Mag je een vegaworst ook een worst noemen? Het Europees Hof van Justitie vindt van wel, zolang de betekenis van het woord ‘worst’ niet wettelijk is vastgelegd. De uitspraak is een kleine overwinning voor fabrikanten van vleesvervangers.
Met name in landen met een sterke eetcultuur en een machtige vleessector, zoals Frankrijk en Italië, doet de discussie over de naamgeving van vleesvervangers de emoties hoog oplopen. In beide landen is in de afgelopen jaren wetgeving aangenomen die namen als ‘plantaardige steak’ en ‘vega-salami’ verbiedt, omdat die misleidend zouden zijn voor consumenten.
In Frankrijk vechten belangenorganisaties van vegetariërs en het Amerikaanse bedrijf Beyond Meat die wetgeving aan tot aan de hoogste administratieve rechtbank, de Raad van State. Die instantie keerde zich vorig jaar tot het Europees Hof van Justitie met de vraag of de Franse oekaze in strijd is met Europese regelgeving.
Over de auteur
Maarten Albers is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en de voedingsindustrie.
Dat is zo, oordeelde het Hof vrijdag. De Fransen hebben namelijk nagelaten een wettelijke definitie te geven van termen als ‘worst’, ‘escalope’ en ‘ham’. En zolang de benaming van een voedseltype niet wettelijk beschermd is, kan je producenten ook niet verbieden die naam voor hun eigen product te gebruiken.
Uiteraard moet wel duidelijk uit het label blijken dat het om een plantaardig alternatief gaat. Het Hof benadrukt dat het een lidstaat vrij staat in te grijpen wanneer dat niet het geval is.
De juridische haarkloverij over namen van vleesvervangers heeft ook in Nederland een lange geschiedenis. In 2012 maakte het Nederlandse CDA-Kamerlid Jaco Geurts al bezwaar tegen termen als ‘vegaburger’ en ‘plantaardige schnitzel’. Vijf jaar later kreeg De Vegetarische Slager een tik op de vingers van de NVWA om termen als ‘kipstuckjes’ en ‘gerookte speckjes’. In 2020 blokkeerde het Europees Parlement een verbod op vleesnamen voor plantaardige alternatieven.
De uitspraak van vrijdag is opvallend, omdat die ingaat tegen het advies van de advocaat-generaal, dat doorgaans leidend is. Die beargumenteerde vorige maand dat Frankrijk wel degelijk wettelijke benamingen vastlegt van de vleesproducten die beschermd zouden moeten worden tegen hun plantaardige concurrenten – ook al was dat niet de bedoeling van de wetgever.
Het Hof wijkt ook af van een uitspraak uit 2017 over plantaardige zuivelvervangers. Daarin werd juist vastgelegd dat iets alleen ‘yoghurt’ of ‘kaas’ mag heten als er dierlijke melk aan te pas is gekomen. Om die reden ligt amandelmelk tegenwoordig in de schappen als amandeldrink, en kokosyoghurt als gefermenteerd kokosproduct.
Vegetariërsorganisaties begroetten de uitspraak van vrijdag als een overwinning. ‘Door voedsel duidelijk te labelen kunnen we plantaardige alternatieven promoten, en zowel werken aan milieudoelen als concurrentie en innovatie binnen de EU stimuleren’, aldus Rafael Pinto van de European Vegetarian Union.
Het is echter de vraag hoe lang de vegavoorvechters van hun overwinning kunnen genieten. De uitspraak bevestigt namelijk dat lidstaten zelf wettelijke definities mogen geven van voedselproducten, indien die op Europees niveau niet bestaan. Het is dus wachten op de eerste jurist die een definitie weet te geven van een worst.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant