Home

Over de hele wereld wordt het steeds moeilijker om politieke partijen in één begrip te vangen

‘Moet ik de AfD nu radicaal-rechts of extreemrechts noemen?’, wilde onze correspondent in Berlijn, Remco Andersen, weten. Hij was in Amsterdam voor de correspondentendagen, waarbij alle Volkskrant-correspondenten van over de hele wereld terugkeren naar Amsterdam. De Duitse geheime dienst noemt de partij ‘extreemrechts’, maar sommige lezers vinden dat te stigmatiserend. AfD’ers worden zo te snel in de nazi-hoek geduwd, vinden ze.

‘En wat doen we met Rassemblement National?’, vroeg Eline Huisman, correspondent in Parijs, zich af. In Frankrijk wordt deze partij extreem-rechts genoemd, moeten we dat dan niet volgen? Of moeten we juist aan de Nederlandse definitie vasthouden?

Volgens deze definitie zit het verschil tussen radicaal-rechts en extreemrechts in de verhouding tot de democratie. Radicaal-rechtse partijen respecteren die, extreemrechtse partijen willen die omverwerpen – desnoods met geweld.

De vraag is ook hoe absoluut de links-rechtsschaal is. Zijn er harde criteria om links en rechts te definiëren? Of is een partij altijd alleen maar links of rechts ten opzichte van een ander? Wij willen vooralsnog vasthouden aan harde criteria, om te voorkomen dat radicale standpunten normaliseren. Maar hoe beschrijf je de Deense partijen dan, die inmiddels zonder uitzondering voorstander zijn van een streng immigratiebeleid dat we van oudsher rechts noemen? De sociaal-democraten zijn daar inmiddels het allerhardst op immigratie. Moeten we die dan ook rechts noemen?

Is het verschil tussen links en rechts überhaupt nog bruikbaar? Veel populistische partijen zijn rechts op migratie, maar links op sociaal-economische onderwerpen. Andere partijen zijn links op sociaal-economische onderwerpen maar cultureel conservatief (Denk in Nederland bijvoorbeeld).

‘In de VS speelt links-rechts helemaal geen rol’, zei Maral Noshad Sharifi. De politiek wordt daar ingedeeld op de liberal-maga, of de conservative-progressive schaal. ‘In China ook niet’, zei Leen Vervaeke, daar is totalitair-minder totalitair de enige schaal die van belang is. ‘In Brussel worden partijen tegenwoordig vooral ingedeeld in Europees-anti-Europees’, voegde Marc Peeperkorn eraan toe.

Populistische partijen zijn vormelozer dan traditionele partijen, die op een duidelijk ideologie gegrondvest zijn. Dat maakt het lastiger ze in één begrip te vangen. Het zijn vaak vergaarbakken van standpunten uit verschillende ideologische hoeken.

Ze zijn ook vormelozer in hun organisatie, waardoor het lastig is te achterhalen wat ze echt willen. Moeten we een partij typeren op basis van de uitspraken van haar leiders? Of op het partijprogramma? (Vaak is die tweede extremer, zoals de in het geval van de PVV, maar soms ook minder extreem.) Of moeten we een partij typeren op basis van hun uiteindelijke daden? (De regering-Meloni in Italië is uiteindelijk veel minder radicaal dan haar partijprogramma, of haar uitlatingen in de campagne.) Of moet je vooral kijken naar de wortels en oprichters van de partij? Zitten daar oud-nazi’s of andere doorgewinterde racisten bij?

Is het niet veel belangrijker om partijen vooral te beschrijven aan de hand van hun rechtsstatelijkheid? Moeten we niet vooral onderscheid maken tussen partijen die de rechtsstaat hoog houden enerzijds (gelijke rechten voor iedereen, bescherming van minderheden) en partijen die de rechtsstaat eerder een hindernis vinden en dus willen verzwakken? Is dat in de huidige tijd niet het meest wezenlijke onderscheid?

Het is te vroeg voor definitieve antwoorden maar we zullen de komende tijd wel proberen om meer classificaties en schalen te hanteren dan de klassieke links-rechtsindeling.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next