In Kunsthal Kade in Amersfoort is een tentoonstelling te zien over die vreemde toestand die slaap heet. Welke archetypen slapers zijn er de afgelopen eeuwen eigenlijk in de kunst verbeeld? Een overzicht, ook leuk om te checken welk type je zelf bent.
‘I know you’, zingt Doornroosje in de film Sleeping Beauty, terwijl ze fantaseert over hoe ze eens de man van haar dromen hoopt te ontmoeten. ‘I walked with you once upon a dream.’ En terwijl haar liedje nog niet eens is afgelopen, stapt de droomprins al haar leven binnen. Hij stond bewonderend toe te kijken vanuit de bosjes.
Niet alleen Disneyprinsessen kennen bijzondere betekenis toe aan hun dromen, dat doet bijna iedereen. De mysterieuze wereld van slaap en dromen werd en wordt wereldwijd gezien als een tussenwereld waar mensen visioenen over de toekomst krijgen.
Waar ze in aanraking komen met bovennatuurlijke krachten, met goden en duivels. Of, wat westerser, als een bewustzijnstoestand waar je in feite met jezelf te maken krijgt, waar je geconfronteerd wordt met onopgeruimde resten van de dag, en waar het onderbewuste soms fraai verpakte boodschappen, gevoelens en verlangens in verstopt.
Over de auteur
Janna Reinsma schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse beeldende kunst.
Vaak is er ook sprake van angst voor slaap en nachtmerries. Want waar gaan we heen als we slapen? In de middeleeuwen werd wel zittend of schuin geslapen, uit vrees tijdens het slapen te sterven.
Ook veel horrorfilms draaien om de oerangst voor wat we kunnen meemaken als we slapen, van Das Cabinet des Dr. Caligari, een expressionistische klassieker over een gemanipuleerde slaapwandelaar die moorden pleegt, tot A Nightmare on Elm Street, waarin de moordenaar alleen kan toeslaan als zijn slachtoffer slaapt – en de hoofdpersonages, door in slaap te vallen, misschien hun eigen doodvonnis tekenen.
Hoeveel hedendaagse psychologen en neurowetenschappers onze nachtelijke levens ook proberen te ontraadselen, de wereld van de slaap zal nooit helemaal worden ontdaan van mysterie (al schrijven wetenschappers als Oliver Sacks en Douwe Draaisma fantastische boeken over het onderwerp).
Want blijft het niet wonderbaarlijk dat we, als we slapen, er tegelijkertijd wel zijn maar toch ook niet? Dat onze verbeelding dan haar goddelijke gang gaat en zelfs zogenaamd fantasieloze mensen de vreemdste dromen bij elkaar verzinnen?
In Kunsthal Kade in Amersfoort is momenteel Slaap! te zien, een expositie met zo’n vijftig kunstwerken rond het thema slaap. Hoe wordt de mens die slaapt eigenlijk verbeeld in de kunst en (pop)cultuur? De Volkskrant nam een diepe duik in slaperige kunst, zowel in Amersfoort als daarbuiten, en ontdekte zeven archetypische slapers.
Let wel, het draait hier om de slaapkop: kunstwerken over bedden en slaapkamers waarin geen mens te vinden is, mogen niet meedoen. Pech dus voor fantastische kunstwerken als My Bed van Tracey Emin.
Ook de literatuur is buiten beschouwing gelaten, omdat er bibliotheken te vullen zijn met boeken over dromen en slapeloosheid. Wel een tip: wie hongert naar mooie romans over slaap, kan het beste naar bed met Federico García Lorca, Maarten Biesheuvel, Annelies Verbeke, Fernando Pessoa of Ottessa Moshfegh.
Beroemder dan Doornroosje kan een slaper niet worden: zij is de bekendste slapende figuur uit de westerse cultuur. De prinses in dit sprookje prikte zich aan een betoverd spinnenwiel en moest honderd jaar slapen – totdat ze werd wakker gekust door een prins. Het takenpakket van de schone slaapster is daarmee overzichtelijk: mooi en onschuldig zijn en veel geduld hebben tot ze wordt gered.
