Home

Jongeren van nu angstig en onzeker door sociale media? ‘Ze hebben een uitstekende bullshitdetector’

Sociale media zijn niet alleen maar slecht, en met de meeste jongeren gaat het prima. Hersenwetenschapper en puberexpert Eveline Crone verzet zich tegen het stereotiepe beeld van deze generatie. ‘Jongeren zouden sneeuwvlokjes zijn, maar dat zie ik niet terug in mijn onderzoek.’

Dat er in haar nieuwste boek een hoofdstuk over onlineporno zou gaan, was niet de bedoeling. ‘Ik heb lang geprobeerd het onderwerp eruit te houden’, zegt Eveline Crone. ‘Ik vind dat je je als wetenschapper bij je leest moet houden.’

In haar geval is dat: het puberbrein. Als hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie doet Crone al meer dan twintig jaar onderzoek naar de hersenen van tieners en jongvolwassenen. Ze won er de Spinozapremie mee, de belangrijkste Nederlandse wetenschapsprijs, en schreef er meerdere boeken over. Altijd met een optimistische, empathische blik op tieners.

Over de auteur
Kaya Bouma is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft over de geestelijke gezondheidszorg, psyche, brein en gedrag.

Zo bereikte dankzij haar bestseller Het puberende brein (2008) een belangrijk inzicht over de hersenontwikkeling van tieners een groot publiek. Dat pubers impulsief zijn en niet goed kunnen plannen is geen kwestie van luiheid of kwade wil, stelde Crone. Het komt doordat ze veelal nog niet anders kunnen: hun hersenen zijn nog niet uitontwikkeld.

Haar nieuwste boek, dat deze week verscheen, gaat over het zelfbeeld van jongeren. Ze schreef het samen met universitair docent orthopedagogiek Renske van der Cruijsen.

Het boek is gebaseerd op veel eigen onderzoek: hersenscans van jongeren, vragenlijstonderzoek, maar ook – en dat is nieuw – panelgesprekken met jongeren. Sinds vijf jaar maakt Crone gebruik van deze onderzoeksmethode, onder andere omdat ze jongeren op die manier een actievere rol wil geven in onderzoek: ze kunnen bijvoorbeeld zelf onderzoeksonderwerpen aandragen.

Tijdens het schrijven van hun boek vroegen Crone en Van der Cruijsen dan ook aan de jongerenpanels: wat mag er niet ontbreken in een boek over het zelfbeeld van jongeren? Crone: ‘Steeds kwamen ze met hetzelfde onderwerp: onlineporno. We konden er niet omheen, er moest een hoofdstuk over komen.’

Waarom vinden jongeren porno zo belangrijk als het gaat over zelfbeeld?

‘Omdat ze er allemaal mee in aanraking komen. Jongeren worden gemiddeld al met onlineporno geconfronteerd als ze 11 jaar zijn. Op die leeftijd is dat vaak per ongeluk, ze hebben iets doorgestuurd gekregen of op een verkeerd linkje geklikt.

‘Als ze ouder zijn, is het uit nieuwsgierigheid. Die nieuwsgierigheid is normaal, dat was vroeger natuurlijk ook zo.

‘Het verschil met vroeger is dat onlineporno heel toegankelijk is. Vaak zijn het ook beelden die op de een of andere manier zijn gemanipuleerd. Ze geven geen beeld van hoe een normaal seksleven eruitziet.’

Wat doet dat met hun zelfbeeld?

‘Het is bekend dat hoe meer meisjes bijvoorbeeld kijken naar plaatjes van bikinimodellen, hoe negatiever ze worden over hun eigen lichaam. Dat geldt ook voor porno.

‘Tegelijkertijd weten we ook dat de meeste jongeren in staat zijn die beelden naast zich neer te leggen. Anders dan wat veel volwassenen denken, weten de meeste jongeren best dat veel van wat ze online zien nep is, of niet realistisch.

‘Maar een klein gedeelte van de jongeren is er wel erg gevoelig voor. Meisjes kunnen denken dat hun lichaam er ook zou moeten uitzien als in pornobeelden. Jongens krijgen het idee dat ze moeten kunnen presteren. En dan zijn die pornobeelden nu wel heel makkelijk te vinden.’

Jullie adviseren ouders om het niet over porno te hebben.

‘Niet expliciet, nee. Als ouders bijvoorbeeld bepaalde pornobeelden willen uitleggen aan hun kinderen, schrikt dat jongeren enorm af, weten we uit Nederlands onderzoek. Het is natuurlijk ook erg in je persoonlijke ruimte.

‘Maar het is wel belangrijk dat ouders met hun kinderen praten over wat een liefdevolle relatie inhoudt. Dat je grenzen mag stellen.’

Jullie boek heet Generatie zelfvertrouwen. Heeft deze generatie veel zelfvertrouwen?

‘Dat is moeilijk te zeggen: sommige jongeren hebben het moeilijk, anderen zijn heel goed bezig. We hebben de titel gekozen als een tegengeluid tegen het beeld dat nu vaak wordt geschetst over deze generatie, ook door wetenschappers.

‘Jongeren zouden sneeuwvlokjes zijn, alleen maar angstig of onzeker. Natuurlijk zijn die gevoelens er, maar dat is niet typerend voor deze generatie. Dat zie ik althans niet terug in mijn onderzoek.’

U doelt bijvoorbeeld op de invloedrijke Amerikaanse hoogleraar Jonathan Haidt, die stelt dat deze generatie jongeren veel last heeft van angstproblematiek als gevolg van sociale media.

‘Haidt, maar ook andere wetenschappers zitten nu helemaal op de sociale media. Als we daar nu maar mee stoppen, dan komt alles goed. Het zou fantastisch zijn als dat de oplossing was. Maar onze relatie met sociale media is heel wat ingewikkelder dan dit soort wetenschappers ons willen laten geloven. Het is niet alleen maar slecht.

‘Bovendien: als je sociale media nu zou verbieden, zijn de uitdagingen waar jongeren mee te maken hebben niet zomaar opgelost. Ze hebben last van prestatiedruk, sociale ongelijkheid en ze maken zich zorgen over de toekomst. Financiële zorgen, maar ook over het klimaat.

‘Waarmee ik trouwens niet wil zeggen dat sociale media alleen maar halleluja zijn, integendeel. Maar ik denk dat we ons beter kunnen afvragen hoe we jongeren kunnen helpen er op een goede manier mee om te gaan.

‘Ik heb soms het idee dat millennials, die zijn geboren in de jaren tachtig en negentig, het hardst geraakt zijn door sociale media, omdat er toen zij jong waren geen enkele regulatie was. Nu zie je bij tieners en adolescenten meer bewustzijn.

‘Wij horen jongeren in panelgesprekken zeggen: ik zet af en toe mijn telefoon uit, ik wil onbereikbaar zijn. We gaan de komende tijd onderzoeken of we dat breder zien.’

Jongeren van nu zijn geen sneeuwvlokjes, zegt u. Maar jongeren hebben gemiddeld genomen meer mentale problemen dan tien, twintig jaar geleden, blijkt uit een groeiende stapel onderzoeken. Dat maakt ze toch kwetsbaar?

‘Er is echt wel iets aan de hand, wereldwijd. Een groep Australische onderzoekers heeft onlangs een mondiale mentale gezondheidscrisis onder jongeren uitgeroepen.

‘Deze generatie jongeren heeft de coronacrisis meegemaakt, dat heeft veel gedaan. Een deel van de jongeren is daar nog altijd niet van teruggeveerd. Zij kampen nog steeds met spanningen, en met symptomen van depressie. Uit ons nieuwste, nog niet gepubliceerde onderzoek, blijkt dat dat voor 16 procent van de jongeren geldt.

‘Aan de andere kant: als je je bedenkt in wat voor wereld jongeren opgroeien: met alle geopolitieke spanningen en een klimaatcrisis die ze boven het hoofd hangt: ga er maar aanstaan.’

Jullie boek gaat over hoe jongeren een gezond zelfbeeld kunnen ontwikkelen. Wat is dat eigenlijk?

‘Dat is dat je jezelf kent en accepteert. Dat je oké bent met je positieve, maar ook je negatieve eigenschappen. Dat is best een uitdaging, waar we ons hele leven mee bezig zijn. Mensen denken vaak dat ouderen het zwaar hebben, maar je ziet juist bij die groep de meeste zelfacceptatie; dat is belangrijk voor het welzijn.’

Kinderen hebben vaak een overdreven positief zelfbeeld en bij tieners is het juist te negatief. Hoe zit dat?

Kinderen baseren hun zelfbeeld op een temporele vergelijking, met hun vroegere zelf: ik kan nu beter tekenen dan vorig jaar, ik kan sneller rennen dan toen ik kleiner was. Als je zo kijkt, ben je eigenlijk in alles goed.

‘Zodra kinderen in de puberteit raken, dus vanaf 10, 11 jaar, gaan ze zich meer met anderen vergelijken. Wacht even: ik ben eigenlijk helemaal niet zo goed in tekenen, maar ik kan wel hockeyen.

‘Rond de leeftijd van 15 jaar zien we een dip in het zelfbeeld: dan twijfelen jongeren gemiddeld genomen het meest aan zichzelf, ontdekten we. Die twijfel is ook nodig. Want als je die niet zou hebben, zou je altijd te positief over jezelf zijn.

‘Wat ook meespeelt: rond hun 15de gaan jongeren zien dat ze in verschillende situaties anders zijn. Thuis ben ik misschien heel uitgesproken, maar op school durf ik eigenlijk niet veel te zeggen. Dat leidt tot innerlijk conflict: wie ben ik nou echt?

‘Als jongeren ouder worden, kunnen ze complexer denken. Ze leren zichzelf beschrijven op een abstracter niveau: ik ben misschien niet altijd dezelfde persoon, maar dat betekent dat ik me makkelijk kan aanpassen aan verschillende situaties.’

Complimenten helpen een onzekere puber niet, schrijven jullie.

‘Nee, niet per se. Jongeren hebben een uitstekende bullshitdetector. Die hebben het snel door als je complimenten geeft die niet realistisch zijn, en dat leidt juist tot een lager zelfbeeld. Want als je ouders zeggen dat je goed kunt tekenen, terwijl je zelf ook kunt zien dat dat niet zo is, wat zegt dat dan over de andere complimentjes die ze geven?

‘Die twijfel hoort bij de leeftijd. Het is net als met roken: als ouders kinderen hun leven lang vertellen dat ze niet mogen roken, en kinderen ontdekken op een gegeven moment dat hun ouders stiekem toch roken, dan trekken die alles meteen in twijfel. Wat klopt er van alle andere dingen die je tegen me hebt gezegd?

‘Ik spreek uit ervaring, ik heb thuis ook een 16-jarige die me het vuur aan de schenen legt. Zij spreekt me aan op mijn vlieggedrag. Je vindt het klimaat toch belangrijk? Waarom vlieg je dan zo veel? Wat dat betreft is het heel gezond om kinderen te hebben.’

Jongeren van nu zijn zich veel bewuster van psychisch lijden dan eerdere generaties. TikToktherapeuten hebben miljoenen volgers en psychiatrische termen als ‘trauma’ en ‘trigger’ zijn onderdeel geworden van het dagelijks taalgebruik. Wat doet dat met het zelfbeeld van jongeren?

‘Enerzijds is het een mooie ontwikkeling, omdat er een bepaald stigma van psychisch lijden af is. Maar er is een keerzijde: het kan ook een zelfvervullende voorspelling worden. Als jongeren veel aandacht besteden aan mentale problemen, gaan ze die ook bij zichzelf zien en worden die problemen groter.

‘Er is in het Verenigd Koninkrijk een groot onderzoek gedaan naar mindfulnesstraining op scholen. Een deel van de jongeren gaf het meer ontspanning, maar er was ook een deel van de scholieren bij wie de psychische klachten erger werden omdat ze er zo veel over gingen nadenken.

‘Praten over emoties is goed, maar je kunt er ook in blijven hangen. Dat bewustzijn moeten we jongeren meegeven. Het gesprek moet niet alleen maar gaan over je slecht voelen, maar ook over wat daaraan te doen is. Wat zou je anders willen? Hoe kunnen we het veranderen?’

Minder aandacht besteden aan psychische problemen – is het probleem daarmee opgelost?

‘Zo simpel is het natuurlijk niet. Er is meer aan de hand. Tijdens en na de coronacrisis hebben we een grote groep jongeren gevolgd en geprobeerd uit te vinden: waarom krijgt de een wel mentale problemen en de ander niet?

‘We kwamen op drie factoren die een belangrijke rol spelen. De eerste heeft te maken met persoonlijkheid: in hoeverre heb je jezelf in de hand, ben je bijvoorbeeld in staat om je gedachten te beheersen? We zagen dat jongeren die veel zelfcontrole hebben, beter uit de crisis kwamen.

‘Een andere belangrijke voorspeller bleek sense of belonging: heb je het gevoel dat je onderdeel uitmaakt van een groep die jou steunt? Jongeren die dat gevoel sterker hebben, hadden minder mentale gezondheidsklachten tijdens de coronacrisis.

‘En een derde factor die we zagen is academische stress. Het gevoel van: ik moet presteren op school en in mijn studie.’

Die prestatiedruk is de laatste jaren alleen maar toegenomen. Dat wil zeggen: jongeren ervaren steeds meer druk van school.

‘Precies. Dat speelt een rol in de mentale problemen van jongeren. Door de ontzuiling zie je dat jongeren, maar ook volwassenen, veel minder het gevoel hebben ergens bij te horen. Dus dat zijn tendensen die meespelen, naast problemen als de klimaatcrisis en de woningmarkt.

‘Ik heb zelf het idee dat mentale problemen van jongeren een uiting zijn van iets anders, een breder probleem dat uiteindelijk tot een maatschappelijke verandering gaat leiden. Ik heb er de data niet voor, maar mijn gevoel en mijn denken op basis van twintig jaar onderzoek naar jongeren zeggen me dat er een soort opgebouwde onrust is bij jongeren die tot iets nieuws gaat leiden.

‘Als we terugkijken in de geschiedenis komt maatschappelijke verandering vaak van jongeren. Vanaf een jaar of 15, 16 worden tieners wakker en denken ze: wacht eens even, in wat voor wereld leef ik eigenlijk? En bevalt dat me wel?

‘Neem de flowerpowerbeweging, in de jaren zestig en zeventig. Jongeren wilden af van dat opgesloten, benauwde gevoel van de jaren vijftig en gingen op zoek naar vrijheid.

Wat voor revolutie kunnen we dan verwachten? Willen jongeren af van het kapitalisme of willen ze juist een conservatievere samenleving?

‘Daar durf ik me niet aan te wagen. Maar thema’s die jongeren in onze panels belangrijk vinden zijn een inclusieve samenleving, een leefbare planeet en aandacht voor persoonlijk welzijn. Mijn gevoel zegt me dat het een maatschappelijke verandering ten goede zal zijn.’

Eveline Crone & Renske van der Cruijsen: Generatie zelfvertrouwen.
Maven Publishing; 220 pagina’s; € 22,50.

Jongeren zijn inderdaad veel met zichzelf bezig, blijkt uit hersenscans

Wat gebeurt er eigenlijk in ons brein als we aan onszelf denken? Amerikaanse onderzoekers bedachten een truc om proefpersonen zonder dat ze het doorhadden zelfbewust te maken. Ze vertelden deelnemers aan een fMRI-onderzoek (functionele MRI) dat ze eerst even de camera in de hersenscanner wilden testen. Als het lampje rood was, stond de camera aan en keek een leeftijdsgenoot naar de camerabeelden.

Crone: ‘Zodra het lampje aanging, zag je dat mensen zich bewust werden van zichzelf: oké, nu word ik dus bekeken. Dat is toch een beetje spannend, natuurlijk.’ Bij alle deelnemers was er op dat moment meer activiteit in de mediale prefrontale cortex, het deel van de hersenen dat belangrijk is voor nadenken over jezelf in het heden, verleden en de toekomst.

Bij jongeren was die reactie het sterkst, sterker dan bij kinderen en sterker dan bij jongvolwassenen. Het bevestigt het vooroordeel: jongeren zijn veel met zichzelf bezig, zegt Crone. ‘Maar dat is misschien ook iets positiefs. Het kost moeite om uit te vinden wie je bent.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next