Lorenzo Viotti (34), de altijd spraakmakende dirigent, begint aan zijn laatste seizoen bij De Nationale Opera in Amsterdam. Wegens ‘te druk’, zei hij in april, maar onlangs werd bekend dat hij in 2026 chef-dirigent wordt in Tokio. Hoog tijd voor wat ongemakkelijke vragen.
Lorenzo Viotti kijkt licht ontstemd. Waarom precies, luidde de vraag, vertrekt hij aan het eind van dit seizoen als chef-dirigent van De Nationale Opera en het Nederlands Philharmonisch Orkest? Het persbericht in april bevatte frasen als ‘prioriteit aan persoonlijk leven’, en ‘meester over eigen tijd’. Maar in augustus kwam het nieuws dat Viotti had getekend bij een orkest in Tokio. Hoe rijmen we dat met elkaar?
Hij komt net uit een repetitie van Peter Grimes, het vissersdrama van Benjamin Britten dat vanaf 6 oktober te zien is bij Nationale Opera & Ballet in Amsterdam. Zo van dichtbij lijkt Viotti (34) amper op de fitboy van zijn Instagramaccount (119 duizend volgers). In de operafoyer zit gewoon een alledaagse, aardige vent. De spierbundels blijven verpakt in een zeegroene joggingbroek en een crèmekleurig vest.
Over de auteur
Guido van Oorschot schrijft voor de Volkskrant over klassieke muziek en opera. Hij maakt de maandelijkse podcast Klassieke klets.
Viotti praat zelfverzekerd en zacht, bezwerend bijna. De wrevel begint bij de vraag naar Tokio. ‘Ik begin er pas in 2026 hoor, voor maar acht weken per seizoen. En niet onbelangrijk: ik dirigeer er alleen symfonische muziek en geen tijdverslindende opera’s.’
Viotti, zo blijkt, zit vooral iets anders dwars. Dat persbericht uit april. ‘Mijn reden om te vertrekken kwam er compleet anders in. Dat heeft me wel teleurgesteld. Ik had iets veel persoonlijkers op papier gezet.’
Wat had u dan geschreven?
‘Het spijt me, daar wil ik het niet meer over hebben.’
Waarom niet? U hebt nu de kans het recht te zetten.
‘Sorry, maar ik heb het achter me gelaten.’
Het raadsel-Viotti. Vanaf het begin had de Zwitser twee gezichten. Enerzijds het aanstormende talent dat in 2021 de uitdagendste dirigentenbaan van Nederland kreeg, met orkest en operahuis. Anderzijds de gebeeldhouwde bello die niet alleen Eva Jinek deed smachten. Nu eens een bevlogen vakman die fraaie recensies oogstte. Dan weer een showman die zijn rol als magneet voor jong publiek misschien al te ijdel vertolkte.
Even gespleten was de gang van zaken rond een interview met het tijdschrift Quote, kort na zijn aantreden. Viotti kreeg de tekst voorgelegd, maar bestreed wat hij zoal zou hebben gezegd. Met de geluidsopname in de hand bewees Quote dat alles woord voor woord klopte. Waarna het blad concludeerde: ‘Dirigent Lorenzo Viotti kan zelf niet geloven hoe arrogant hij is.’
Wat ging daar mis?
‘Wat had ik gezegd dan?’
Bijvoorbeeld dit: ‘Geef mij een microfoon, zet wat mensen voor mijn neus en ze zullen me volgen. Geloof me: die gave heb ik. Ik ben zo gepassioneerd dat je zult houden van alles wat ik doe.’
‘Echt? Zoals u het nu voorleest, met intonatie en uitroeptekens en zo, kan dat inderdaad als arrogant worden opgevat. Maar er is een groot verschil tussen zelfvertrouwen hebben en arrogant zijn. Geloven in je eigen talent, sorry, dat noem ik zelfvertrouwen.’
Viotti vertrekt straks na vier seizoenen. Zijn chefschap duurt aanmerkelijk korter dan dat van voorgangers als Hartmut Haenchen (16 jaar orkest, 13 jaar opera) en Marc Albrecht (9 jaar orkest en opera ).
Hebt u in die tijd een stempel kunnen drukken?
‘Ik heb niet per se een stempel willen drukken. Maar als je begint, hoop je natuurlijk op groei. Met mijn team ben ik gaandeweg in een flow geraakt. We moesten wel aan elkaar wennen. Stond daar opeens de veeleisende Viotti met z’n straffe werkritme.
