Home

Het systeem faalt in het bieden van zorg aan mensen in psychische nood, en dat kost levens

In september vorig jaar valt in de wachtkamer van de huisartsenpost in Nieuwegein een verwarde vrouw andere wachtenden aan met een mes. Twee mannen raken gewond, een vrouw komt te overlijden. Het Openbaar Ministerie eist twee jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging.

Helaas bleef tijdens de zitting, die twee weken geleden plaatsvond, de meest wezenlijke vraag onbeantwoord: hoe kwam deze vrouw überhaupt in de wachtkamer van de huisartsenpost terecht?

De vrouw, die lijdt aan schizofrenie, was al langer bekend bij zowel de ggz als de politie. De dag voor het incident in de wachtkamer gooide zij de ruiten in bij de woningcorporatie. Op deze bewuste nacht sticht ze brand in haar eigen huis door een waxinelichtje bij een open gaskraan te houden. De hulpdiensten rukken uit en weten de brand snel te blussen.

Daarna ontvouwt zich op de stoep voor het huis een bekende discussie: wat moet er met de vrouw gebeuren? De politie wijst naar de crisisdienst van de geestelijke gezondheidszorg (ggz), de ggz naar de politie. De ambulancebroeders zitten met de handen in het haar en brengen de vrouw uiteindelijk naar de huisartsenpost.

Ik huiver nog steeds bij de gedachte dat mijn collega een half uur lang alleen met de vrouw op een kamertje zat, zonder in staat te zijn contact met haar te maken. Mijn collega belt opnieuw met de crisisdienst en die beloven de vrouw te komen ophalen. Door drukte duurt dat lang. De vrouw wordt in de wachtkamer geplaatst.

Daar trekt ze, vanuit het niets, een zakmes uit haar tas en valt een vrouw in een rolstoel aan. Ze slaat en steekt met het mes richting haar hoofd en buik. Het slachtoffer, die voor een trombosebeen op de post is, staat op om te vluchten, maar bezwijkt kort daarna aan een longembolie, zo blijkt uit het nieuwsbericht van het OM. Haar zoon, die probeert zijn moeder te beschermen, wordt ook geraakt, evenals een beveiliger.

Tijdens de rechtszaak verklaarde de officier van justitie: ‘Ook de verdachte heeft dit vermoedelijk niet gewild. Haar eerdere vernielingen en brandstichting passen bij verward en onbegrepen gedrag: een schreeuw om hulp.’ En daarin schuilt de kern van deze tragedie. Deze vrouw had nooit in de wachtkamer van een huisartsenpost mogen zitten. Wat zij nodig had, kon een huisarts haar niet bieden.

Dat ze toch op de huisartsenpost belandde, lijkt het gevolg van een zorgsysteem dat schuift met mensen in psychische nood: van de politie, naar de ggz, via de ambulance naar de spoedeisende hulp of huisartsenpost. Dus zat deze vrouw met onbegrepen gedrag op de huisartsenpost. Urenlang alleen met haar gedachten en een lakentje om haar warm te houden.

Terwijl een huisartsenpost geen crisisopvang is: onze wachtkamers zijn geen noodcentra en ons personeel is niet getraind om deze mensen op te vangen, laat staan om anderen tegen hen te beschermen.

Deze tragedie is meer dan een incident, het is een alarmbel die luid en duidelijk klinkt. We hebben een systeem gecreëerd dat faalt in zijn meest essentiële taak: het bieden van zorg aan mensen in nood, ook psychische nood. Én het beschermen van de samenleving tegen de gevaren die deze mensen soms met zich meebrengen. Hier faalden we dus. Op vele fronten. En niet voor het eerst.

De spraakmakende zaak van Thijs Hermans, die in 2019 in een psychose drie mensen vermoordde, is een ander wrang voorbeeld. Zijn ouders deelden met NRC hoe zij keer op keer vroegen, zelfs smeekten om een opname voor hun psychotische zoon, maar hij werd telkens weer naar huis gestuurd. ‘Er is geen plek’, klonk het, ‘het is niet ernstig genoeg.’

Totdat het fout ging en levens werden verwoest. Niet alleen die van de slachtoffers en nabestaanden, maar ook die van de dader en zijn naasten.

De vrouw die op de huisartsenpost andere wachtenden belaagde met een mes zal op 18 oktober de uitspraak van de rechter horen. Op advies van deskundigen zullen haar handelingen, vanwege haar psychische aandoening, waarschijnlijk sterk verminderd aan haar worden toegerekend.

Aan wie dan wel? Dat is de vraag die we ons moeten stellen en die dringend om een antwoord vraagt.

Over de auteur
Danka Stuijver is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next