Met NSC is het al bijna een jaar geleden misgegaan: bij de presentatie van het verkiezingsprogramma. De nieuwe partij van Pieter Omtzigt nam daarin op dat er een ‘richtgetal’ moest komen voor een migratiesaldo van maximaal 50.000 migranten per jaar. Het was alsof de auteurs al netjes een stippellijn op de partij tekenden waarlangs die makkelijk zou kunnen scheuren. Anderen hoefden er alleen nog aan te trekken.
Per jaar, was het voorstel, zouden er in Nederland hoogstens 50.000 mensen méér bij mogen komen dan er vertrekken. Hieronder moesten alle soorten migratie vallen: arbeids-, studie-, asiel- en gezinsmigratie. NSC stelde zelfs een wet voor die de regering zou moeten dwingen tot maatregelen, zodra dat aantal in beeld komt.
Tot dan toe had Omtzigt zich onderscheiden met nadruk op bestaanszekerheid, wonen en goed bestuur. En met een sociaal-conservatieve inslag. Dat was ook waar kiezers de partij mee associeerden. Ze werden aangetrokken door zijn betrouwbare imago en de belofte van verandering, weten we uit kiezersonderzoek.
Over de auteur
Kustaw Bessems is columnist en host van de podcast Stuurloos. Hij was 12 jaar journalist voor de Volkskrant en werkt nu als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties. Lees hier onze richtlijnen.
Dus op het moment dat de partij dat harde getal noemde, begaf zij zich op een ander speelveld, gedomineerd door de PVV. En NSC overschreeuwde zich. Want de plannen in datzelfde verkiezingsprogramma boden geen geloofwaardige manier om bij die 50.000 te komen. Voor wat perspectief: het migratiesaldo was het jaar daarvoor 144.000 geweest.
De verkiezingscampagne ging daarna over weinig anders meer dan migratie. Ik wees er vorige week al op dat kiezers migratie pas sinds een jaar in de top drie van belangrijkste thema’s plaatsen. Politici doen graag voorkomen dat zij de wensen van het electoraat vertolken, maar ze hebben andersom ook invloed op wat kiezers belangrijk vinden. En NSC droeg met de valse belofte van het richtgetal bij aan de verwachting dat er snelle, makkelijke oplossingen zijn op migratiegebied.
Intussen bleven er natuurlijk ook kiezers aan NSC hangen om heel andere redenen. En de kandidaten op de lijst waren ook bepaald niet allemaal hardliners op migratiegebied.
Na de verkiezingen had NSC de schade kunnen beperken door glashelder te zijn: we hebben vóór de verkiezingen gezegd dat we niet met een ondemocratische en antirechtsstatelijke beweging als de PVV gaan regeren en daar blijven we bij. Dan was NSC op dat moment vermoedelijk gehalveerd in de peilingen, want de tegen die tijd opgebouwde achterban was hierover verdeeld. Dat was even pijnlijk geweest, maar daarna hadden NSC-Kamerleden aan zegenrijk werk kunnen beginnen, gestaag kunnen bouwen, zich kunnen bewijzen. Coalitievorming was het probleem geweest van Geert Wilders en Dilan Yesilgöz.
In plaats daarvan gedroeg NSC zich in de formatie als een gokverslaafde die zijn verlies maar niet wilde nemen. Onderweg blij gemaakt met waardeloze troostprijsjes als een ‘rechtsstaatverklaring’ en een ‘programkabinet’. ‘Nog één rondje, dit wordt hem, ik voel het!’
Een goede reconstructie van wat zich toen in de NSC-fractie heeft afgespeeld, moet er nog komen. Heeft verantwoordelijkheidsgevoel meegespeeld? Hoogmoed? Baantjesjacht? Een burgemeester-in-oorlogstijd-mentaliteit? Speelde de machtsreflex op, die het lichaam van oud-CDA’ers nooit helemaal schijnt te verlaten? Mijn inschatting is dat al die dingen, bij verschillende NSC’ers, een rol hebben gespeeld. Daar kwam bij dat de leider zich als speelbal van omstandigheden gedroeg. En een schare onervaren, idolate Kamerleden deinde met hem mee.
Je hoort wel zeggen dat het oneerlijk is om vooral NSC er de hele tijd op aan te spreken als dit kabinet bijvoorbeeld noodwetgeving wil misbruiken. Of meertalige borden bij asielzoekerscentra wil zetten met ‘Hier werken wij aan uw terugkeer’ – waar oorlogsvluchtelingen dan ook tegenaan mogen kijken. Maar dat is niet oneerlijk. Als de Partij voor de Dieren hamlapjes zou willen subsidiëren, zou iedereen ook vragen of ze daar gek zijn geworden. En wanneer je als partij je bestaansrecht zegt te ontlenen aan de democratische rechtsstaat en goed bestuur, dan is het niet meer dan logisch dat je erop wordt afgerekend wanneer je een regeerprogramma uitvoert dat in strijd is met grondwettelijke waarden, het parlement buiten spel zet, belangrijke kwesties op de lange baan schuift, de rijksoverheid tot onbetrouwbare partner maakt, adviesorganen en rechters in de vuurlinie plaatst en over kwetsbare mensen heen walst.
Weet je wat Omtzigt vorig jaar in een lezing antwoorde op zijn eigen, retorische vraag of grote problemen met noodwetten moeten worden aangepakt, zoals zijn kabinet nu wil met asielmigratie? Je weet wel, vanwege de acute asielcrisis die in mei in het hoofdlijnenakkoord werd uitgeroepen, maar waarvan het vijf maanden later nog niet is gelukt overtuigend te onderbouwen hoe acuut die wel niet is? ‘Nee, nee en nog eens nee’, waren zijn woorden.
NSC probeert dingen te verenigen die niet te verenigen zijn. Dan nu niet piepen.
Een blik op de huidige peilingen leert dat de partij riskeert een eendagsvlieg te worden. Dat Omtzigt ziek thuis zit, is heel vervelend en helpt natuurlijk niet. Maar wat gaat er toch om in de hoofden van al die andere NSC’ers? Een NSC-minister breekt de belofte dat Afghaanse bewakers die Defensie en de Nederlandse ambassade in Kabul hebben ondersteund naar Nederland mochten komen, over behoorlijk bestuur gesproken. En een NSC-Kamerlid komt in reactie daarop niet verder dan ‘wat een duivels dilemma’.
Je vraagt je af of het nog de prijs voor verkeerde inschattingen is, die NSC’ers nu betalen, of dat het inmiddels de prijs voor lafheid is.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant