met de neus op de feiten gedrukt’

Bij de start van het shorttrackseizoen in Thialf wordt Suzanne Schulting heen en weer geslingerd tussen ratio en gevoel. Ze wil wel, maar is nog niet helemaal hersteld van haar enkelbreuk bij de WK van vorige winter. ‘Ik ben constant aan het relativeren, relativeren, relativeren.’

Het is zo’n dag dat wensen en werkelijkheid elkaar in de weg zitten. Suzanne Schulting hoopte op zaterdag in Thialf haar oude vorm te benaderen, maar in plaats daarvan liet ze zich met een bedrukt gezicht knuffelen door haar vriend. Het gaat bij de start van het nieuwe shorttrackseizoen nog niet zoals ze wil.

Ze heeft net een 1.500 meter achter de rug, waarbij ze in de slotrondes door Xandra Velzeboer wordt gepasseerd. Haar jongere ploeggenoot steekt haar met ogenschijnlijk gemak voorbij. Schulting bijt op haar tanden, maar krijgt het gat niet meer gedicht. Wel weert ze zeer kundig de vrouwen die achter haar nog proberen op te schuiven.

Over de auteur
Erik van Lakerveld is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.

‘Ik word hier met de neus op de feiten gedrukt dat ik nog niet de Suzanne ben die ik van mezelf gewend ben te zijn’, zegt ze als ze zich uit de omhelzing heeft losgemaakt. ‘Dat is best wel lastig.’ De nieuwe winter is voor de shorttrackers net begonnen en Schulting kampt nog met de naweeën van de vorige. Toen brak ze op de WK in Ahoy haar rechterenkel in de finale van de 1.000 meter. ‘Ik heb nog nooit van zo’n zware blessure hoeven terugkeren.’

Schulting wordt tweede op de 1.500 meter bij de Dutch Open Shorttrack, een toernooi dat door de Engelstalige naam meer cachet krijgt dan het in de praktijk heeft. Goed, er zijn bij de vrouwen ook Canadezen op het ijs, net als één Kroatische, één Française en één Koreaanse, maar het belang hangt niet af van de internationale tegenstand. Het is voor de Nederlandse shorttrackers vooral een selectiewedstrijd voor de World Tours, voorheen de wereldbeker, die over drie weken in Montréal van start gaan. Voor Schulting is het een eerste meetmoment na maanden van herstel.

Ze is een ongeduldig persoon, zegt Schulting zelf. Ze gaat graag snel en als het even kan nog wat sneller. Vorig seizoen moest ze al zoveel kalmte betrachten nadat ze eerst overreached was geraakt, het voorstadium van overtraind zijn. Daarna kreeg ze het cmv-virus, dat Pfeifferachtige klachten geeft. Toen ze eindelijk weer op het ijs stond, kreeg ze bij een val een schaats in haar rug. Gevolg: een snee van 20 centimeter en opnieuw een tijdje gedwongen rust.

‘Geen fysiek gezeik’

Na al die tegenslagen hoopte Schulting op een mooi WK en daarna eindelijk weer een normale aanloop op de schaatswinter. ‘Geen fysiek gezeik meer. Maar dan begin je met een enkelbreuk en sta je weer 1-0 achter. Dat vond ik vooral heel zwaar: dat ik weer niet met de groep mee kon, dat ik weer een aangepast programma had.’

Haar herstel ging niet langzamer dan de artsen haar voorspeld hadden, maar wel veel minder vlot dan zij wenste. ‘Ik hoopte op het ijs weer honderd procent te zijn, om geen last meer te hebben’, vertelde ze een paar weken geleden. ‘Dat was ergens onrealistisch, maar je moet toch een doel stellen voor jezelf.’

Hoewel de speaker probeert wat sfeer in Thialf te brengen, heeft de Dutch Open Shorttrack toch meer weg van een goed uitgelichte trainingswedstrijd dan van een belangrijk internationaal treffen. Terwijl over de 400-meterbaan kinderen van schaatsclubs uit de regio hun trainingsrondes rijden, staan een kleine honderd toeschouwers langs de shorttrackboarding op het middenterrein te kijken naar de wedstrijd van Schulting.

Ze zien hoe Schulting in de finale van de 1.500 meter de koppositie neemt, het tempo bepaalt. Zo doet ze dat wel vaker, maar de macht die ze er voorheen mee uitstraalde ontbreekt.

Bewegingsvrijheid

Na haar enkeloperatie eind maart kon ze even helemaal niets. Stapje voor stapje vergrootte ze sindsdien haar wereld: voor het eerst met loopgips een stukje wandelen, gips eraf en weer meer bewegingsvrijheid. ‘Ik heb wel veel euforische momenten meegemaakt deze zomer omdat er weer iets mocht: lopen, skeeleren, schaatsen. In het begin zet je hele grote stappen.’ In juni stond ze in het Italiaanse Bormio voor het eerst weer op het ijs. ‘Dat was krankzinnig snel, maar ik kon nog echt niet elke dag schaatsen. Die enkel was nog heel dik.’

Zo rap als het ging in de eerste drie maanden, zo sloom voelde de progressie in de maanden daarna voor Schulting. Haar fietstrainingen liepen goed, ze is in het krachthonk sterker dan ooit, maar op het ijs bleef het zoeken naar stabiliteit. ‘Het was een hele lastige periode voor me. Ik heb ook de gedachte gehad: gaat dit nog wel goed komen?’ Haar moeder, fysiotherapeut, stelde haar op dat soort momenten gerust.

En ondertussen doet die enkel ook gewoon nog pijn. ‘Ik voel het al als ik een klein sprintje moet trekken. Of als het een zware trainingsweek is geweest. Dan voel ik ook bij het wandelen dat het niet lekker zit. Ik voel het altijd.’

Voor de plaatsing voor de World Tour hoeft Schulting zich tijdens de Dutch Open Shorttrack geen zorgen te maken. Zij rijdt zich wel in de selectie, weet al dat ze in Montréal erbij is. En ook dat ze de wedstrijd in Salt Lake City van begin november overslaat omdat ze dan in Nederland wil meedoen aan het wereldbekerkwalificatietoernooi op de langebaan. Ook op de klapschaats wil ze, in een paars Essent-pak, deze winter haar geluk beproeven.

Mindset van jewelste

Een paar dagen eerder, op dinsdag, wandelde ze aan de andere kant van het middenterrein over een magenta-kleurige loper bij de ploegpresentatie van het team van Jac Orie. Ze zegt dat ze nog in de ‘onderzoekende fase’ zit als het op de combinatie van beide disciplines aankomt. Langebaancoach Orie noemde het ‘een puzzel’ en ‘een uitdaging’.

‘We zullen zien hoe het uitpakt’, zei hij, maar evengoed benadrukte hij hoeveel talent op de langebaan hij in haar ziet. ‘Ik weet zeker dat ze een hele goede 1.000 kan rijden. Ik heb testjes van haar gezien en zie hoe ze vooruit gaat.’ Niet onmiddellijk, maar op termijn ziet hij haar groeien naar de wereldtop op de 400-meterbaan, ook op de 1.500 meter. Niet alleen vanwege haar fysieke kwaliteiten. ‘Ze heeft een mindset van jewelste.’

Het is vanwege het gevoel op het ijs dat haar gezicht zaterdag op onweer staat. Schulting is graag dominant. Maar zover is ze nog niet. ‘Ik heb heel veel moeite om op dit moment te accelereren. En dat is juist Xandra’s specialiteit. Zij is heel fit en in vorm. Ik wil me ook helemaal niet met haar vergelijken. We hebben een totaal andere periode achter ons. Ik kijk vooral naar mezelf.’

Worsteling met zichzelf

Met hoe ze in de finale reed, daar kon ze heus wel wat mee. ‘Mijn race-instinct is nog super goed, de lijnen die ik rijd zijn goed.’ Maar de halve finale een dik uur eerder, dat was een veel teleurstellender ervaring. Toen kon ze na afloop haar tranen niet bedwingen, al is dat bij Schulting die haar emoties sowieso niet verbergen kan vaker het geval.

In die halve finale worstelde ze, soms bijna letterlijk, achter de rug van de Canadese Renee Marie Steenge met zichzelf en haar tegenstanders. ‘Er waren veel incidentjes in het racen. Ik ben veel tegen mensen aangereden, heb onnodig krachten verspild. Normaal gesproken red ik me daaruit, plaats ik een versnelling en ben ik weg, maar omdat mijn acceleratievermogen niet op peil is, kom ik daarin veel tekort. Dat zie je dan in zo’n rit waar veel geklungeld en gedaan wordt.’

Ze komt steeds terug op dezelfde conclusie. ‘Fysiek kom ik tekort, maar ik weet ook waar dat vandaan komt.’ De frons op haar gezicht weerspreekt die rationele uitleg. Zo gaat het deze dag. Haar ongeduld steekt telkens weer de kop op, en net zo vaak probeert ze het te temmen. ‘Ik ben constant aan het relativeren, relativeren, relativeren’, zegt ze. ‘Maar mijn gevoel gaat steeds maar op en neer.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next