Gisteren las ik een mooi interview in Trouw met Francine Houben, die in haar Abel Herzberglezing pleit voor een ‘andere, humane aanpak van de ruimtelijke ordening’, waarbij niet wordt uitgegaan van de vastgoedmarkt en de kosten van grond, stenen en asfalt, maar van behoeften van bewoners. Mensen dromen van betaalbare woningen, groen in de buurt en goed ov om op hun werk of school te komen – onhaalbare wensen. Typisch iets voor een vrouw, dacht ik, en meteen schrok ik van die gedachte. Waarom zou humane stedenbouw typisch vrouwelijk zijn? Houben is gewoon een Nederlandse toparchitect. En moeder van drie kinderen, las ik ergens, maar doet dat ertoe?
Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.
Misschien kwam het doordat een opiniestuk nagonsde in mijn hoofd, dat van Tom Schulpen, emeritus hoogleraar Kindergeneeskunde (de Volkskrant, 24-9). De titel luidt ‘De druk op moeders met topfuncties is eigenlijk tegennatuurlijk’ en het staat bol van de seksistische vooroordelen en stereotyperingen. Het ‘moederbrein’ zou maken dat moeders vooral gericht zijn op zorgen en inleven. Daar moeten we ‘rekening mee houden’, vindt Schulpen. Hoe dan? Door minder vrouwen in topfuncties aan te nemen? Door niet langer te streven naar gelijkwaardigheid? Dat vertelt Schulpen er niet bij. Zijn bedoelingen zijn ongetwijfeld goed; hij neemt de moeders in bescherming.
Bij de combinatie van ‘moeders’ en ‘tegennatuurlijk’ gaan bij mij alle alarmbellen af. Eeuwenlang werd ‘de biologie’ aangevoerd om vrouwen te kleineren. Hun hersenen, afgestemd op zuigelingen en jonge kinderen, zouden te klein zijn, waardoor ze niet analytisch konden denken of serieus studeren. Vrouwen zouden hyper-emotioneel zijn, tot hysterie aan toe – reden om hen thuis te houden, handelingsonbekwaam te verklaren en hun stemrecht en toegang tot opleidingen te onthouden.
In Schulpens eigen vakgebied, de geneeskunde, trad de eerste vrouw, Aletta Jacobs, in 1877 toe. Nu is 70 procent van zijn collega-artsen vrouw. Maar onder ziekenhuisbestuurders, managers en hoogleraren zijn het er veel minder. Voor moeders is een topfunctie, legt Schulpen uit zonder het aan die vrouwen te vragen, een ‘zware combinatie’.
Ik was al driftig aan het googelen, op zoek naar wetenschappelijke tegenbewijs, toen bleek dat Kyra van Hinsberg en Yosha Minken, onderzoekers die meer verstand ervan hebben dan ik, dat al hadden gedaan; ze worden daarbij ondersteund door zes toponderzoekers (vijf vrouwen en één man). In hun reactie (de Volkskrant, 26-9) op Schulpen maken ze korte metten met het idee dat moederschap vrouwen ongeschikt maakt voor bepaalde banen: ‘(Er is) geen bewijs voor een link tussen de biologische gevolgen van een zwangerschap op het brein en in hoeverre dat een moeder wel of niet geschikt maakt voor een topfunctie.’
Wat wel wetenschappelijk is bewezen: vrouwen worden ontmoedigd om ambitieus te zijn; op mannelijke verzorgers wordt neergekeken; vrouwen zijn minstens zulke goede leiders als mannen. En: niet het gezinsleven, maar inflexibiliteit van banen zijn hindernissen. Vastgeroeste rollen en verwachtingen maken dat moeders een hogere prijs betalen voor het ouderschap dan vaders, bij ons veel meer dan in bijvoorbeeld Denemarken en Noorwegen.
Er is geen reden om te twijfelen aan het feit dat de geboorte van een kind het brein verandert – ook dat van zorgende mannen, zoals Schulpen opmerkt. Maar dat dit voor het werk een nadeel zou zijn, dat is de valse aanname. Er is grote behoefte aan leiders, politici, bestuurders, architecten, artsen en docenten die oog hebben voor menselijke behoeften, voor die van mannen, vrouwen en kinderen. Mensen (m/v) die zakelijk én humaan zijn, intelligent én empathisch, ambitieus én zorgzaam. Zulke mensen ‘anders’ noemen, afwijkend van de norm, is een veeg teken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant