Gezinnen en kinderen moeten na een melding van huiselijk geweld vaak lang wachten op actie van Veilig Thuis. Dat concludeert de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) na een onderzoek naar de wachttijden en procedures van het advies- en meldpunt.
De inspectie zegt zich ernstige zorgen te maken over de lange wachttijden bij Veilig Thuis. ‘De voorbeelden van onrust en onveilige situaties bij deze gezinnen en huishoudens zijn stuk voor stuk schrijnend’, aldus Angela van der Putten, hoofdinspecteur Jeugd en Maatschappelijke Zorg bij de IGJ. In sommige gevallen is sprake van een maandenlange vertraging, blijkt uit het rapport.
Veilig Thuis is het meldpunt en adviesorgaan voor huiselijk geweld en kindermishandeling van de Nederlandse overheid. De organisatie is onderverdeeld in vijfentwintig regionale afdelingen in Nederland.
In slechts vijf regio’s slaagt Veilig Thuis erin om na 80 procent van de meldingen binnen de wettelijke termijn van vijf dagen een zogeheten veiligheidsbeoordeling te maken. Slechts twee regionale afdelingen ronden het aanvullende onderzoek daarna binnen de wettelijke termijn van tien weken af, concludeert de inspectie.
Over de auteur
Dana Holscher is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
De vertraging kan volgens de inspectie ernstige gevolgen hebben voor melders, met name wanneer er sprake is van structurele mishandeling of verwaarlozing. Bovendien werken de lange wachttijden ontmoedigend, schrijft de inspectie in het rapport. Melders vragen zich af of het wel zin heeft om een melding te maken, omdat hulp vaak maanden op zich laat wachten. In de tussentijd kan de weerstand tegen hulp groeien of verandert de situatie aanzienlijk, merken ook medewerkers van Veilig Thuis.
De voornaamste oorzaken voor de traagheid zijn volgens de inspectie onvoldoende personeel en deskundigheid bij Veilig Thuis en een toename in het aantal meldingen. Uit cijfers van het CBS blijkt dat het aantal meldingen in 2023 opliep naar 127 duizend, tegenover 123 duizend in 2022.
Na een melding is Veilig Thuis wettelijk verplicht binnen vijf dagen een veiligheidsbeoordeling van de situatie te maken. Als uit die beoordeling blijkt dat er sprake is van acuut gevaar, treedt de organisatie wél tijdig op, schrijft de inspectie. Na de eerste check moet de organisatie een grondiger onderzoek uitvoeren, dat binnen tien weken afgerond dient te zijn.
Op basis van dat onderzoek kan het adviespunt besluiten óf en welk ingrijpen nodig is. Veilig Thuis kan vervolgens beslissen een zaak over te dragen aan hulporganisaties, en eventueel melding te maken bij de Raad voor de Kinderbescherming of de politie.
Meer dan de helft van de meldingen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt gedaan door mensen die in professionele rol bij een gezin betrokken zijn, zoals leraren op school, hulpverleners, of politie. Uit rondvraag onder 28 professionele melders blijkt dat de situatie binnen een huishouden ernstig kan veranderen tussen het moment van melden en het onderzoek van Veilig Thuis. Zo kan het geweld of misbruik erger worden, of kan bestaande hulpverlening stagneren omdat een adequate inschatting van de situatie ontbreekt.
De IGJ onderzocht de wachttijden bij Veilig Thuis 2024, nadat eind 2023 bleek dat die vaak te lang waren. In vergelijking met vorig jaar blijkt nu dat de wachttijden bij een aantal regionale afdelingen alleen maar langer zijn. De Veilig Thuis-organisaties Amsterdam-Amstelland, Gelderland-Midden en West-Brabant is opgedragen een plan op te stellen voor verbetering.
De afgelopen jaren stapelden de problemen in de jeugdbescherming zich op. Sinds de decentralisatie van het systeem in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdbescherming. Omdat dat tot efficiëntere zorg zou moeten leiden, voerde de overheid bezuinigingen door. Tegelijkertijd nam het aantal kinderen dat jeugdbescherming krijgt in de afgelopen jaren flink toe.
Jarenlange kritiek over de kwaliteit van rapportages binnen de jeugdbescherming leidde in 2016 tot een actieplan voor het verbeteren van de jeugdbescherming. Uit een evaluatie van dat plan, dat van 2019 tot 2021 liep, bleek dat het weinig had uitgehaald. Zorgmedewerkers hadden te weinig middelen en waren niet genoeg geschoold om de voorgestelde verbeteringen adequaat door te voeren. Eind 2023 concludeerde de IGJ dat de kwaliteit van rapportages nog steeds ondermaats is.
Veilig Thuis is niet alleen verantwoordelijk voor het oplossen van de problemen, benadrukt de IGJ. Ook jeugdzorgorganisaties, maatschappelijk werk en gemeenten dienen volgens de inspectie bij te dragen aan de veiligheid van kinderen en gezinsleden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant