Wie is de daadwerkelijke eigenaar van vierduizend stukken uit de collectie van het gesloten Afrika Museum? Daarover wordt opnieuw geruzied in de rechtbank. ‘Een ouderwets moordmysterie, met plotwendingen en een getuige die de mond wordt gesnoerd.’
De voorzitter van de rechtbank in Arnhem merkt aan het begin van de zitting op dat de partijen ‘al het nodige met elkaar hebben uitgewisseld’. Daarmee is niets te weinig gezegd: het is deze donderdag al de derde keer dat de katholieke Congregatie van de Heilige Geest en het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW) tegenover elkaar in een rechtszaal staan. Daar gaat het telkens over het voormalige Afrika Museum in Berg en Dal, dat na onenigheid tussen beide partijen op 27 november 2023 werd gesloten.
De paters van de congregatie zijn eigenaar van de grond en het museumcomplex. Het NMvW (dat sinds een jaar de naam ‘Wereldmuseum’ voert maar juridisch gezien nog steeds de oude naam heeft) runde als koepelorganisatie vanaf 2014 het Afrika Museum, na een fusie met twee andere musea.
Over de auteur
Michiel Kruijt is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft voornamelijk over fotografie en de zakelijke kant van de kunstwereld.
In 2021 zegde de congregatie de huurovereenkomst met ingang van 2025 op. De paters wilden aanvankelijk het terrein en de gebouwen verkopen om een oudedagsvoorziening voor zichzelf te creëren. Later waren ze van plan om hun collectie van de hand te doen. Uiteindelijk verkochten zij twee beelden voor in totaal 8,7 miljoen euro.
Daarna spande de congregatie drie keer een rechtszaak aan tegen haar huurder: eerst een over de sluitingsdatum (waarin het NMvW van de rechter gelijk kreeg) en daarna een over de onderhoudskosten van de gebouwen en de tuin (waarin beide partijen op onderdelen wonnen).
Het laatste juridische gevecht gaat over de helft van de achtduizend objecten die het museum beheerde. De partijen zijn het erover eens dat vierduizend collectiestukken toebehoren aan de congregatie. Die waren door uitgezonden paters vanuit Afrika meegenomen naar Nederland, en met deze verzameling werd in 1954 het museum in Berg en Dal gesticht.
De vierduizend andere objecten, die tussen 1954 en 2014 werden verkregen, worden echter door beide partijen geclaimd. Volgens de paters zijn deze voorwerpen in bruikleen gegeven aan het NMvW, dat tien jaar geleden werd opgericht na een fusie tussen drie rijksmusea: Museum Volkenkunde in Leiden, het Tropenmuseum in Amsterdam en het Afrika Museum in Berg en Dal.
Nu deze laatste instelling dicht is, eist de congregatie dit deel van de collectie op. Het NMvW stelt juist dat het bij de fusie eigenaar is geworden van deze stukken.
Als de advocaat van de paters als eerste het woord krijgt van de rechtbank, drukt hij zich in fantasierijke woorden uit. De aanloop van deze rechtszaak lijkt volgens hem op ‘een ouderwets moordmysterie van Agatha Christie, met plotwendingen en een getuige die de mond wordt gesnoerd’.
Het NMvW zou eerst hebben beweerd dat het de vierduizend objecten in eigendom heeft, maar sinds kort ineens stellen dat die deel uitmaken van de rijkscollectie. ‘Het NMvW erkent dus níét de eigenaar te zijn’, aldus de advocaat.
De getuige die de mond zou zijn gesnoerd, is de vrouw die lang de directeur van het Afrika Museum was en namens de congregatie onderhandelde over de fusievoorwaarden. Kort na het samengaan van de drie musea moest zij het veld ruimen. Volgens de paters mag zij van het NMvW geen verklaring afleggen.
De twee raadslieden van de koepelorganisatie bestrijden beide uitlatingen. Door de fusie is volgens hen het NMvW niet alleen eigenaar geworden van de vierduizend objecten, maar zijn die ook deel gaan uitmaken van de rijkscollectie; daarbij gaat het niet alleen om wat de Nederlandse staat daadwerkelijk in bezit heeft, maar bijvoorbeeld ook om wat zich in rijksmusea bevindt en daardoor aan de zorg van de staat is toevertrouwd.
‘Geen plottwist?’, vraagt de voorzitter van de rechtbank. ‘Nee’, luidt het antwoord uit de hoek van het NMvW. De koepelorganisatie spreekt ook tegen dat de voormalige directeur de mond wordt gesnoerd; zij kan door de rechtbank als getuige worden gehoord.
Het probleem in deze zaak, zo stelt de voorzitter van de rechtbank nog eens vast, is dat er onduidelijkheid bestaat over wat er bij de fusie is overeengekomen. In de stukken wordt gerept van de overdracht van de vierduizend objecten. Maar wat wordt daarmee bedoeld: in bruikleen geven of in eigendom laten overgaan?
Volgens de advocaat van de paters gaat het om ‘ingebruikgeving’ en is van een wisseling van eigenaar geen sprake. De raadslieden van het NMvW stellen dat het hier juist wel om ging.
Een van hun argumenten: ten aanzien van de objecten die door de paters waren verzameld vóór 1954, wordt in de stukken van ‘bruikleen’ gesproken. Waarom is datzelfde woord dan niet ook gebruikt bij de objecten die daarna zijn verworven?
De rechtbank vraagt beide partijen of een schikking nog mogelijk is. De paters willen in Berg en Dal een nieuw museum oprichten. Het NMvW heeft aan de congregatie aangeboden om stukken uit de betwiste collectie in bruikleen te geven als dit daadwerkelijk gebeurt. Daarover bestaat bij de koepelorganisatie twijfel: het ministerie van Cultuur wees onlangs een subsidieverzoek van de paters af.
De zitting wordt even geschorst voor spoedoverleg tussen de beide partijen, maar die komen er niet uit.
Aan het einde van de zitting spreekt de rechtbank de hoop uit over zes weken uitspraak te doen. Onduidelijk is nog of dat een eindvonnis wordt, of een zogeheten tussenvonnis. De drie rechters zouden bijvoorbeeld kunnen besluiten dat zij de voormalige directeur van het Afrika Museum alsnog willen horen als getuige. Die woonde de zitting bij en schudde geregeld het hoofd bij beweringen over hoe het tijdens de fusiebesprekingen in 2014 zou zijn gegaan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant