Home

Rosemarijn Dral (VVD) profileert zich als een gepassioneerde voorvechtster van kleinschalige bingoavonden

Soms komen er tijdens het vragenuur onderwerpen voorbij waarvan je voelt: ah, dit is het genre ‘sympathiek om je als Kamerlid voor in te zetten’. Iets met ouderen, met kinderen, met eenzaamheid of met burencontact, of allemaal tegelijk.

Als Rosemarijn Dral (VVD) aan haar vraag begint over mensen die ‘hun wekelijkse bingoavondje, met een advocaatje en kleine prijsjes’ in gevaar zien komen, dan voel je: dit is het genre sympathiek. Al is het al omdat er drie verkleinwoorden in één zin worden gebruikt.

Het is Drals eerste optreden als Kamerlid, en zij profileert zich als een gigantische voorvechtster van kleinschalige bingoavonden. ‘We moeten elkaar kleinschalige bingo’s blijven gunnen’, zegt ze, en ze kijkt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, Ingrid Coenradi (PVV), verontrust aan. Ze zegt ook: ‘We moeten onze onschuldige bingo’s er niet onder laten lijden.’

Aaf Brandt Corstius doet eens per week op geheel eigen wijze verslag van een debat in politiek Den Haag.

Waar lijden onschuldige bingo’s dan onder? Nou, het Amsterdamse tijdschrift Mokum Magazine houdt wekelijks een bingo, en daar kregen ze een brief van de Kansspelautoriteit. Bingo’s mag je organiseren, maar met een beperkte prijzenpot, en alleen als de organisatie een goed doel is. Er werd gecheckt of dat bij deze bingoavonden zo was. Er was geen politie-inval, niemands bingokaartje werd afgepakt door de ME. Gewoon een brief. Maar Mokum Magazine stopte meteen met de bingoavonden, en de Telegraaf schreef daar een stuk over.

Rosemarijn Dral vindt het afschuwelijk. ‘Er is wel door die mensen gevoeld dat ze het niet mogen organiseren’, zegt ze. ‘Het gaat erom dat het betutteling is.’ Ze roept nog vertwijfeld uit: ‘Als het gaat over een Senseo!’

Inmiddels klinkt het alsof alle bejaarden van Nederland de doodstraf krijgen als ze een avond bingo spelen met als hoofdprijs een Senseo, maar het gaat hier dus om één organisatie, die, na het krijgen van een brief, besloot geen bingoavonden meer te organiseren.

Het valt dus, tja, best wel mee met het bingo-onrecht in Nederland.

Maar ook andere Kamerleden haasten zich naar de interruptiemicrofoon om hun ontzetting uit te spreken. Marieke Wijen-Nass (BBB): ‘Een bingoavond is iets wat voor heel veel mensen heel belangrijk is. Ja, het kan zo zijn dat ze er aan het einde van de avond met een badhanddoek vandoor gaan. Wat we nu in de media zien, vind ik verontrustend. Die bingoavond lijkt in gevaar te komen. Ik ben heel benieuwd of de staatssecretaris mijn mening deelt dat het heel belangrijk is dat die kleinschalige bingoavonden toegankelijk blijven!’

Staatssecretaris Coenradi: ‘Jazeker. Iedereen moet gewoon lekker die bingoavonden organiseren.’ Met die woorden is de kwestie of een bingoavond te Amsterdam wel of niet door mag blijven gaan, beslecht.

Dan nog een interessant staaltje retoriek door Sophie Hermans (VVD), minister van Klimaat en Groene Groei. Zij wordt bevraagd door Jan Paternotte (D66) over het feit dat in steden als Amsterdam de straten constant openliggen omdat er warmtenetten worden aangelegd. Dat geeft overlast voor bewoners en winkeliers.

Hermans komt met een enorm verhaal, dat door zijn lengte lijkt te zullen leiden naar een gigantische climax. Het verhaal begint zo: ‘Ik was deze zomer in Transvaal…’, en dan weet je het bij een minister: dan zijn ze bij echte mensen op een werkbezoek geweest, poten in modder, en dan hebben ze allerlei inzichten opgedaan.

‘Ik was deze zomer in Transvaal’, oreert Hermans, ‘waar een warmtenet wordt aangelegd, en waar inwoners van een straat gedurende een heel aantal maanden geen gebruik kunnen maken van het fietspad of van parkeerplaatsen. Gelukkig loopt daar ook iemand rond, gezamenlijk namens alle partijen die daar aan het werk zijn, die een aanspreekpunt is voor de buurt. Je kan daar terecht met vragen. Dat leidde heel praktisch tot het volgende. Een ondernemer in die buurt zei: het aantal klanten neemt zienderogen af omdat mijn winkel niet goed toegankelijk is. Toen is in samenspraak met het aanspreekpunt in de buurt een bruggetje geplaatst over de werkzaamheden. Daar is die ondernemer enorm mee geholpen.’

Terwijl de helft van de wereld affikt of smelt en er overal oorlogen dreigen of woeden, is er ergens in de Transvaalbuurt in Den Haag een bruggetje over een zanderig stuk opgebroken straat gelegd. Mooi.

Source: Volkskrant

Previous

Next