‘Ik herinner me een generale repetitie die echt flut was. Zonder iets te zeggen ben ik naar huis gegaan, maar ’s nachts lag ik er wakker van. Toen heb ik in een mail aan iedereen uitgelegd waar mijn reactie vandaan kwam. Dat ik er heilig in geloof dat een voorstelling vanaf de eerste repetitie stapsgewijs vooruit gaat. Dat het voor mij moeilijk is om een resultaat van minder dan 100 procent te accepteren.’
Wat was de reactie?
‘Ik geloof dat iedereen zag dat ik net als zij kwetsbaar ben. En dat ze dachten: oké, met jou willen we het proberen. Maar ik kon niet wennen aan een huis met drie directies’.
Viotti doelt op De Nationale Opera, Het Nationale Ballet en de overkoepelende organisatie. Toen hij aantrad leek het een droom: fijne combi’s maken met de beschikbare muziek- en dansensembles. Maar dat viel dus tegen.
‘U hebt geen idee hoe lastig het was om het orkest en het operakoor bij elkaar te krijgen voor Verdi’s Requiem, in maart volgend jaar. Dat heeft me twee jaar gekost. De interne communicatie kent hier nog wel wat losse eindjes.’
Speelde dat mee in uw vertrek?
‘Nogmaals, dat hoofdstuk heb ik afgesloten.’
Als operadirigent hebt u het bijltje erbij willen neergooien.
‘Maar dat was niet in Amsterdam. Ik heb me inderdaad afgevraagd of ik wel geschikt ben voor het operavak. Als je vijf weken of langer aan een productie werkt, als je gelooft dat je met iets bijzonders komt, en dan doet een solist bij de première precies het tegenovergestelde van wat je hebt afgesproken, dan kun je als dirigent twee kanten op. Of de pil slikken en er het beste van maken. Of met een kwaaie kop het slotapplaus nemen.
‘Toen ik dat laatste deed, zat mijn moeder in de zaal. Ze was woedend. Lorenzo, zei ze, leer ermee omgaan. Het publiek hoort echt niet wat jij allemaal hoort, je mag hun avond niet verpesten. Natuurlijk had ze gelijk.’
In zijn laatste Amsterdamse seizoen dirigeert Viotti nog twee operaproducties. In december stroomt de champagne in Die Fledermaus van Johann Strauss jr. Nu stort hij zich op Benjamin Brittens Peter Grimes, een wrang drama uit 1945 over een visser die zijn hulpje al dan niet heeft vermoord.
De opera hakt erin bij Viotti. ‘Ik had nooit gedacht dat ik er zo door geobsedeerd zou raken. Ik ga niet zover dat ik het stuk autobiografisch wil verklaren, met Benjamin Britten die als homoseksueel moest vrezen voor vervolging. Maar in de muziek hoor ik foltering en angst.
‘Ik kan bijna niet geloven dat het Brittens eerste opera was. In de orkestratie zit zo veel risico. En wat de zangers niet moeten kúnnen, van parlando tot angstaanjagend gejank. Naar de eerste repetitie nam iedereen de eigen expressie van een personage mee. Ik heb meteen grote schoonmaak gehouden. Als je emotie op emotie stapelt, verstik je het drama.’
Bent u net als Grimes een outsider?
‘Nee, al weet ik dat sommige mensen me zo zien. Maar zo bijzonder ben ik nu ook weer niet, en al helemaal geen genie. Componisten als Benjamin Britten, die zijn bijzonder.’
In welke vorm laat u het Nederlands Philharmonisch Orkest achter?
‘Ik had laatst een ongelofelijk gevoel van blijdschap en bewondering. Bij de seizoensopening speelden we Schumanns Tweede symfonie. Niet echt een stuk voor een uitverkochte zaal en een staande ovatie. Voor een orkest is het ook lastige muziek omdat je, anders dan in een grote Mahlersymfonie, oneffenheden niet makkelijk wegmoffelt. Maar het klonk prachtig. Balans, intonatie, gezamenlijke ademhaling, alles klopte.’
Zien we u na uw vertrek nog in Nederland?
‘Als gastdirigent kom ik zeker terug. En met mijn vriendin blijf ik voorlopig in Amsterdam wonen.’
Een gezin komt dichterbij?
‘Misschien wel, vader worden zat altijd al in mijn hoofd. Maar nu eerst naar Italië voor mijn eerste triatlon.’
Benjamin Britten: Peter Grimes. Regie: Barbora Horáková. Solisten, Koor van De Nationale Opera, Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Lorenzo Viotti. Amsterdam, Nationale Opera & Ballet, vanaf 6 oktober.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant