Home

Japan steekt miljarden in terugkeer op mondiale chipmarkt

Chipfabrieken Japan investeert volop om weer een wereldmacht te worden in de chipproductie. Voor fabrikanten geldt het land als een veilige optie in de economische strijd tussen China en de Verenigde Staten. Of Japan voldoende buitenlands talent weet aan te trekken, is nog de vraag.

Van je auto tot je telefoon, computerchips zijn niet meer weg te denken. Tot in de jaren tachtig kwam de helft ervan uit Japan, maar inmiddels is nog slechts een op de tien chips van Japanse makelij. Yoshiaki Takayama, onderzoeker bij het Japan Institute of International Affairs, stelt vast: „We waren het grootste chipland ter wereld, en daar waren we trots op. Maar die plek als nummer één gaan we niet meer terugwinnen.”

Toch wil Japan weer een wereldmacht worden in computerchips. Het investeert daarom nu tientallen miljarden euro’s in de sector. Tegen de achtergrond van de strijd tussen China en de Verenigde Staten om technologische hegemonie, en daaruit volgende handelsbeperkingen, blijkt Japan inderdaad een aantrekkelijk alternatief voor nieuwe chipfabrieken. „Buitenlandse en Japanse chipmakers investeren hier weer flink in de productie”, aldus Takayama.

„De Japanse overheid doet haar best de chipproductie te stimuleren”, vertelt Natsuki Kamakura, universitair hoofddocent aan de universiteit van Tokio. Met behulp van miljardensubsidies heeft, bijvoorbeeld, de Taiwanese chipfabrikant TSMC in samenwerking met Sony een fabriek gebouwd in de stad Kikuyo, in de zuidelijke provincie Kumamoto. De productie is er vorig jaar op kleine schaal begonnen en de komende jaren is het de bedoeling die flink te verhogen. Uiteindelijk zullen er 1.700 mensen werken.

Bouw en aanloop van de productie zijn zo voorspoedig verlopen dat de bedrijven al een tweede faciliteit plannen. Voor beide fabrieken verstrekt de Japanse overheid bijna 7,5 miljard euro steun. TSMC, ’s werelds grootste chipmaker, trekt er 18 miljard euro voor uit en ook het Japanse Sony-concern investeert miljarden in de nieuwe productielijnen.

Volgens Kamakura heeft de bouw van de nieuwe fabrieken veel gunstige effecten. „Het is niet alleen goed voor de Japanse industrie. Dit soort fabrieken hebben veel ruimte nodig, dus je moet ze op het platteland bouwen. Door vergrijzing en een gebrek aan werk lopen kleinere gemeenten daar in rap tempo leeg. Als daar dan ineens goedbetaalde banen komen, trekt dat jong talent uit de stad en stimuleert dat de lokale economie.”

De gemeente Kikuyo, het provinciebestuur van Kumamoto en de nationale overheid trekken alles uit de kast om een ‘ecosysteem’ te creëren voor de chipmakers. Om ze met maatwerk te helpen, is de wet zo aangepast dat landbouwgrond gemakkelijker een andere bestemming kan krijgen. De gemeente heeft de lokale vervoermaatschappij gevraagd een extra station te bouwen. Bouwbedrijven hebben snel vergunningen gekregen voor woningbouw in de buurt. En inmiddels staat een internationale school in de steigers die de kinderen van buitenlandse werknemers moet onderwijzen.

Volop steun

Professor Tsuyoshi Usagawa, vicerector van Kumamoto Universiteit, vertelt dat zijn instelling dit jaar een aparte faculteit heeft opgericht. Zo kan zij meer mensen opleiden voor de opkomende chipindustrie in de regio. Als voorzitter van de commissie voor onderwijs is Usagawa met een groep collega’s een nieuwe opleiding begonnen voor chipontwerp en -productie. Daarbij krijgt hij volop steun: „Vanuit de overheid, die onze opleidingen versneld heeft gecertificeerd. En ook vanuit de industrie. Zo is een van onze professoren een voormalig topman bij Sony. Onze studenten mogen dankzij hem gebruik maken van hun productiefaciliteiten om onderzoek te doen.”

Zulke samenwerking is essentieel, vertelt Takayama: „Een van de redenen dat Japan nu aantrekkelijk is voor chipmakers, is dat alle voorwaarden voor een goed ecosysteem aanwezig zijn. Je ziet dat het in andere landen minder vlot verloopt, zoals in de Verenigde Staten.”

Takayama doelt op de nieuwe fabriek die TSMC in Arizona bouwt, met tientallen miljarden dollars steun van de overheid. De opening, gepland voor 2026, is inmiddels vertraagd tot 2028. De oorzaak is meervoudig: het is moeilijk de weg te vinden in het woud aan gemeentelijke, staats- en nationale regels, er is gebrek aan mensen de ingewikkelde chipmachines kunnen installeren. En materialen die nodig zijn om de productie te starten, zijn slecht leverbaar.

In Japan is dat volgens Takayama anders. „Veel materialen die nodig zijn om chips te maken, komen hier vandaan en zijn dus makkelijk te leveren. Bovendien zijn de bouwregels overzichtelijk.”

De fabriek van TSMC en Sony in provincie Kumamoto ging afgelopen februari open, precies volgens planning. Volgens de bedrijven kunnen ze 60 procent van hun materialen en machines in Japan zelf kopen. Dat is efficiënt en het bevordert tegelijk de groei van de binnenlandse chipindustrie. Oud-premier Fumio Kishida benadrukte dat bij de opening van de fabriek: „Dit gaat een enorm domino-effect hebben op de Japanse economie.”

Lage arbeidskosten

Takayama ziet de groeiende belangstelling van chipmakers voor vestiging in Japan mede als een gevolg van de opstartproblemen in de VS. „In Japan is de werkethiek vergelijkbaar met die van de Taiwanezen: georganiseerd, doelgericht. En bedrijven ontvangen veel steun bij het opstarten. Niet alleen financieel, maar ook qua wetgeving en vergunningen. Dat is precies wat je nodig hebt om een chipfabriek te bouwen en draaiende te houden.”

Professor Usagawa wijst erop dat Japan sinds jaar en dag de kennis heeft om chipfabrieken te bouwen en te onderhouden. „Al sinds we marktleider waren in de vorige eeuw.”

Dat gaat terug op de jaren vijftig, toen Amerikaanse fabrikanten goedkope productielocaties zochten. Het naoorlogse Japan leende zich daar perfect voor, met zijn lage arbeidskosten, gulle overheidssteun en bouwvergunningen die soms in luttele minuten werden goedgekeurd.

Japanse producenten als NEC, Toshiba en Hitachi maakten uiteindelijk zo voortvarend chips dat ze samen in de jaren tachtig de Amerikaanse productie overvleugelden. Mede hierdoor begonnen beleidsmakers in Washington zich af te vragen of uitbesteding naar Japan wel zo gunstig was. Chipmakers in de VS klaagden inmiddels over Japanse chipdumping.

Toen bekend werd dat Toshiba geavanceerde technologie had verkocht aan de Sovjet-Unie, was het hek van de dam. In 1986 dwongen de VS de Japanners — sterk afhankelijk van hun afzet in de VS — feitelijk een handelsovereenkomst over chips te tekenen. Het leidde tot Amerikaanse importtarieven van 100 procent op Japanse chips.

Een jaar later beklom een groep Congresleden de trappen voor het Capitool in Washington en sloeg met hamers een Toshiba-radio kapot. Het kwam symbool te staan voor de slagen die de Japanse chipindustrie in de jaren daarop te verduren kreeg. Het Japanse marktaandeel kromp van meer dan 50 procent in de jaren tachtig tot minder dan 10 procent in 2023.

Essentiële rol

Terwijl Japanse producenten Amerikaanse klanten verloren, vingen fabrikanten elders in Azië haastig de groeiende vraag naar chips op. Het droeg bij aan de snelle ontwikkeling van onder andere TSMC en het Zuid-Koreaanse Samsung, die hun chips jarenlang tegen veel lagere importheffingen konden exporteren naar de VS.

Hoewel Japan nog evenveel chips maakt als in de jaren tachtig, is zijn aandeel op de explosief gegroeide markt gekelderd. Toch vervult het land nog een essentiële rol in de chipsector, stelt onderzoeker Takayama. „Onze bedrijven zijn zich gaan toeleggen op specifieke processen in de chipfabricage.” Een voorbeeld is de productie van ‘wafers’ (de schijven waarop chips worden geëtst) met hoge zuiverheid. „Shin-Etsu Chemical is het enige bedrijf ter wereld dat deze schijven op grote schaal met 99,99 procent zuiverheid kan produceren”, vertelt hij. En zo kent hij meer bedrijven met „een onvervangbare rol in de internationale toeleveringsketen”. Hitachi High-Tech bijvoorbeeld bedient 70 procent van de markt voor meetinstrumenten en Tokyo Electron maakt meer dan 80 procent van de machines waarmee lichtgevoelige chemicaliën op wafers worden aangebracht.

Volgens het Japanse ministerie van Economie, Handel en Industrie hebben Japanse bedrijven 48 procent van de markt in handen voor dat soort geavanceerde chemische stoffen. Nummer twee is Taiwan, dat met 16 procent marktaandeel op ruime afstand volgt.

Arbeidstekorten

Japan heeft echter ook problemen. „We worstelen met toenemende arbeidstekorten”, vertelt universitair hoofddocent Kamakura. Door de sterke vergrijzing komt het land, volgens het Recruit Works Institute in Tokio, 11 miljoen werknemers tekort in 2040, op een beroepsbevolking van 58 miljoen mensen. Naar schatting van de Japanse Vereniging voor Elektronica & Informatietechnologie heeft de chipindustrie de komende tien jaar minimaal 43.000 extra mensen nodig.

Daarom probeert Japan buitenlands personeel aan te trekken. Inmiddels huisvest het ruim drie miljoen buitenlandse werknemers — voor wie het overigens moeilijk blijft een permanente verblijfsvergunning te krijgen. Verreweg de meesten hebben werkvisa voor een, drie of maximaal vijf jaar. Politieke wil om dit systeem te veranderen is er niet. De meeste parlementsleden zijn tegen permanente verblijfsvergunningen voor buitenlanders uit angst voor massa-immigratie.

Dat maakt het moeilijk om buitenlands talent aan te trekken dat zich voor de lange termijn wil vestigen, zegt Kamakura. De lage yen en stagnerende lonen maken de Japanse arbeidsmarkt er niet aantrekkelijker op. „Er is maar één manier om dit op te lossen”, stelt Takayama. „Meer geld. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.”

Professor Usagawa vertelt dat zijn universiteit mensen probeert te lokken door het gespecialiseerde onderwijsaanbod. „We hebben inmiddels studenten uit Indonesië, Bangladesh en zelfs Afghanistan.”

Het is de bedoeling dat de studenten straks in de regio aan de slag gaan. „Maar als dat niet lukt, kunnen ze met de kennis die we meegeven overal terecht, of dat nou in Japan of in hun thuisland is. Al willen we het liefst dat ze hier blijven.”

Dat kan hoofddocent Kamakura beamen. „Zeker nu de investeringen toenemen, zal de vraag naar werknemers die gespecialiseerd zijn in chipproductie, alleen maar groeien. De vacaturesites staan nu al bomvol.”

Volgens de krant Nikkei staat er tot 2029 nog voor 30 miljard euro aan investeringen in de Japanse chipsector gepland, door bedrijven en overheid. Voor de periode 2022-2025 trok de Japanse overheid al zo’n 24 miljard euro uit ter ondersteuning van de chipsector, 0,71 procent van het bbp. Ter vergelijking: in Duitsland is dat 0,41 procent, in de VS en Frankrijk 0,21 respectievelijk 0,2 procent.

Een van de grootste nieuwe projecten is Rapidus, een chipmaker die is ontstaan door samenwerking van elektronica- en communicatieconcerns NEC, NTT, Softbank, Sony, Kioxia, automakers Toyota en Denso, en MUGF Bank. Rapidus heeft bijna 8 miljard euro startsubsidie gekregen van de overheid en 36 miljard euro van de genoemde bedrijven. In samenwerking met het Amerikaanse techbedrijf IBM, en met chipmachines van het Nederlandse ASML, hoopt het in 2027 de meest geavanceerde computerchips ter wereld te kunnen maken.

Nieuw leven

Mogelijk is het een dure gok. „Om rendabel te worden, moet het snel en op grote schaal gaan produceren”, weet Takayama. Maar Rapidus zit met een cruciaal probleem: „Het heeft nog geen klanten. Dan kom je niet ver.”

Intussen bouwt Shin-Etsu voor het eerst in 56 jaar weer een fabriek in eigen land en gaat Tokyo Electron een productielijn in Noord-Japan starten. Micron Technologies is van plan, met 1,2 miljard euro Japanse overheidssteun, een fabriek te bouwen in Hiroshima, Samsung investeert 260 miljoen euro in een onderzoekscentrum in Yokohama. ASML opent een nieuw kantoor in Hokkaido.

„Japan is er dus al in grote mate in geslaagd zijn chipindustrie nieuw leven in te blazen”, zegt Kamakura. En met een formule die simpel lijkt, zegt Takayama: „Overheidsinstanties die meewerken, makkelijke bouwregels, werknemers die gespecialiseerd zijn in de chipproductie en een soepele toelevering van de machines en materialen die nodig zijn in een fabriek. Dat maakt Japan aantrekkelijk voor chipmakers.”

Usagawa is het daarmee eens: „In principe zijn we terug van nooit weggeweest.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief‘Voorkennis’

Twee keer per week stuurt de economieredactie een nieuwsbrief met daarin hun analyses over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next