Het leger van Israël heeft al decennialang aanzienlijk meer geld tot zijn beschikking dan dat van aartsvijand Iran. Ook al heeft Iran zijn raketarsenaal de laatste jaren flink uitgebreid, Israël wist de grote luchtaanval van afgelopen week zonder al te veel schade te weerstaan.
Dinsdagavond hield de westerse wereld opnieuw de adem in: voor de tweede keer in een half jaar viel Iran Israël direct aan. Volgens het Israëlische leger schoot Iran zeker 180 ballistische raketten af. Dat waren er meer dan bij de vorige Iraanse aanval in april. Ook Rusland zette in de oorlog tegen Oekraïne nooit op één dag zoveel raketten in.
Dat de Iraanse aanval Israël amper schade berokkende, was opnieuw een teken dat het Israëlische leger in staat is het land te beschermen. Afgaand op militaire investeringen is Iran voor Israël geen partij. Het Israëlische defensiebudget lag vorig jaar ruim tweeënhalf keer zo hoog als dat van Iran, blijkt uit cijfers van het Stockholm Instituut voor Internationaal Vredesonderzoek (Sipri), dat jaarlijks bericht over de mondiale defensieuitgaven.
Die voorsprong op militair gebied heeft Israël de afgelopen decennia gestaag opgebouwd. Sinds 1960 heeft Iran volgens Sipri nooit meer dan 13,14 miljard Amerikaanse dollar per jaar aan zijn leger uitgegeven. In Israël daarentegen liggen de jaarlijkse militaire uitgaven al sinds de jaren zeventig elk jaar rond of boven dat bedrag, onder meer dankzij ruime steun van de Verenigde Staten.
Voor militaire innovaties is Iran voornamelijk aangewezen op eigen onderzoek en ontwikkeling. Aankopen in het buitenland worden bemoeilijkt door Amerikaanse en Europese sancties, al is het door de VN-Veiligheidsraad ingestelde wapenembargo vorig jaar afgelopen. De laatste grote internationale wapenaankoop bestond uit een stel Russische S300-luchtverdedigingssystemen in 2016, ter waarde van honderden miljoenen dollars.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant