Terwijl de nieuwe bewindslieden zich op de borst slaan hoe goed Nederland internationaal meedoet, voert het kabinet een beleid dat ons land juist kleiner maakt.
Caspar Veldkamp, minister van Buitenlandse Zaken, in Washington: ‘Nederland is geen grootmacht, maar het is wel relevant en krijgt dingen voor elkaar.’ Premier Dick Schoof bij diezelfde Navo-top: ‘Nederland is natuurlijk niet de allerbelangrijkste speler op het wereldtoneel, maar je merkt dat we zeer gewaardeerd worden.’ Veldkamp: ‘Nederland bokst echt boven zijn gewicht als het om Oekraïne gaat, het leiderschap van Nederland valt echt op.’
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Premier Schoof bij de VN in New York: ‘Nederland is gewoon echt heel erg in the picture.’ Veldkamp: ‘De Nederlandse inzet wordt enorm gewaardeerd. Ik kom net uit een vergadering over Soedan. Verschrikkelijke oorlog, verschrikkelijke slachtoffers en verkrachtingen, rechten van vrouwen en meiden die vreselijk onder druk staan. En dan zie je dat je daar ook weer een hoofdspreker bent.’
Het moge duidelijk zijn, aan valse bescheidenheid zal het kabinet-Schoof niet ten onder gaan. De teneur is telkens dat Nederland een behoorlijk deuntje meeblaast in de internationale diplomatie. Van oudsher heeft Nederland inderdaad een sterke internationale oriëntatie waarbij eigenbelang altijd is samengesmolten met verheven idealen. Dit is immers het land waar de ‘ethische politiek’ uit de koloniale tijd naadloos overging in een voortrekkersrol op het gebied van ontwikkelingshulp.
Toch klinkt de zelffelicitatie vreemd uit de mond van bewindslieden die pas net zijn aangetreden en (om hun eigen woorden te lenen) nog niks voor elkaar gebokst hebben. Ze erven de internationale positie die Nederland heeft opgebouwd in de voorgaande kabinetten-Rutte.
En terwijl we retorisch pieken, wordt Nederland internationaal al snel kleiner en kleiner. Nadat Rutte, na een jarenlange leerschool, eindelijk doorhad hoe belangrijk de EU is voor de Nederlandse economische en veiligheidsbelangen, zitten we in dit door de PVV gedragen kabinet direct weer in de ‘We want our money back’-benadering. Ook het hameren op opt-outs onderstreept de populistische slinger die het buitenlandbeleid heeft gekregen.
Minstens zo droevig zijn de grote bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking, die nog zijn verergerd door de koppeling los te laten met de groei van het bbp. Dit is een cruciale poot van het buitenlandbeleid in een wereld die juist schreeuwt om meer fondsen om de gevolgen van rampen, honger, en klimaatverandering op te vangen en waarin tegelijkertijd sprake is van toenemende geopolitieke instabiliteit en rivaliteit. Dan helpt het als je je mooie woorden kunt waarmaken met actie.
Dit kabinet is terecht trots dat Nederland eindelijk 2 procent van zijn bbp uitgeeft aan defensie en dat het een voortrekkersrol wil blijven spelen in Oekraïne. Maar ook hier is grote reden tot zorg. Dit kabinet rust op steun van de PVV, een partij die zeer sceptisch blijft over steun aan en inniger relaties met Oekraïne. Elke nieuwe verkiezingswinst van radicaalrechts in Europa die die steun verder in gevaar brengt, wordt toegejuicht door de PVV. Daarmee is ook de Nederlandse steun voor Oekraïne plotseling veel brozer geworden.
En als klap op de vuurpijl bewijzen de nieuwe bewindslieden direct uit welk hout dit kabinet gesneden is door een laatste groep Afghaanse bewakers de deur te wijzen. Dit kabinet slaat zichzelf op de borst als de Hulk van de kleine landen, maar in werkelijkheid kijken we naar een oude B-film uit Hollywood: The Incredible Shrinking Man.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant