Met zijn tomeloze energie weet Pieter Koolwijk moeiteloos kinderen aan te spreken die een beetje anders zijn. En ‘een beetje anders’ vat de auteur van het Kinderboekenweekgeschenk zelf ook wel samen: eigengereid, en in staat het onwaarschijnlijke aannemelijk te maken.
Als Pieter Koolwijk het Kinderboekenweekgeschenk schrijft, dan mérk je dat. Bijvoorbeeld doordat hij de titel van het gratis boek, waarvan vanaf woensdag 336.090 exemplaren klaarliggen in de Nederlandse boekwinkels, tegen de gebruikelijke afspraken in alvast bekendmaakte in het voorjaar. Hij laat Schatpakkers, boven zijn andere tien titels, in zijn linker onderbeen tatoeëren en zet een foto op Instagram.
‘Nee, niet een doorsnee keurige meneer de auteur, die keurige verhaaltjes komt vertellen aan keurige kinderen die keurig in de klas blijven zitten’, grinnikt zijn uitgever Jesse Goossens.
Over de auteur
Pjotr van Lenteren schrijft voor de Volkskrant over jeugdliteratuur. Hij is voorzitter van kinderboekenfestival Boekids.
‘Als de dresscode rood is, dan draagt Pieter zwart’, merkt Eveline Aendekerk, die als directeur van Stichting CPNB, dat de Kinderboekenweek organiseert, weet wat ze in huis haalt als ze Koolwijk vraagt. ‘Wanneer hij onze petitie tegen de btw-verhoging in de Tweede Kamer aanbiedt, zie ik sommige politici denken: goh, die schrijvers zijn toch niet zo elitair als ik dacht.’
Met zijn kale kop, petje, armen vol tats en zijn swingende mix van toegankelijke taal, grenzeloze fantasie, keuze voor maatschappelijke onderwerpen en toch luchtige toon, raakt Koolwijk meteen vanaf zijn debuut Vlo en Stiekel (2012) een snaar.
In zijn boeken kan een gepeste jongen zomaar bevriend raken met een roodharig meisje dat zich van niemand wat aantrekt en dat beweert dat haar vader een kabouter is. En dat blijkt dan nog waar te zijn ook. De lezer blijft achter met het prettige gevoel dat die spannende wereld vol mogelijkheden misschien wel écht bestaat.
‘Pieter kan een voorbeeld zijn voor kinderen die een beetje anders zijn’, denkt Goossens. ‘Die steekt hij een hart onder de riem. Al moest ik aan die fantasiewereld wel even wennen. Wij gaven liever realistische kinderboeken uit, want anders kan je álles wel bedenken. Maar in dit manuscript kon ik niet stoppen met lezen. Pieter weet zo’n verhaal tóch aannemelijk te maken.’
Inmiddels tien boeken en een Gouden Griffel voor zijn doorbraakboek Gozert (2020) verder is de lekker luidruchtige Koolwijk niet meer weg te denken uit een eigentijdse kinderboekenkast. Helemaal vanzelf is dat niet gegaan.
Koolwijk (1974) werd geboren in Gouda, als tweede zoon van buschauffeur Wim en verpleegkundige Sylvia, en groeide op in Zwammerdam, waar hij vooral op het voetbalveld te vinden was, klierend op straat of later hakkend op gabberfeesten. ‘Een darm’, noemde zijn basisschooljuf hem.
In een tijd dat op zulk gedrag nog geen labels worden geplakt, kon hij niet stilzitten. Hij maakte na de mavo een opleiding tot verpleegkundige niet af en werkte onder meer als postbode. Ter ontspanning schreef Koolwijk fantasyverhalen.
Na een verhuizing naar het rustige Emmen, voor een baan als applicatiebeheerder bij de gemeente, waar hij nog altijd twee dagen per week werkt – ‘Hij is de kwajongen van de afdeling’, vertelt collega Martin Koning –, was het zijn toenmalige vriendin die hem voorstelde om te proberen een kinderboek te schrijven.
‘Hij schreef, zij las en becommentarieerde’, vertelt zijn dochter Nora (19) daarover. Net als haar vader is ze het liefst buiten. ‘Mijn vrienden waren gek op hem, vooral de jongens. Die probeerden hem altijd uit te dagen. Wat later eten omdat we nog niet klaar waren met gamen, was nooit een probleem. Pieter is altijd in voor actie.’
Dat energieke kent Linde Faas, die als illustrator vanaf zijn debuut met Koolwijk samenwerkt, maar al te goed: ‘Ik had Vlo en Stiekel gelezen en ik wilde er graag mee aan de slag. Krijg ik een mail van Pieter: ‘Je zou me moeten zien, sta hier te dansen en te springen in de huiskamer.’ Dat zal hij toch niet letterlijk bedoelen, dacht ik nog. Hij is dus écht zo.’
Maar bovenal zet Koolwijk hele schoolklassen op zijn kop. Met één boodschap: ‘Als ik met mijn drukke hoofd van een boek kan genieten, dan kunnen jullie het ook.’
En dat merken meesters en juffen en kinderboekhandelaren, zoals fan van het eerste uur Nadine van Ekris, eigenaar van boekwinkel Van der Meer in Noordwijk. ‘Ze herkennen allemaal nog het jochie in Pieter. Koolwijk is een van de weinige auteurs waar kinderen zelf om komen vragen. Hij is een gozer met een grote gunfactor.’
‘Schoolbezoeken kunnen nogal ver weg zijn, en soms vermoeiend’, bevestigt bevriend collega Sanne Rooseboom, schrijfster van Het ministerie van Oplossingen (2016). ‘Maar wij hebben er altijd zin in. Vaak bellen we elkaar aan het einde van zo’n dag in de auto over hoe het was. Hij bijvoorbeeld vanuit Drenthe, ik vanuit Brabant. We vinden het allebei leuk als er veel vragen komen, maar hij is veel beter met kinderen die niet op hun stoel blijven zitten dan ik dat ben.’
Of, zoals Koolwijk zelf zegt: ‘Je hebt altijd van die gastjes, en trouwens soms ook meiden, die je gaan je lopen uitdagen. ‘Oké, gaan we dít doen? Goed hoor. Kom maar op. Ik heb íets meer ervaring’, zeg ik dan.
3 × boeken van Pieter Koolwijk
• Het kinderboekenweekgeschenk Schatpakkers (2024). Nevin moet verplicht buitenspelen en gooit in een kwade bui de autosleutels van haar vader in een put. Ziet ze daar nu een blauw handje die sleutels pakken?
• Gozert (2020, bekroond met Gouden Griffel). Het boek waarmee Koolwijk definitief doorbreekt bij kinderen en ouders. Ties heeft een vriend die niemand ziet. Niet hij, maar Gozert haalt streken uit. Alleen: bijna niemand gelooft Ties.
• Baas van de wereld (2016). Ivo en Mila raken bevriend met een zwerver die beweert dat hij de baas van de wereld is, en dat zijn winkelwagentje kan vliegen. Naar eigen zeggen is het drukke gabbertje Ivo, met zijn gemillimeterde haar, op Pieter Koolwijk zelf gebaseerd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant