De tennisser Vitas Gerulaitis verloor zestien keer op rij van Jimmy Connors voordat-ie ’m in 1980 eindelijk eens versloeg. ‘En laat dit een les zijn voor jullie allemaal’, zei hij tijdens de persconferentie, ‘niemand verslaat Vitas Gerulaitis zeventien keer op rij.’ Van iemand die zo’n grap maakt, kun je alleen maar houden. Maar zonder ironie is zulke hoogdravendheid nogal gênant.
Dat brengt me op Dilan Yesilgöz. Eerst het goede nieuws: dat deze week eindelijk iemand is veroordeeld voor seksuele straatintimidatie, mag je gerust haar succesje noemen. Ze heeft zich immers jarenlang hardgemaakt voor een verbod. Het is ook nog ’s een goede wet; veel vrouwen voelen zich onveilig door dit soort gedrag en juridisch was er tot nu toe weinig aan te doen. Het vergrijp is niet zwaar genoeg voor een veroordeling voor bijvoorbeeld aanranding of bedreiging, terwijl eigenlijk zo’n beetje iedereen vindt dat het niet door de beugel kan.
Over de auteur
Thomas Hogeling is schrijver en deze zomer columnist voor de Volkskrant.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Er is nu een wet waarmee rechters wel uit de voeten kunnen. Omdat undercover-boa’s in Rotterdam hadden geconstateerd dat een man een vrouw tegen haar wil bij de heupen had gepakt, veroordeelde de kantonrechter hem tot een boete van 280 euro, waarvan 180 euro voorwaardelijk. Yesilgöz reageerde via X in dikgedrukte letters: ‘Dit is waar we het voor doen! De straten zijn van ons.’
Geen ironie, geen relativering, nee: ‘De straten zijn van ons.’ Wie ze bedoelt met ‘ons’ is niet helemaal duidelijk, zoals het ook nooit duidelijk is wat ze bedoelt met ‘jouw’ in het stopzinnetje ‘ik sta aan jouw kant’, maar toch: streep in het zand; keihard aanpakken; zero tolerance.
Iemand betrappen op seksuele straatintimidatie blijkt alleen buitengewoon lastig. De afgelopen maanden hebben teams in Rotterdam, Utrecht en Arnhem geprobeerd mannen op heterdaad te betrappen. Rik Kuiper beschreef in een reportage in de Volkskrant hoe twee boa’s in burgertenue in Utrecht tevergeefs achter een ‘schaars geklede vrouw aanliepen die mogelijk reactie zal uitlokken’. Hoe de vrouw in kwestie de achtervolging zelf heeft ervaren, weten we niet.
Dat iets juridisch werkt, wil nog niet zeggen dat je er ook iets aan hebt. Als Yesilgöz echt wil dat vrouwen in grote steden zich veiliger voelen op straat, zou ze het ook eens buiten het strafrecht kunnen zoeken. Ze kan luisteren naar de zorgen van gemeenten, die smeken om de relatief goedkope bed-bad-broodregeling voor uitgeprocedeerde asielzoekers in stand te houden. Dat het kabinet ermee stopt, kun je principieel logisch vinden, maar de gemeenten weten wat het in de praktijk betekent: meer overlast en meer onveiligheid. Schrale troost: als zo’n overlastgever zich misdraagt in de buurt van een boa in burger op patrouille, dan is-ie er vanaf nu gloeiend bij. De straten zijn immers van ons.
Veel te grote woorden na een klein succesje: Yesilgöz houdt ervan. Toen de Dominicaanse Republiek in mei een verdachte van cocaïnehandel aan Nederland had uitgeleverd, reageerde ze via X: ‘Je kunt je verstoppen, maar we vinden je. Altijd. Laat dit een duidelijk signaal zijn naar criminelen: vroeg of laat pakken we je.’ Drugscriminelen over de hele wereld sidderen sindsdien van angst.
Hogere straffen op cocaïnehandel zetten geen zoden aan de dijk tegen drugscriminaliteit. En een moeilijk te handhaven wet tegen straatintimidatie maakt de straat niet veiliger voor vrouwen. Keihard aanpakken klinkt stoer, maar het strafrecht is een noodzakelijk kwaad en biedt zelden een oplossing.
Van iemand die elk marginale succesje viert met hoogdravende borstklopperij, hoef je in de praktijk weinig resultaten te verwachten. Geintje of niet, dat gold ook voor Vitas Gerulaitis. Een jaar na zijn legendarische uitspraak verloor hij op Wimbledon van Björn Borg. Voor de zeventiende keer op rij.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant