Home

Ik schrok ervan: een natuurwandeling met mensen van kleur kon alleen doorgaan met een beveiliger

Natuur lijkt iets voor oudere en vooral witte mannen (en steeds meer vrouwen). De wereldwijde beweging Flock Together probeert mensen van kleur de natuur in te brengen.

Je hebt geen verrekijker nodig om het zelf te zien: de biodiversiteit is ver te zoeken onder natuurliefhebbers. Alleen maar witte mensen in het veld. Waarom dat zo is, was mij lang een raadsel. Ook daarom was ik aangenaam verrast toen zich enkele jaren geleden een tegenbeweging ontwikkelde.

Weliswaar was de aanleiding triest: de racistische moord op de Afro-Amerikaanse George Floyd in 2020 en de opkomst van de Black Lives Matter-beweging. Google ook even op ‘Christian Cooper Central Park’. In die dagen vonden twee Britse vogelaars, Ollie Olanipekun en Nadeem Perera, elkaar. Ook zij zagen de monocultuur van witte mensen in het veld.

Ze richtten Flock Together op, een beweging voor mensen van kleur om gezamenlijk de natuur op te zoeken. Waarom die dat niet allang deden? Vogels kijken was in hun kringen niet ‘cool’, ‘het beeld dat erbij hoorde was oud, wit en ingedut’, schrijft Olanipekun in hun boek Outsiders – De natuur is van jou.

In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.

Hun initiatief slaat aan: wereldwijd kregen zij al vele duizenden volgers. Wandelen, vogels kijken en onderlinge contacten drijven hen bijeen. Ook in Nederland lijken plannen te bestaan voor een Flock Together.

Wat hen bindt: ze voelen zich in de natuur niet welkom. In hun boek leggen de auteurs gedetailleerd uit dat dat geen toeval is, maar een historische, raciale achtergrond heeft. Grofweg: genieten van de natuur is van oudsher een luxe voor witte mensen.

Met licht militante trekjes moedigen ze hun lezers aan om er – samen – op uit te gaan. ‘Wees niet bang voor al die omhooggevallen witte lui uit de midden- en bovenklasse die hun neus voor je ophalen als je door hun straat loopt’. Conclusie: ‘Zwarte en bruine mensen horen wél thuis in de natuur.’

Hear hear.

Afgelopen weekend waren Olanipekun en Perera, sprankelend en gedreven, aanwezig op het Utrechtse literaire festival ILFU, vanwege de Nederlandse vertaling van hun boek. Ze hielden onder meer een stadswandeling om met deelnemers stadsvogels te ontdekken. ‘Deze wandeling is alleen voor mensen van kleur’, meldde de uitnodiging.

Omdat dat laatste me weinig biodivers leek, plaatste ik er op X een vraagteken bij. Dat had ik niet moeten doen. Daar was de #ophef, het stukje op GeenStijl (dat nog bleek te bestaan) en daar waren opgewonden Kamervragen van de PVV. Honderden onfrisse vrienden ‘rijker’ zag ik het stormpje overwaaien.

Hoewel: het ILFU werd bedolven onder de drek, paste de aankondigingstekst aan en zag zich genoodzaakt de wandeling vanaf een geheime plek te starten – mét beveiliger.

Ik was erbij toen ruim dertig mensen van kleur zich langs een gracht vergaapten aan halsbandparkieten, kauwtjes en een puttertje. Ik hield me desgevraagd op de achtergrond. Derhalve was ik een van de drie deelnemers die hoorden hoe een witte man bij het passeren van de sliert gekleurde vogelkijkers net te hard tegen zijn vrouw zei: ‘Is het al weer Sinterklaas?’

‘Dit is dus wat wij altijd meemaken’, legde een deelneemster uit.

Noem me naïef, maar ik schrok ervan. Van de reacties op die tweet, van de alledaagsheid van racisme.

Vogels kijken is het vieren van verscheidenheid en verschillen. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd: de natuur is voor iedereen. Maak er geen mijnenveld van.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next