De eerste overgeleverde versie van het sprookje stamt uit de 14de eeuw; er zijn er vele, onder meer van de gebroeders Grimm en Charles Perrault. De meeste mensen kennen een gekuiste versie van het verhaal.
In enkele van de oudste versies van de tekst werd Doornroosje terwijl ze sliep door een prins bezwangerd (lees: verkracht), en werd ze pas wakker nadat haar kind, waar ze comateus en wel van was bevallen, de naald van het spinnenwiel uit haar vinger zoog (!). Ook in latere versies (met uitzondering van die van Disney) werd Doornroosje wakker gekust door een onbekende terwijl ze sliep.
Daarmee is Doornroosje niet erg #MeToo-bestendig. Lang voor #MeToo schreven feministische literatuurwetenschappers overigens al over de symboliek en genderverhoudingen in deze en andere sprookjes – was de ‘prik’ van het spinnenwiel, met de bijbehorende druppels bloed, niet eigenlijk een ontmaagding?
De schone slaapster spreekt al eeuwen tot de verbeelding. Tsjaikovski componeerde muziek voor het gelijknamige ballet van Marius Petipa (1890), die ook weer werd gebruikt in de beroemde Disneyverfilming Sleeping Beauty uit 1959 (in 2014 opgevolgd door de spin-off Maleficent). Er is zelfs een Suske en Wiske-album dat De schone slaper heet, waarin Lambik zich prikt aan een spinnenwiel.
Ook op de expositie Slaap! hebben meerdere kunstwerken Sleeping Beauty als titel, waaronder een videokunstwerk van Carlijn Jacobs (2023). Zij maakte een video-loop van een paar seconden, waarin een in zijde gehulde vrouwelijke figuur in een zijden bed valt. Wanneer ze het bed raakt, lijkt het vloeibaar te worden en wordt ze erdoor opgeslokt – in dromerig slow motion. Misschien is dit wel hoe het eruitziet als je in een honderd jaar durende, bodemloze slaap ‘valt’.
Hoewel Doornroosje in feite vervloekt of gestraft werd en vervolgens in haar slaap werd gekust of zelfs verkracht, associëren we het beeld van de mooie slapende jonge vrouw toch vagelijk met iets vredigs. Misschien vanwege de Disneyzweem die eromheen is gaan hangen, of vanwege de slotsom van bijna alle sprookjes: ‘En ze leefden nog lang en gelukkig.’
Maar voor wie de slapende schone ziet op het schilderij The Nightmare (1781) van de Zwitsers-Engelse Johann Heinrich Füssli, is in een oogopslag duidelijk: als je wordt bezocht door een figuur die bovenop je komt zitten terwijl je slaapt, is dat een duivelse kwelling. Toch? Of ligt dat lang uitgerekte wulpse lichaam ook een beetje te smachten naar nachtelijk bezoek?
In de middeleeuwen geloofde men dat dit type demon, incubus geheten, ’s nachts vrouwen bezocht en gemeenschap met hen had terwijl zij sliepen. Daaruit werden dan misvormde kinderen, heksen en demonen geboren. Een soortgelijke kwelgeest, de vrouwelijke succubus, bezocht mannen en beroofde hen van hun levenskracht en zaad.
Het schilderij van Füssli verbeeldt Anna Landholdt; de schilder was verliefd op haar, maar kon haar niet krijgen. Dat weerhield hem niet van broeierige, duistere fantasieën.
Het schilderij deed vanaf de eerste vertoning (in 1782) in de Royal Academy of Arts in Londen stof opwaaien en vond veel navolging. In 2013 inspireerde het regisseur Alex van Warmerdam nog bij zijn film Borgman, waarin het geheimzinnige titelpersonage Borgman de levens – en uiteindelijk de slaapkamer – van een stel smetteloze villabewoners binnendringt.
Sommigen worden ín hun slaap gekweld – door prinsen of duivels, of door kwade dromen. Anderen is het niet gegund om überhaupt te slapen. Wie bekend is met slapeloosheid weet hoe een mens hierdoor een schim door kan worden van wie hij was; steeds doorzichtiger van teint en nooit meer echt helder van geest. Een soort spook dus, zowel overdag als ’s nachts. Ook slaapwandelaars en andere mensen met slaapproblemen worden een soort spoken, verlorenen in de nacht.
Zowel de slapeloze als de slaapwandelaar zijn goed vertegenwoordigd in Kunsthal Kade. Veel indruk maakt de levensgrote en levensechte sculptuur van Tony Matelli van een slaapwandelende man van middelbare leeftijd. Hij is vrij meedogenloos weergegeven: kalend en met een witte oudemannenslip.
Ook mooi is een olieverfschilderij van de Nederlandse schilder Willem Weissmann, waarop iemand zich onder zijn dekbed heeft verstopt om maar niet te worden blootgesteld aan het afschuwelijke felle daglicht dat alweer tussen de gordijnen piept. De titel van het schilderij, New Dawn, klonk zelden zo dreigend.
Dat de schone slaapster uit het sprookje Doornroosje eigenlijk werd aangerand of erger moge duidelijk zijn. Laten we de slapende man uit Andy Warhols 16 mm-film Sleep (1964) daarom niet een schone, maar een zalige slaper noemen. Het is het soort gezonde slaper dat je zelf wel zou willen zijn.
De man op in kwestie, de dichter John Giorno, was de minnaar van Warhol. Hij stemde ermee in poedelnaakt en slapend gefilmd te worden en Warhol monteerde uit het materiaal een kunstfilm die 5 uur en 21 minuten duurt.
In Warhols kringen werd veel speed gebruikt, een drug waarvan je hyperenergiek wordt en wakker blijft. Over Sleep zei Warhol: ‘Omdat ik iedereen de hele tijd zo wakker zag, dacht ik dat slaap behoorlijk achterhaald begon te worden, dus besloot ik dat ik maar beter snel een film kon maken van iemand die slaapt.’
Bij de première van dit kunstwerk waren destijds negen bezoekers aanwezig, waarvan twee de zaal binnen een uur verlieten. Warhols experimentele insteek zal ook vandaag de dag niet iedereen bekoren of intrigeren.
Het is misschien ook eerder een gedachte-experiment. Wel herkenbaar is waarschijnlijk dat onze partners ons juist wanneer ze slapen vaak diep weten te ontroeren (net als kinderen en huisdieren).
Misschien omdat alle eventuele stress en frictie van overdag wegvalt en we die rustige, onschuldige versies aanzien voor hun diepste, liefste zelf. Of omdat hun rusttoestand een van de hoogst haalbare dingen is in het leven: veilig, beschermd kunnen slapen en ontspannen. Dat ze zich in onze aanwezigheid zo geborgen kunnen voelen is ook nog eens een compliment van jewelste.
Het archetype van de zalige slaper toont trouwens niet noodzakelijkerwijs met wie we willen slapen, maar vooral het ideale slapen (al sluit het een het ander niet uit). In Amersfoort is in deze categorie ook een portret te zien van een slapend gezin, ver weg in dromenland, gemaakt door fotograaf Carla Kogelman. Met haar foto van een ouderpaar met twee kleine kinderen in bed treft ze perfect een sfeer van slaperig huiselijk geluk.
Voor veel kunstenaars en filmmakers vormt de droom een koektrommel vol inspiratie. Filmregisseur Federico Fellini hield bijvoorbeeld een prachtig droomdagboek bij. Zijn tekeningen en teksten werden later gebundeld in het boek Le livre de mes rêves (2010). De wonderbaarlijke beelden lijken rechtstreeks uit zijn films te komen – maar omgekeerd is waarschijnlijker.
Er zijn ook heel wat fantasierijke films die geweven lijken te zijn uit droomscènes, zoals Un chien andalou (Luis Buñuel en Salvador Dalí, 1929), Inception (Christopher Nolan, 2010) en The Science of Sleep (Michel Gondry, 2006).
De surrealisten uit de kunsthistorische avantgarde zagen de droom als een ingang tot het onderbewuste en daarmee tot een vrijere manier van denken en creëren, niet gehinderd door ratio en moraal. Heel toepasselijk dus dat fotograaf Lothar Wolleh een van de beroemdste surrealisten, de Belg René Magritte, vastlegde terwijl hij sliep.
Dit zwart-witte portret is de enige knipoog naar het historische surrealisme in de tentoonstelling in Amersfoort, maar wel een erg fraaie. Op de foto ligt Magritte met gesloten ogen op zijn sofa. Erachter is een deel van zijn beroemde schilderij Le domaine d’Arnheim (1962) te zien. Het is haast alsof Magritte het schilderij máákt door erover te dromen.
Een bed of andere geborgen slaapplek is een eerste levensbehoefte, direct na eten en drinken. Er zijn heel wat slapers in de kunst die het daaraan juist nadrukkelijk ontbreekt: daklozen, thuislozen, mensen op de vlucht.
De Engelse beeldhouwer Henry Moore maakte bijvoorbeeld een indringende serie tekeningen (Shelter Drawings) van mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Londense ondergrondse bivakkeerden om zich te beschermen tegen Duitse luchtaanvallen. Rij aan rij liggen mensen in de metrotunnels te slapen, een duister en aangrijpend beeld.
In Kunsthal Kade is in deze categorie onder meer een sculptuur van de Belgische beeldhouwer Philip Aguirre y Otegui te zien: het bijna manshoge beeld van een mens die boven zijn hoofd een matras draagt van goedkoop schuimrubber (Matrasdrager, 2001-2003). Iemand die alleen het hoogstnodige bij zich heeft en zich daarmee beschermt tegen de elementen als een menselijke huisjesslak.
In de kunstgeschiedenis zijn ook heel wat schilderijen gemaakt waarop mensen best ontspannen liggen te slapen. Soms is men duidelijk in slaap gevallen na zwaar werk (landarbeiders in het veld), maar geregeld zijn de slapers ook nadrukkelijk verbeeld als nietsnutten, luilakken en dronkaards (van de van een bacchanaal bijkomende slapende Silenus van Peter Paul Rubens tot mensen die hun roes uitslapen bij Edvard Munch en Pablo Picasso).
Soms spat de moraal van het verhaal daarbij van het doek (meestal is slapen lui, ondeugdzaam en onproductief), maar de luie slaper wordt ook wel met humor en mededogen verbeeld. Op het vrolijke Luilekkerland (circa 1567) van Pieter Bruegel de Oude liggen drie mensen op de grond, waarvan twee in diepe slaap.
Ze hebben duidelijk zo veel gegeten en gedronken dat ze haast uit hun voegen barsten. Jan Steen schilderde het hilarische schilderij Een schoolklas met een slapende schoolmeester (1672), waarin een klas volkomen op zijn kop staat en een varken de lesstof opsmikkelt.
Qua slaapmoraal bekent Kunsthal Kade in een begeleidende tekst bij de tentoonstelling Slaap! opvallend kleur. ‘Het is belangrijk om rust en slaap niet als luxe te zien, maar als belangrijk onderdeel van een gezonde leefstijl. (...) Rust helpt ook mee tegen de uitputting van de aarde, want zolang we slapen, consumeren we niet.’
Die tekst sluit naadloos aan bij een veranderende tijdsgeest, waarin het besef groeit dat onze op productiviteit en efficiëntie gerichte 24 uurs-economie compleet voorbijgaat aan het feit dat mensen rust en slaap nodig hebben. En dat we die – getuige zeer wijdverbreide burn-outs – te weinig krijgen, dat we niet constant nuttig en functioneel kunnen zijn.
Het is een kwestie van tijd voor er steeds meer kunstprojecten zullen ontstaan die slaap als vorm van verzet inzetten, zoals de gezamenlijke slaapsessies die kunstenaar, dichter en activist Tricia Hersey (auteur van Rest is Resistance, 2022) organiseert onder de noemer The Nap Ministry. Ze verzet zich tegen grind culture: een werkcultuur die mensen uitbuit en uiteindelijk verpulvert.
Zo krijgt het woord ‘nietsnut’ in de 21ste eeuw wellicht een andere lading: de slaper is dan geen passieve luilak meer, maar een activist.
Slaap!, t/m 5/1, Kunsthal Kade, Amersfoort.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant