Heb je net je wintergarderobe uit de berging gehaald en kom je fladderende beestjes tegen of zitten er gaatjes in je wintertruien? Motten nestelen graag in kleding en op donkere plekken. Een expert vertelt aan NU.nl hoe je van deze beestjes afkomt.
Motten zijn er het hele jaar door. Toch kun je het late voorjaar en de vroege herfst als mottenseizoen bestempelen, omdat ze dan hun eitjes leggen. In tegenstelling tot wat je misschien denkt, zijn het niet de motten maar hun larven die aan je kleding knabbelen.
Heb je eenmaal motten in huis, dan kom je moeilijk van ze af. "Sommige motten die in huizen voorkomen doorlopen daar hun volledige levenscyclus", weet Aron Kuiper, bioloog bij het Kennis-en Adviescentrum Dierplagen. De beestjes vliegen binnen, leggen hun eitjes en daar groeit een larf uit die na drie tot zes maanden een volwassen mot wordt. Dan begint het proces opnieuw.
Het beste is om motten buiten te houden. Kuiper raadt horren aan. "Daarmee voorkom je het binnenvliegen van allerlei insecten die overlast kunnen veroorzaken." Er zijn verschillende soorten motten. De zogeheten 'materiaalaantasters' gaan in je kleding zitten. En de 'voorraadaantasters' hebben het op voedsel voorzien.
"Voor voor die laatste variant is goede hygiëne belangrijk", zegt Kuiper. "Sla levensmiddelen op in harde verpakkingen zoals hard plastic, glas of blik." Materialen als zacht plastic en karton zijn niet sterk genoeg om motten tegen te houden. En, tipt Kuiper: maak de harde verpakkingen schoon zodra het eten op is en je gaat aanvullen. Motten zijn vooral gek op producten als meel, kruiden, noten, gedroogd fruit en diervoeding.
Voor kleding geldt: mottenlarven houden van vuil en viezigheid, dus zorg dat ze schoon zijn. Milieu Centraal deelt aan aantal tips:
Heb je de beestjes gesignaleerd, dan zijn er verschillende manieren om van ze af te komen. Kleding met mottengaatjes kun je het beste op 60 graden Celsius wassen en daarna in de zon ophangen. Dat geldt overigens ook voor (wand)kleden en andere materialen die aangetast zijn, zoals gordijnen.
Je kunt je textiel ook naar de stomerij brengen of vier dagen in de diepvries leggen. Motten gaan dood bij een lage (en ook bij hoge) temperatuur. Het moet dan wel minstens -20 graden zijn en je moet de kledingstukken enkele dagen laten liggen (het kan dus zijn dat je de temperatuur van je vriezer iets lager moet zetten).
Milieu Centraal tipt dat je motten ook kunt verjagen met katoenen zakjes gevuld met lavendel of vlierbloesem, kamfer, boerenwormkruid of lievevrouwebedstro. Die geuren vinden ze niet fijn. Wat ook kan helpen: zelf een val maken door in een kartonnen doosje gaatjes van 2 centimeter te prikken en te vullen met onbehandelde wol. Deze doosjes haal je na een aantal weken leeg, en dan kun je ze weer bijvullen met nieuwe wol en de val opnieuw gebruiken.
Lukt het niet de beestjes te verjagen op een dier- en milieuvriendelijke manier, dan kun je altijd nog grijpen naar chemische middelen. Milieu Centraal tipt dan in ieder geval producten te kopen met een keurmerk van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Je herkent zo'n fles aan een nummer op de verpakking dat begint met 'NL' 'EU' of eindigt op 'N'. Verder zegt Milieu Centraal dat je niet moet letten op termen als 'plantaardig', 'natuurlijk' of 'milieuvriendelijk'. Dat zegt niet zoveel bij deze bestrijdingsmiddelen, gif is gif.
Mottenballen neerleggen kan ook. "Die scheiden een gas uit dat giftig is voor motten en mottenlarven en hebben zo een lokale en dodende werking", zegt Kuiper. Hij waarschuwt om goed te letten op de gebruiksvoorschriften. De stoffen in mottenballen kunnen schadelijk zijn voor mensen als je ze op de verkeerde manier gebruikt.