Een Joods echtpaar is door de verhuurder van hun woning onvoldoende beschermd tegen antisemitische acties van buurtbewoners. Het College voor de Rechten van de Mens verwijt de woningcorporatie uit Rhenen ‘een passieve houding’.
De man en vrouw wonen sinds 2019 in een benedenwoning van het appartementencomplex in Rhenen. Vrijwel direct begonnen de bedreigingen, pesterijen en aanvallen. Ze werden uitgescholden met antisemitische leuzen en ook werd hun schutting twee keer met hakenkruizen beklad. ‘Ik maak je dood, kankerjood’, zou iemand met een mes hebben geroepen. Ook werd er door de brievenbus geplast.
Na 7 oktober vorig jaar, de dag waarop Hamas zijn grootschalige terroristische aanslag in Israël pleegde, intensiveerden de bedreigingen. De poort waaraan een mezouza hing, een tekstkokertje met religieuze teksten, werd vernield. Tot drie keer toe ontplofte een vuurwerkbom in de tuin.
Over de auteur
Loes Reijmer is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over migratie, asiel en polarisatie
De bewoners voelden zich zo bedreigd dat ze niet meer in hun woning durfden te zijn en zelfs een tijd in hun auto verbleven. Ze willen weg uit Rhenen, bij voorkeur met een urgentieverklaring voor de gemeente Ede.
Verhuurder Rhenam weerspreekt de aanvallen niet. De vraag waarover het College zich moest buigen, is of de woningcorporatie genoeg heeft gedaan om de Joodse huurders te beschermen. Wettelijk is dat verplicht: bij het aanbieden van huurwoningen mag geen onderscheid gemaakt worden op basis van geloof of ras. Daaruit volgt de plicht om zorg te dragen voor een woonomgeving die vrij is van discriminatie.
De incidenten waren zo ernstig dat ze thuishoorden in het strafrecht, betoogde Rhenam. Daarom verwees de woningcorporatie de bewoners steeds door naar de politie. Ook was niet altijd duidelijk of de betrokkenen ook huurders bij de woningcorporatie waren.
Het echtpaar maakte al sinds 2019 melding van de incidenten, maar pas in 2022 vond er een gesprek plaats met de woningcorporatie, op verzoek van de huurders zelf. Daaruit blijkt volgens het College dat Rhenam een passieve houding innam.
In bepaalde gevallen was bovendien wel degelijk duidelijk om welke buurtbewoners het ging. Zo deed de bovenbuurman discriminerende uitlatingen. De woningcorporatie had met deze huurder het gesprek aan kunnen gaan, suggereert het College, of een bijeenkomst in het buurthuis kunnen organiseren. Ook hadden er camera’s opgehangen kunnen worden.
De relatie tussen Rhenam en het echtpaar verslechterde door de jaren heen. Het College ziet dat de bewoners ‘niet zelden een dwingende en beladen toon’ aansloegen en kan zich voorstellen deze manier van communiceren van invloed is geweest op het bieden van hulp. Maar, zo luidt het oordeel, de slechte relatie kan geen excuus zijn om de zorgplicht te verzaken. Van een woningcorporatie mag vanwege haar belangrijke maatschappelijke taak ‘een grote mate van professionaliteit worden verwacht’.
De man en vrouw zijn tevreden met het oordeel van het College en wachten af welke oplossingen door Rhenam worden geboden, laten ze weten via Discriminatie.nl, het bureau dat de twee bijstond. Ze hopen dat ‘anderen in soortgelijke situaties ook kracht uit deze uitspraak kunnen putten’.
Rhenam gaat opnieuw in gesprek met het echtpaar, laat een woordvoerder aan persbureau ANP weten. De woningcorporatie wil van de zaak leren gaat daarom eigen onderzoek doen naar de omgang met klachten over discriminatie en intimidatie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant