Home

Het kabinet wil bouwen maar zet een streep door tienduizend huizen: een mega-niet-in-mijn-achtertuin

De verleiding is groot eens te gaan kijken bij het nieuwbouwhuis (‘droompaleis’) van Mona Keijzer, dat door de buurt werd aangevochten tot aan de Raad van State, waarop ze zelf weer bezwaar maakte tegen de komst van een woonzorgcentrum dat haar uitzicht op het water zou belemmeren – ook tot aan de Raad van State.

Not in my backyard blijft een mooi Hollands gezelschapsspel, ook al belooft de huidige woonminister het volk honderdduizend nieuwbouwhuizen per jaar, onder meer door paal en perk te stellen aan de inspraak waar ze zelf gebruik van maakte (‘privé’).

Maar dat is kattenpis vergeleken met wat er even ten zuiden van dat huis gebeurt.

Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver. 
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Bijna tienduizend nieuwbouwwoningen zouden er komen op het terrein van Damen Shiprepair, in een klein maar daverend industriegebied aan het IJ waar hardwerkende Nederlanders nog lassen en stralen en zeeschepen repareren. De plannen liggen klaar, maar nu heeft de provincie de werf tot ‘provinciaal belang’ verklaard op verzoek van het Rijk, dus ook op verzoek van woonminister Mona Keijzer.

Haar kabinet wil bouwen, bouwen, bouwen. ‘Dat is nodig, dat gaan we gewoon doen’, staat er stoer in het regeerprogramma, maar niet op boerenland of bedrijfsterreinen, want er is veel volk tegelijk te dienen. En zo worden hier 9.600 woningen weggestreept, plus zes scholen en zeven zorgcentra; het privé-geprocedeer van de minister verbleekt erbij.

Het is een mega-niet-in-mijn-achtertuin.

In Amsterdam-Noord komt de stad aanrollen even onvermijdelijk als branding; de eerste monstergolven zetten hoge gebouwen aan wal met luxe appartementen en designkantoren. In de schaduw daarvan doet de scheepswerf wat ze doet sinds 1920, ze veroorzaakt een ijzerachtige geur en gedempt geluid: staal op staal, reusachtige ventilatoren, een krijsende zaag. Schitterend grote schepen liggen gemeerd in droogdokken en aan oude, stenen kaaien: de Maartje Theodora, de GMS Legend, de Joides Resolution met z’n geheimzinnige communicatiebollen hoog boven dek. Soms liggen er oorlogsbodems ter reparatie.

Werklui rijden met helmen op, driftig Spaans sprekend in een roze Stint. Werkgelegenheid is ook een argument. Dit kabinet koestert bedrijfsterreinen, staat in het regeerprogramma, ook al loopt het huurcontract af en ligt het al bijna in het centrum, en kan het verplaatst naar de havens verderop.

De stad rukt onontkoombaar op: hoogbouw kaapt de kust, en tussen de hallen en loodsen voor het grote werk – machinebouw, straalbedrijf – schieten hippe ondernemingen als grassprieten uit scheuren in het asfalt. Een deel van het terrein is zomaar ‘Inspirium’ gedoopt, ze doen er in ‘premium water’, ‘eventproductions’ of ‘interieurbeleving’.

Een blits restaurant met Gault Millau-notering heeft industriële korven geplaatst voor urban farming: biologische cherrytomaatjes, rabarber, prei, bloedzuring. Het is een tent ‘voor iedereen die zichzelf niet te serieus neemt’, staat op de website, ‘we werken intuïtief met vuur’. Niet mis: duur dineren met als decor Offshore Support Vessel Hea Hydra, en hoogwerkers die vermoeid hun hoofden heffen.

Het restaurant is bedacht door de directie van de scheepswerf, die de stadslui graag het ware leven toont in de hoop hier te mogen blijven. Want met de industrie jaagt de stad ook haar hardwerkende bewoners weg.

Verderop lassen mensen met vuur en staal, en trekt een truckchauffeur spanbanden om een gecoat treinonderstel; hij reed een leven lang ’s nachts met bloemen naar Frankrijk tot zijn vrouw zei dat het tijd werd kalmer aan te doen. Mensen weten niet meer wat er gebeurt op industrieterreinen, zegt hij, die denken bij een waterfront alleen aan prachtig wonen.

Het kabinet zegt de ‘maritieme maakindustrie’ te koesteren, maar de wethouder ziet ‘Amsterdam bashing’ als echte reden om tienduizend huizen te schrappen: zijn linkse stad wordt niet gepruimd door het rechtse kabinet. Meer not in my backyard wordt het niet; nog even en ze moeten naar de rijdende rechter.

Onderwijl blijft Mona Keijzer honderdduizend huizen beloven aan het volk, ook al weet ze dat het onhaalbaar is. Die 35 duizend aan de overkant in Almere Pampus - ook niks meer van gehoord.

Onderwijl blijft iedereen maar behendig de besmette naam ontwijken van de meest succesvolle bouwen-bouwen-bouwencampagne ooit. Terwijl de Vinex toch echt met genoegen wordt bewoond door het volk waar Mona Keijzer en haar kabinet zogenaamd zoveel om geven.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next