De grootste CO2-uitstoters van Nederland zijn de afgelopen jaren niet duurzamer geworden. Hun uitstoot daalt vooral omdat ze minder produceren, niet omdat ze vergroenen.
Voor elke ton aan producten die er vorig jaar uit de gemiddelde Nederlandse fabriek kwam rollen, ging er zelfs méér CO2 de lucht in dan twee jaar eerder. Dat blijkt uit cijfers die NU.nl heeft opgevraagd bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).
De cijfers hebben betrekking op bijna driehonderd fabrieken die de grootste uitstoters van Nederland zijn. Zij moeten jaarlijks hun CO2-uitstoot opgeven en betalen ook om uitstootrechten te kopen.
In de afgelopen twee jaar is de absolute uitstoot van de Nederlandse industrie met zo'n 13 procent gedaald. Maar voor de buitenwereld is niet zichtbaar of dat komt door dalende productie of door verduurzaming. Met behulp van vertrouwelijke productiegegevens kan de NEa de zogeheten CO2-efficiëntie wel berekenen.
Uit cijfers van de toezichthouder blijkt dat een kleine meerderheid van de bedrijven in de afgelopen twee jaar wél een verbetering heeft laten zien. Maar het gaat voornamelijk om relatief kleine uitstoters, terwijl de grootste vervuilers juist minder duurzaam zijn geworden.
Het laat zien dat de industrie nog voor een "grote opgave" staat om te verduurzamen, zegt NEa-directeur Mark Bressers. "Het kabinet zet in het regeerprogramma in op groene groei. Deze nieuwe cijfers laten zien dat er nog flinke stappen gezet moeten worden om dit te bereiken en om ervoor te zorgen dat de CO2-uitstoot verder kan dalen met behoud of zelfs groei van productiviteit."
Gemiddeld presteerde de Nederlandse industrie vorig jaar 16,9 procent onder een Europese maatstaf die is gebaseerd op de best presterende bedrijven in elke sector. Dat is een verslechtering met 3,2 procentpunt. Het betekent dat er jaarlijks miljoenen tonnen meer CO2 de lucht ingaan dan als deze bedrijven tot de efficiëntste van Europa zouden behoren.
De scores verschillen flink per bedrijfstak: de Nederlandse papiersector scoort bijvoorbeeld al beter dan de Europese top, terwijl olie- en gasbedrijven het veel slechter doen.
Ook de chemie is sinds 2021 minder efficiënt gaan produceren. Dat geldt bijvoorbeeld voor de enorme chemische fabriek van Shell in Moerdijk, een van de tien grootste uitstoters van Nederland. Die zag zijn uitstoot in de afgelopen twee jaar met bijna 13 procent dalen. Maar dat lijkt vooral veroorzaakt door een lagere productie: de CO2-efficiëntie kachelde achteruit, van 19 naar 31 procent onder de EU-maatstaf.
Ook de olieraffinaderij van BP is minder efficiënt gaan produceren en heeft nu de hoogste CO2-uitstoot per ton benzine of diesel (35 procent slechter dan de EU-maatstaf). Concurrent ExxonMobil heeft de afgelopen jaren wél vooruitgang geboekt en stoot nu het minst uit bij de olieraffinage (8 procent onder de EU-top).
Er zijn ook andere positieve uitschieters. Zo is bijvoorbeeld de Heineken-brouwerij in Den Bosch door de jaren heen beter gaan presteren. De biergigant gebruikt op deze locatie steeds meer biogas om duurzaam te brouwen en scoort nu ruim beter dan de EU-maatstaf.
Om ervoor te zorgen dat de grootste uitstoters wél gaan verduurzamen, werkt het kabinet aan klimaatafspraken met de twintig grootste vervuilers. Maar dat proces duurt erg lang; na jaren van onderhandelingen is nog met geen enkel bedrijf een definitieve afspraak gemaakt.
Alleen met zoutwinner Nobian zit het kabinet in de afrondende fase. Met nog eens elf bedrijven zijn intentieverklaringen getekend. De onderhandelingen gaan veel langzamer dan het vorige kabinet verwachtte. Twee jaar geleden begonnen de gesprekken met de grote uitstoters.
Ook bij bedrijven bestaat veel ergernis over dat tempo. Anton van Beek, scheidend topman van chemiebedrijf Dow, uitte eerder dit jaar in EW zijn frustraties over de vastgelopen gesprekken met het kabinet. "Er is een verschil van inzicht, en misschien ook wel een gebrek aan vertrouwen in ons en onze plannen", zei hij. "Als we niet snel een vergunning krijgen, hebben we een groot probleem en wordt het lastig om de CO-doelen voor 2030 te halen."
De grote investeringen die nodig zijn om de industrie te verduurzamen zorgen voor complexiteit, zegt een woordvoerder van klimaatminister Sophie Hermans (VVD). "Daarom is het niet verrassend dat bedrijven nog niet volledig in staat zijn geweest om die benodigde stappen te zetten." Hermans hoopt dat het kabinet en bedrijven hun "gezamenlijke verantwoordelijkheid" nemen om vergroening de komende jaren wél mogelijk te maken.
Source: Nu.nl economisch