Maria, de biopic van Jessica Palud over Maria Schneider, concentreert zich op de aanloop naar en nasleep van de schokkende verkrachtingsscène in Last Tango in Paris. Een scène waarmee de actrice werd overvallen, en die haar een leven lang zou worden nagedragen.
Voor Bernardo Bertolucci was de boterscène in Last Tango in Paris niet meer dan ‘collateral damage’ geweest, bijkomende schade. In 2013, twee jaar na het overlijden van Maria Schneider, die de vrouwelijke hoofdrol speelde in de film die in 1972 een even groot schandaal als succes was geweest, ‘bekende’ Bertolucci in een interview met Twan Huys in College Tour dat hij zich verschrikkelijk had gevoeld omdat Schneider gedurende haar leven had geleden onder ‘de scène’. ‘Poor Maria’, klonk het uit zijn mond.
Uiteraard volgde er direct een ‘maar’, want excuses maken, zelfs al was dat postuum, was niet besteed aan de grote Italiaanse regisseur. Dus verdedigde hij de beslissing om Schneider te overvallen met die berucht geworden scène. Met als gevolg dat tegenspeler Marlon Brando haar tijdens het filmen onverwacht vastgreep, haar jeans en onderbroek naar beneden trok en een hand vol boter tussen haar billen smeerde. Waarna hij – inclusief heupbewegingen en gekreun – deed alsof hij haar anaal verkrachtte. Bertolucci wilde ‘echte vernedering zien, echte boosheid, niet gespeeld’.
Actrice Anamaria Vartolomei is overrompelend in de Maria Schneider-biografie ‘Maria’. Lees hier de hele recensie.
In Maria, de biopic die Jessica Palud maakte over Maria Schneider, en die zich vooral concentreert op de aanloop naar en nasleep van Last Tango in Paris, zien we die boosheid en vernedering ook op het gezicht van Anamaria Vartolomei, de actrice die haar vertolkt. Regisseur Palud laat ook zien wat er na de opname gebeurde. Hoe Maria eerst als verlamd was blijven liggen, toen was opgestaan en woedend over de set had gelopen.
Toen Last Tango in Paris vlak voor kerst zijn Franse première beleefde, was het publiek na afloop geschokt en in stilte de bioscoop uitgekomen, ze hadden Schneider, die buiten stond te wachten, niet aan durven kijken. Voor Schneider zou ‘Tango’ het kruis worden dat ze de rest van haar leven moest dragen. In haar werk, in de publieke opinie, in hoe de pers over haar schreef. Ze zou het nooit meer te boven komen.
Maria is de tweede speelfilm van Jessica Palud. De Franse regisseur begon haar carrière in film als 19-jarige stagiaire bij Bertolucci, op de set van Dreamers (2003). Ze keek tegen hem op, bewonderde zijn werk. Maar er gingen ook toen al verhalen rond over Last Tango in Paris, die haar altijd zouden bijblijven. Omdat ze zag hoe er met acteurs werd omgegaan. En omdat ze zelf, als vrouw in een door mannen gedomineerde filmwereld, ook vaak lastige, vernederende ervaringen had.
Het idee om een film over Schneider te maken kreeg vorm toen Palud de in 2018 uitgekomen biografie My Cousin Maria Schneider las, van de Franse auteur en journalist Vanessa Schneider. Die haalt daarin herinneringen op aan haar zestien jaar oudere nicht, die ze in het boek eert, maar ook duidt.
Want Maria Schneider (1952-2011) was niet alleen een slachtoffer van de zogenaamde ‘vrije’ jarenzeventig(film)cultuur; ze was ook niet ongeschonden uit haar jeugd gekomen. Ergens in de biografie citeert Vanessa Schneider een vriendin, ook actrice, die al op vroege leeftijd succes had en die altijd zei dat acteurs ‘verloren kinderen’ zijn.
Een verloren kind, dat was Maria Schneider ook. Haar moeder zette haar op haar 15de op straat omdat de rebelse Maria het steeds opnieuw waagde toenadering te zoeken tot haar biologische vader, de in Frankrijk bekende acteur Daniel Gélin. Hij had haar nooit officieel erkend als dochter; Maria was een buitenechtelijk kind, geboren uit een relatie die de getrouwde Gélin had met haar moeder, het Roemeense model Marie Christine Schneider.
Niet erkend, niet gezien en niet gehoord, noch door haar vader, noch door haar moeder. Maar toen er uit het sprieterige kind een mooie jonge vrouw was gegroeid, met prachtige lange zwarte krullen, grote donkere ogen in een blakend gezicht, een lichaam met rondingen, kon haar vader met haar pronken. Hij nam haar mee naar filmsets, introduceerde haar in het Parijse nachtleven. Maria stopte met school en volgde hem overal. Totdat hij haar dan weer zat was, terugging naar zijn jonge kinderen en deed alsof ze niet bestond.
Inmiddels had ze via haar vader filmster Alain Delon ontmoet met wie ze veel optrok en via wie ze kleine rollen in films kreeg. En ze had de aandacht getrokken van Brigitte Bardot, de andere grote ster van dat moment, die haar een slaapplaats aanbood in haar appartement toen ze vertelde dat ze dakloos was. Delon en Bardot zouden haar filmouders worden. Door haar connecties en die kleine rolletjes in films was ze uiteindelijk Bertolucci opgevallen – die na het succes van Il Conformista (1970) naar Frankrijk was gekomen, omdat hij al wist dat zijn volgende film te scandaleus zou zijn om in Italië te produceren. Bertolucci zocht geen actrice, hij zocht een canvas.
In Maria laat regisseur Palud ook de eerste ontmoeting tussen de twee zien. Bertolucci wordt opgevoerd als een gladde man met een hoop bravoure en dito arrogantie. Schneider is jong, onschuldig. In de scène zien we dat Maria zich vereerd voelt, maar ook vragen stelt over de naaktscènes en zegt dat ze het script niet helemaal begrijpt.
Bertolucci wuift haar aarzelingen weg: er viel niets te begrijpen en het naakt zou slechts functioneel zijn. Wel stelde hij een borstverkleining voor, want de regisseur wilde graag een wat androgyn uitziend meisje voor de rol. Dat weigerde Schneider. In haar biografie schrijft Vanessa Schneider dat dat haar enige daad van rebellie was geweest. ‘Vanaf dat moment zou er niets meer worden gevraagd, alleen maar geëist.’
Na Last Tango in Paris raakte Maria Schneider in een depressie. Ze werkte wel, maar Michelangelo Antonioni’s Profession: reporter (1975) was een van de weinige films waar ze echt plezier in had, en waarvan ze vond dat ze er haar talent in had kunnen laten zien. Verder was ze in die jaren vooral te zien in films waarin ze uit de kleren moest, films die volgens haar slechts ‘Tango’ wilden nadoen. Wat opvalt in het boek (en de film) is dat Schneider zich altijd is blijven uitspreken, dat ze van begin af aan de misstanden op de set van Last Tango heeft aangekaart. Nee, ze was niet op haar mondje gevallen. Maar niemand luisterde.
Schneider werd steeds recalcitranter, ook omdat de pers haar maar niet met rust liet en steeds weer terugkwam op de film uit 1972, en op ‘de scène’. Al had ze gezworen dat ze er nooit meer over zou praten, de journalisten hielden er niet over op. En als het niet de journalisten waren, dan was het wel een kelner die in een restaurant met een knipoog vroeg of ze soms ‘boter wilde’, of een kind op straat dat haar nariep, of een stewardess die ongevraagd boter op haar bord smeerde.
Schneider, die vanuit het niets in de roem en controverse was gekatapulteerd, had geen idee hoe ze hiermee om moest gaan. Vrij snel na Tango raakte ze verslaafd aan heroïne. Tot begin jaren tachtig ging ze van overdosis naar afkickkliniek naar terugval. Regisseurs hadden geen zin meer om met haar te werken. Ze vergat haar teksten, de drugs lieten sporen na op haar lichaam, ze was vaak te suf om te spelen.
Uiteindelijk kickte ze af in een kliniek in Brazilië, mede dankzij de hulp van haar grote liefde, een jonge filmstudente die kwam kijken op de set en die nooit meer van haar zijde is geweken. Harddrugs zou ze niet meer gebruiken, maar de rode wijn en champagne bleven, net als sigaretten. Vanaf begin jaren tachtig was ze ook weer wat vaker te zien in films, meestal in bijrollen. Een paar zijn bijgebleven en kregen goede kritieken, zoals Merry-Go-Round (1981), Les nuits fauves (1992) en Jane Eyre (1996). Uiteindelijk zou Schneider 53 films maken, waaronder een in Nederland: Nouchka van Brakels Een vrouw als Eva (1979).
Hoewel Marlon Brando ook schuldig was aan wat er was gebeurd op de set van Last Tango in Paris, voelde Schneider naar hem toe minder wrok. Ze had het hem wel kwalijk genomen, maar ze waren ook lotgenoten, want Brando had Bertolucci’s manipulatie net zo goed gevoeld. In improvisatiescènes had Bertolucci hem naar jeugdherinneringen gevraagd, en die had Brando nog genanter gevonden dan de naaktheid (nu was hij natuurlijk ook lang niet zo veel naakt te zien als zijn tegenspeelster). Brando weigerde jarenlang om met Bertolucci te praten. Pas vijftien jaar na Tango zagen de twee elkaar weer, praatten ze over de film en schudden ze elkaar de hand. Brando vergaf hem. Maar zoals biograaf Vanessa Schneider opmerkt: er was in zijn geval ook minder te vergeven.
Bij de uitvaart van Maria Schneider in 2011 zat de Église Saint-Roch in Parijs bomvol. Cultuurminister Frédéric Mitterrand was van de partij, en Alain Delon las een brief voor die Brigitte Bardot voor Schneider had geschreven. Voor even was ze terug in de schijnwerpers – zelfs de media schreven mooie woorden over de actrice die ze zo lang hadden verguisd. Schneider zou het vast hebben kunnen waarderen, schrijft haar nicht in de biografie. Maar dat ze nooit excuses had gekregen, niet van Brando, noch van Bertolucci, dat verdriet nam ze mee in haar graf.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant