Home

De dansnummers in de musical Saturday Night Fever zijn ronduit spectaculair

De nieuwe Saturday Night Fever-musical ziet er fraai uit, met kleurrijke kostuums en fantastische dans. Hoofdrolspeler Buddy Vedder voorziet de show voortdurend van swing en schwung. Al staat hij iets te vaak voor de spiegel.

‘Je bent niemand, op weg naar nergens.’ Dat zegt een van de vrienden van Tony Manero tegen dit lefgozertje, dat zo graag wil breken met zijn benauwde bestaan. Hij is nog maar 19, maar de woonkazerne in Brooklyn waar hij met zijn uitgebluste ouders woont voelt als een gevangenis. Overdag werkt hij als jongste bediende in een verfwinkel. Er is slechts één ontsnappingsmogelijkheid: de lokale discotheek, op zaterdagavond. Dan kan hij dansen. En dansen, dat kan hij.

De film Saturday Night Fever (1977) maakte niet alleen de muziek van The Bee Gees (Stayin’ Alive, Night Fever, How deep is your love, Disco Inferno) wereldberoemd, maar ook John Travolta. Hij speelde de rol van Manero, en werd een stijlicoon voor jongens uit de lagere klasse die de discotheek als hun vluchtheuvel zagen.

New York, eind jaren zeventig: de American dream is een American nightmare geworden, er zijn drugs, criminaliteit en armoede. Dáár ging het over. En over een ontluikende, ingewikkelde romance op de dansvloer.

Over de auteur

Hein Janssen schrijft voor de Volkskrant over theater en richt zich vooral op toneel en musical.

In 1998 volgde de eerste musicalversie van de film, eerst in Londen (met Adam Garcia als Tony), een jaar later in New York. Na twee eerdere Nederlandse versies (zie kader) is Tony nu terug in het theater, in een productie van De Graaf & Cornelissen Entertainment met Buddy Vedder in de hoofdrol.

Het eerste dat in deze nieuwe voorstelling opvalt, is de weldadige soberheid ervan. Oké, er wordt flink uitgepakt in de show- en dansnummers, maar de basis is en blijft het verhaal van die beetje timide jongen uit dat arme gezin die zich met een grote bek staande probeert te houden. Zijn thuissituatie is naargeestig, met een vader die losse en harde handen heeft, een huissloof als moeder en een opstandige zoon. In regie van Martin Michel worden die scènes uiterst sereen gespeeld, met slechts een paar lichtspots op een kaal toneel.

Brooklyn Bridge

De vormgeving van Marjolein Ettema is sowieso strak gekadreerd, met overal spiegelwanden, een discotheek en projecties van New York. Vanaf Brooklyn –toen nog een no-go area, nu een peperdure, gewilde wijk – kijk je in de verte naar Manhattan, het beloofde land. De Brooklyn Bridge is de verbinding tussen die twee werelden, de weg naar succes en vrijheid. Maar het lukt maar niet die brug over te steken.

Buddy Vedder speelt Tony van begin af aan op volle energie, hoog in zijn stem, geagiteerd en vooral boos. Nergens laat hij een rustpunt toe, dat is vermoeiend. Voor hem, maar ook voor de toeschouwer. ‘Doe eens rustig’, ‘doe niet zo opgefokt’, roepen zijn vrienden regelmatig, en ze hebben gelijk.

Iets meer spelregie, overigens ook in andere rollen (er wordt veel geschreeuwd), zou hier wonderen hebben verricht, temeer Vedder als entertainer volledig overtuigt: hij danst fantastisch, zingt goed en voorziet de show voortdurend van swing en schwung.

Spiegelpanelen

Een cruciale scène in de film is die waarin Tony zich omkleedt om te gaan dansen, en zijn dagelijkse kloffie verruilt voor een spannend pak. In zijn zwarte onderbroek bekijkt hij zichzelf van top tot teen, en dat geeft hem zelfvertrouwen. Ook Buddy Vedder heeft zo te zien een prima personal trainer, maar staat net iets te vaak voor de spiegel. Spiegels zijn in deze voorstelling een bepalend stijlmiddel; het zijn schuivende panelen die een beklemmende omgeving suggereren. Daarom is die zaterdagavond in de disco zo belangrijk: vrijheid, dansen, snuiven (ja, ook dat), muziek, flirten, vrijen.

Het vrouwbeeld uit die tijd blijkt intussen hopeloos gedateerd: een meisje is ‘of net of slet’, en de meiden doen er zelf ook weinig aan om daartegen in te gaan. Daarbij komt dat de vertaling/bewerking van Florus van Rooijen nogal plat is – veel shit, schijt, schijtzooi, kutzooi, en bullshit – waarschijnlijk om de straattaal te benadrukken.

Adembenemende Latin dance

Ronduit spectaculair zijn de dansnummers (choreografie Chiara Re), en daarin vallen vooral twee leden van het uitstekende ensemble op: Stijn Holewijn en Terra Luna Urbach, die een adembenemend stukje Latin dance laten zien. Mooie, ingetogen rol ook van routinier Mariska van Kolck als de moeder, en Esmée Dekker speelt Tony’s love-interest, de nogal arrogante Stephanie, met een prachtige stem en een sterke performance.

Verder ziet het er in al zijn bescheidenheid fraai uit, zeker ook de kleurrijke kostuums van Arno Bremers, waarbij opvalt dat de poloshirts en spencers van toen nu weer helemaal hip zijn.

In het slotdeel ontpopt Tony zich plotseling tot een strijder tegen vrouwenhaat en racisme. Dan voel je al aan dat het goed gaat komen tussen hem en zijn Stephanie. Misschien wordt hij wel iemand, op weg naar ergens.

Saturday Night Fever

Musical

★★★★☆

Door De Graaf & Cornelissen Entertainment; tekst Robert Stigwood en Bill Oakes. Muziek The Bee Gees, choreografie Chiara Re, regie Martin Michel.

29/9 Theater aan de Parade Den Bosch; tournee.

Twee eerdere Saturday Night Fever-musicals

De eerste Nederlandse versie van Saturday Night Fever was een productie van Joop van den Ende en ging in 2001 in première in het Beatrix Theater in Utrecht, waar het bijna twee jaar was te zien; de hoofdrollen werden gespeeld door Joost de Jong en Chantal Janzen. In 2012 kwam Van den Ende, toen bij Stage Entertainment, met een nieuwe productie in Carré en die ook op tournee ging (met Joey Ferre en Noortje Herlaar).

De Graaf & Cornelissen Entertainment wilde de nieuwste versie aanvankelijk in januari 2021 uitbrengen, maar dat ging vanwege de coronacrisis niet door; alle theaters werden gesloten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next