Door de bombardementen in Libanon zijn honderdduizenden mensen op de vlucht geslagen naar veiligere gebieden in het noorden, ziet oorlogsverslaggever Hans Jaap Melissen. Medewerkers van lokale hulporganisaties komen amper aan slaap toe, terwijl ze zelf ook moeten dealen met de noodsituatie.
Flutra Gorana is doodmoe. Ze heeft vannacht twee uur geslapen. Zo gaat het al dagen, soms slaapt ze zelfs helemaal niet. Gorana is regionaal coördinator voor War Child Holland in Beiroet en heeft thuis uitzicht op de zuidkant van de Libanese hoofdstad, die vrijwel elke nacht wordt gebombardeerd.
"Wij leven zelf in deze crisis", zegt ze. "We hebben alleen lokale medewerkers. Zij moeten hulp bieden, maar worden hier tegelijkertijd ook door geraakt. Een van ons heeft bijvoorbeeld meerdere familieleden verloren bij een bombardement op een dorp."
Vandaag gaat ze op stap naar Tripoli, ongeveer een uur rijden ten noorden van de hoofdstad. De afgelopen week zijn enkele honderdduizenden mensen in Libanon op de vlucht geslagen. Zij zoeken vaak zo noordelijk mogelijk onderdak. Normaal focust War Child Holland op educatie en psychosociale steun voor kwetsbare kinderen, maar vanwege de situatie richt de ngo zich op noodhulp, voor alle leeftijden.
"Mensen zijn met weinig bagage gevlucht en zitten vaak in gebouwen waar ze wel onderdak hebben, maar geen mogelijkheid om te koken. Dus basale hulp moet nu eerst in orde komen. Maar intussen bieden wij ook nu al psychosociale steun. Soms komt oorlogstrauma er pas jaren later uit, soms manifesteert het zich meteen al. Dus wij werken met kinderen en met hun ouders of verzorgers."
De weg de stad uit is enorm druk. Het is al een week een bekend beeld: volgepakte auto's met slappe matrasjes op het dak bewegen zich naar veiliger gebied. In Tripoli aangekomen gaat Gorana eerst langs het lokale War Child-kantoor en daarna vertrekt ze met een paar auto's met hulpgoederen naar een schoolgebouw in de heuvels buiten de stad. De privéschool zit nu helemaal vol met gevluchte families.
Op de binnenplaats zijn kinderen aan het basketballen. Vanaf de balustrades op de eerste en tweede verdieping kijken een paar kinderen mee. Soms krijgen zij ook de bal. Een jongeman zit met verwondingen aan zijn gezicht en verband om zijn hoofd op een stoel. Zijn krukken staan naast hem. Hij vertelt dat hij gewond is geraakt bij een raketaanval. Hij moet zo weer naar het ziekenhuis.
Ineens verandert de sfeer. Een paar mannen staan te discussiëren met een medewerker van het War Child-team. Het komt erop neer dat ze niet willen dat mensen worden geïnterviewd of herkenbaar in beeld worden gebracht. "De mensen die hier zitten komen uit het diepe zuiden", zegt Gorana. "Ze zijn erg wantrouwend als mensen hen willen fotograferen of hun informatie willen hebben. Dat zijn ze ook wel naar ons toe. Ze zijn bang dat die informatie bij de verkeerde personen terechtkomt."
Intussen worden de spullen gelost. "Hygiënepakketten, ondergoed. Dikkere kleding hebben we ook wel gebracht, want hier in de bergen koelt het 's avonds al behoorlijk af."
Later, terug op het kantoor van War Child in Beiroet, vertelt Gorana dat haar organisatie sinds 2007 in Libanon zit. Dat was in de nasleep van de vorige oorlog, in de zomer van 2006. "En juist toen we dachten dat we hier klaar waren, begon de Syriëcrisis, waardoor Libanon zo'n anderhalf miljoen vluchtelingen uit dat land binnenkreeg."
En nu is er dus weer een nieuwe crisis bij gekomen, waarvan niemand weet wanneer die voorbij is, en bovendien een waarvan nog niet iedereen de urgentie voelt, denkt ze. Ze vindt dat de hulpverlening, internationaal gezien, te traag op gang komt.
Intussen blijkt weer welke invloed de situatie in Libanon heeft op de medewerkers van deze ngo. De veiligheidsadviseur vindt dat het kantoor in Beiroet vanmiddag eerder dicht moet. Er zijn geruchten over mogelijke nieuwe aanvallen en sommigen moeten om thuis te komen vlak langs de wijk Dahieh rijden, die steeds wordt getroffen.
Gorana gaat ook naar huis, waar ze inmiddels ook een soort privéopvang moet coördineren. "We krijgen er weer nieuwe logés bij, familie van mijn man." Veel rust zal ze ook de komende nacht niet krijgen, denkt ze.
Source: Nu.nl algemeen