Ondanks dat situatie in en rond Israël geëscaleerd is, geeft de beurs van Tel Aviv geen krimp. De TA-35, de belangrijkste beursindex van Israël, is dit jaar met meer dan 10 procent gestegen.
‘Als de bommen vallen, moet je aandelen kopen’, zo wordt gezegd. Dat werd al gedaan toen aartshertog Frans Ferdinand in Sarajevo werd vermoord, Hitlers legers Polen binnenvielen, terroristen de torens van het WTC in New York invlogen, en Bush sr. en Bush jr. de oorlog verklaarden aan Irak.
In aanloop naar grote militaire conflicten zakken de aandelenkoersen doorgaans onder druk van de martelende onzekerheid. Maar wanneer ze er daadwerkelijk op los gaan slaan, wordt er een zucht van verlichting geslaakt en is er de hoop dat het snel voorbij is. Cynisch gezegd is het begin van een oorlog een goed koopmoment.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Maar als het conflict lang voortduurt, keert het tij. De Israëlische economie heeft flinke klappen gehad sinds Hamas op 7 oktober vorig jaar het land binnenviel. Vlak daarvoor werd voor 2024 nog een economische groei verwacht van liefst 5,2 procent. Dankzij de snelle ontwikkeling van de ict-sector bedroeg de groei in 2021 6,8 procent en 4,8 procent in 2022. Daar konden bijna alle Oeso-landen een puntje aan zuigen.
Na de slachting door Hamas en de daaropvolgende inval van het Israëlische leger in de Gaza, werd de groeiverwachting al teruggebracht tot 2,8 procent. Nu mag Israël blij zijn als zijn economische groei dit jaar uitkomt op 1,5 procent.
De centrale bank van Israël schat dat de oorlogsuitgaven volgend jaar oplopen tot omgerekend 60 miljard euro. Zelfs met een Amerikaans hulppakket ter waarde van 14,5 miljard dollar zal het begrotingstekort op de begroting oplopen tot 7,8 procent van het Israëlische bbp. Dat enorme financiële gat zal moeten worden gefinancierd.
Veelbetekenend is dat de rente op de staatsschuld snel stijgt. Het rendement op de tien jaar lopende staatsobligatie van Israël is nu 4,89 procent. Begin dit jaar was dat nog 3,52 procent. Ratingbureaus Fitch en Moody’s hebben inmiddels de kredietwaardigheid van Israël verlaagd. Israël voert een strijd op drie fronten: in Gaza tegen Hamas, in Libanon tegen Hezbollah en in de lucht tegen Iran.
Die situatie levert allerlei economische problemen op. Om te beginnen kost het handenvol geld. Maar ook zijn honderdduizenden dienstplichtige jongeren van de ene op andere dag van hun werk geplukt, omdat ze opgeroepen zijn als reservisten. Zo’n 120 duizend Israeli’s hebben hun woningen in de grensstreken moeten verlaten, waardoor landbouwbedrijven en fabrieken zijn komen stil te liggen. Daarnaast is het voor Palestijnen op de Westoever moeilijker, zo niet onmogelijk geworden om nog in Israël te werken. De productie in de bouw is met een derde verminderd en in de landbouw met een kwart. Ook het toerisme is stilgevallen.
Natuurlijk is het aan de andere kant veel erger. In Gaza is er überhaupt geen economie meer. De Palestijnse Autoriteit is failliet. En in Libanon is de economie ingestort.
Alleen de beleggers in Tel Aviv hebben geen wonden hoeven likken. Nog niet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns