Ons huis zakt scheef. Daar kan het huis niets aan doen, want het stamt uit 1894. Wie zouden hier allemaal gewoond hebben? vroeg ik me af, waarna ik mijn adres intikte in Delpher, dat verrukkelijke archief van Nederlandse kranten door de eeuwen heen.
Ik kwam heel wat te weten over ons huis. Zo woonde er in 1916 een dame die haar broche verloor op straat, een ‘gouden broche met diamanten, tegen belooning terug te bezorgen’. Daarna heeft er een ‘zenuwarts’ gewoond, die in 1931 een ‘net meisje voor dag en nacht, met huiselijk verkeer’ zocht .
Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
In 1933 werd er ‘uiterst billijk’ een ‘zit-slaapkamer’ verhuurd, geschikt voor een ‘beschaafde alleenstaande dame, telefoon aanwezig’ . In 1936 zocht men er een ‘betrouwbaar chauffeur, beslist drankvrij’. In 1940 zat er ‘een Vereeniging voor Verstrekking van Kleeding en Voeding aan schoolgaande kinderen’. In hetzelfde jaar stierf er ‘na langdurig lijden mijn geliefde Behuwdbroeder Herman Hendrik van A.’
In juli 1945 plaatste, op dit adres, mevrouw Van V.-K. een advertentie die mij, drie generaties later, kippenvel bezorgde: ‘Wie kan inlichtingen geven omtrent de Heer van V., advocaat en procureur te Amsterdam, oud 38 jaar, die op 28-9-1944 van Theresienstadt met het eerste transport naar Auschwitz vertrokken is en van daaruit waarschijnlijk naar Buchenwald is vervoerd.’
Het leven ging door: in 1946 werd hier (misschien wel in mijn slaapkamer!) een dochtertje geboren bij de heer en mevrouw B. In 1947 ging mevrouw B. op zoek naar een ‘flink, zelfstandig meisje, goed kunnende koken’, terwijl haar man op hetzelfde adres kantoor hield als curator van het kantongerecht.
Wazig keek ik uit mijn raam, naar de gigantische bruine beuk in de binnentuin van het huizenblok. Die boom is even oud als ons huis. Ze moeten hem allemaal gezien hebben: de mevrouw met de diamanten broche. De zenuwarts. De beschaafde, alleenstaande dame. De betrouwbare, beslist drankvrije chauffeur. De langdurig lijdende Behuwdbroeder. Meneer en mevrouw B en hun ‘flink, zelfstandig meisje.’ De vrouw van meneer van V, wachtend tot haar man, 38 jaar oud, terug zou keren uit Auschwitz.
Ze zijn allemaal dood, maar het huis staat er nog. Geen wonder dat het scheefzakt, zo volgeladen met herinneringen. Best leuk voor de poezen, trouwens, dat een pingpongballetje zomaar vanzelf door de kamer rolt, maar jammer dat de ramen niet meer goed dicht kunnen. We zullen er toch iets aan moeten doen. Iets lawaaiigs, dat veel geld kost.
In 1974, zag ik op Delpher, stond het complete pand te koop voor 280.000 gulden. Zo’n 140.000 euro.
Dat is tegenwoordig nét genoeg voor een nieuwe fundering.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant