Home

De airco verovert steeds meer steden, ook in Europa: ‘Je warmt in feite je buren op’

Het aantal airco’s in de wereld groeit in rap tempo, ook in grote steden waar je er tot voor kort weinig zag, zoals Boekarest. Maar: hoe meer airco’s, hoe warmer het wordt voor mensen die er géén hebben.‘Als ik geen airco zou hebben, zou ik vier maanden per jaar geen werk kunnen doen.’

Vraag mensen welke steden ‘aircosteden’ zijn en ze noemen vaak Miami, Singapore of Dubai. Maar in de 21ste eeuw liggen steeds meer ‘aircosteden’ dichter bij huis.

Neem de Roemeense hoofdstad Boekarest. Eind vorige week was het daar nog 36 graden. Het wemelt er tegenwoordig van de plekken waar bijna de helft van het jaar de airco aanstaat. Dat merk je als je een shopping mall of een megasupermarkt binnenstapt – maar óók bij het betreden van een appartement in een betonnen flat van een van de honderdduizenden nieuwe aircobezitters die deze stad rijk is. In de warme maanden klinken hier tegenwoordig zinnetjes als ‘zonder airco val je stil’ en ‘zonder airco functioneer je niet meer’.

Over de auteur
Olaf Tempelman is redacteur van de Volkskrant.

De ‘airco-risatie’ van deze miljoenenstad past in een wereldwijde trend. Cijfers van het International Energy Agency (IAE) liegen er niet om. In het jaar 2000 stonden jaarlijks wereldwijd ongeveer 900 miljoen airco’s aan, in 2020 meer dan twee miljard. In China verdriedubbelde het aantal aircobezitters in amper twee decennia, en de Chinese groei is niet uitzonderlijk.

Het hardst stijgt het aantal aircobezitters doorgaans in grote steden die van oudsher al warme zomers hadden, maar die vanwege forse hoeveelheden donkergrijs beton en een gebrek aan groen in tijden van klimaatverandering weinig bevoorrecht zijn – een groot deel van het stadsoppervlak kwalificeert zich daar voor de term ‘urban heat island’.

Nog een kenmerk van steden waar massaal airco wordt aangeschaft, is dat ze een aanzienlijke opkomende middenklasse hebben. Mensen moeten zich die airco’s kunnen veroorloven: ze zijn duur in aanschaf en ze vreten energie.

Een voorbeeld van zo’n soort stad is Boekarest.

De communistische gordel

Boekarest ligt in de Beneden-Donauvlakte, op amper 2.000 kilometer van Nederland. Het heeft een continentaal klimaat met hete zomers. Vroeger had je er strenge winters, maar die blijven de laatste decennia uit. De laagste temperaturen werden er zestig, zeventig jaar geleden gemeten, de hoogste allemaal de laatste paar jaar: 42,6 graden in juli, 41 graden in augustus, 38,5 graden in september, 35,2 graden in oktober. Het jaar 2024 is nu al het heetste sinds de metingen begonnen.

Inwoners noemen de betonnen flats die de Roemeense hoofdstad omringen ‘de communistische gordel’. Het communistische regime paarde tot 1989 een politiek van industrialisatie aan grootschalige urbanisatie. Veel wijken van de oude bourgeoisie met witte laagbouw en tuinen werden weggebulldozerd, vanaf de jaren zestig verrezen grote hoeveelheden betonnen flats in een Plattenbau-stijl waarvoor Roemenen de term blocuri, blokken, muntten.

De regimeplanologen waren karig met groen en water, en met parkeerplaatsen. Dat werd een probleem toen hier na 1989 een kapitalistisch tijdperk aanbrak. In deze stad met twee miljoen inwoners rijden tegenwoordig bijna een miljoen auto’s. Veel schaarse groenzones tussen de flats zijn in gebruik genomen als parkeerplaatsen. Het is hier gestaag warmer geworden.

De blocuri van Boekarest zijn in toenemende mate behangen met buitenunits van airco’s die warme lucht van binnen naar buiten blazen. De nachten zijn hier in de zomer goeddeels windstil. De bewoners van betonnen flats die in de zomernachten massaal de airco hebben aanstaan, maken de nachten voor bewoners zónder airco nog warmer. Elk jaar dat er temperatuurrecords sneuvelen, tast er weer een recordaantal inwoners in de buidel voor een airco.

Dat is conform een wet die zich in de 21ste eeuw bijna kan meten met die van de zwaartekracht: airco doet airco aanschaffen. Andy van den Dobbelsteen, hoogleraar duurzame bouw aan de Technische Universiteit Delft, formuleerde het een paar geleden kernachtig: ‘Je warmt in feite je buren op. En zo vergroten airco’s de behoefte aan airco’s.’

Druppels terwijl het niet regent

Wie op een hete dag tussen de blokken van Boekarest loopt, voelt vaak warme druppels terwijl het niet regent. Het typische van buitenunits van de goedkope soort, die hier massaal zijn aangeschaft, is dat ze makkelijk gaan lekken door vuile filters en verstopte afvoer. Als het verkeer op de grote boulevards later op de avond minder wordt, kun je ze horen gonzen terwijl ze de warmte van binnen naar buiten verplaatsen.

Ana Popescu is een accountant in Boekarest en woont op achthoog in een blok. Zij had jarenlang alleen airco op het kantoor waar ze werkt. Ze vertelt dat ze drie redenen had om er thuis niet aan te beginnen: ‘Een airco is duur in aanschaf, kost veel elektriciteit en is alleen maar een oplossing voor jezelf: jij hebt koelte, maar anderen blijven in de hitte achter.’

Ze schafte er toch een aan toen ze vorige zomer door de hitte steeds slechter begon te slapen. ‘De stad is vooral ’s nachts heter dan vroeger. Ik kon gewoon niet meer helder nadenken en mijn werk doen. Ik ben een alleenstaande moeder en ik kreeg gedachten als: ‘Wat als ik straks mijn werk niet meer kan doen?’ Mijn zoon klaagde dat hij zich door de hitte niet meer op zijn huiswerk kon concentreren. Wij waren de laatste op onze verdieping die een airco aanschaften. Zodra we die hadden ging het beter.’

Atze Boerstra, hoogleraar gebouwinstallatie-innovatie aan de TU Delft, spreekt van ‘een typische catch 22-situatie’. ‘Het wordt warmer, mensen gaan op zoek naar verkoeling en schaffen airco aan. In de warme maanden schiet het elektriciteitsgebruik omhoog en neemt de CO2-uitstoot explosief toe. De zomers worden heter, de koudevraag stijgt verder en meer mensen schaffen airco aan.’

Kloof arm en rijk

In China en India staan energiecentrales vaak midden in de steden. Boerstra zag daar hoe die op hete dagen zonder uitzondering op volle toeren draaien. ‘Als ze op bruinkool werken, komt er veel extra fijnstof in de lucht. Wat je daar ziet bij de rijkere bewoners is dat ze zich met luchtfilters tegen fijnstof beschermen en met airco tegen hitte. Wie het niet kan betalen, is twee keer de dupe.’

Dat is nog een wetmatigheid: in steden waar het aircobezit explosief toeneemt, wordt de kloof dieper tussen haves en have-nots. Wie zich geen toegang kan verschaffen tot koeling, heeft het in de zomermaanden steeds moeilijker. In Boekarest behoren tot die groep nogal wat ouderen. Dat hitteslachtoffers in de Roemeense hoofdstad vaak op leeftijd zijn, heeft niet alleen met hun brozere gezondheid te maken, maar óók met hun aircoloze appartementen.

Werken in aircoloze kantoorgebouwen doet bijna niemand meer. Het grote aantal zzp’ers in Boekarest is ook in toenemende mate airco-afhankelijk. Catalin Popa is een zelfstandig softwareontwerper die thuis in zijn appartement op vierhoog zijn kantoor heeft. Hij zegt: ‘Als ik geen airco zou hebben, zou ik vier maanden per jaar geen opdrachten kunnen aannemen. Maar ik zet de airco thuis lang niet zo hoog als die in kantoren en malls staat.’

Koeling als statussymbool

Te koud: dat is het in de vele shopping malls en kantoortorens die Boekarest rijk is. In de maanden juli en augustus stappen inwoners voordurend ‘uit een oven in een ijskast’. De airco hoger zetten dan nodig is en gezond, is ook een wereldwijde trend. Boerstra deed onderzoek naar gebouwtemperatuur en arbeidsproductiviteit. Daaruit bleek dat de meeste mensen tot ongeveer 26 graden tijdens hun werk niet of nauwelijks hinder ondervinden van temperatuurstijging. In veel westerse winkels en kantoorgebouwen staat de airco te hoog. In opkomende economieën, of het nou om India, Turkije of Roemenië gaat, staat de airco vaak véél te hoog. ‘Koeling is in opkomende economieën een statussymbool’, zegt Boerstra. ‘In chique winkels is het vaak extra koud. Puur fysiologisch slaat dat helemaal nergens op, en het leidt tot nóg meer energieverbruik.’

Tot zover de temperatuur overdag. Want veruit de meest genoemde reden voor de aanschaf van een airco in Boekarest is ‘nachtrust in de zomer’. Overdag hebben mensen airco op kantoor, in de supermarkt en in de auto. Maar wie ’s nachts door hitte slecht slaapt, gaat in de warme maanden steeds slechter functioneren.

De temperatuurgrens waarbij mensen slechter gaan slapen, is ongeveer dezelfde als die waarbij mensen zich op hun werk slechter gaan concentreren, zegt Boerstra: ‘25 à 27 graden.’ In Boekarest heb je veel meer nachten met temperaturen van boven de 30 graden dan drie decennia geleden. Het aandeel van de airco’s in de stijging van de nachttemperatuur laat zich niet exact meten, maar zeker is dat het aanzienlijk is.

Meteoroloog Gert-Jan Steeneveld van de Wageningen Universiteit deed veel onderzoek naar hitte in steden. In een onderzoek uit 2019, samen met student Arjan Willemse, boog hij zich over de invloed van airco op de dag- en nachttemperatuur. Het veldwerk werd verricht op een hete dag in Amsterdam. Ze vergeleken wijken met een vergelijkbare groen- en watersituatie, maar met een verschillende aircodichtheid. In gebieden met veel airco’s was het zowel overdag als ’s nachts warmer. Echter, om vier uur ’s middag was het in het airco-gebied maar 1 graad warmer, om middernacht 2 graden: er staat dan amper wind. Het verschil was extra opvallend omdat er ’s nachts in winkels en kantoren geen airco’s aanstonden.

Ouderwetse ventilatoren

In steden waar nog geen ‘airco-aankoop-spiraal’ is ingezet, is eigenlijk een actief airco-ontmoedigingsbeleid nodig. Boerstra raadt als alternatief grote ventilatoren boven het bed aan. In warme landen zie je die vaak in goedkopere hotels. ‘Die zijn makkelijk te monteren en gebruiken maar 5 procent van de energie van een airco. Als je ze recht boven het bed monteert en je slaapt onder een laken, bereik je een koeling van 4 à 5 graden.’

Interessant is dat die ventilatoren in de jaren negentig, toen het ’s nachts minder warm was dan nu, massaal werden gebruikt in de flatwijken van Boekarest. Er waren minder auto’s en er was nog wat meer groen, en bijna niemand had airco, want bijna niemand had daar toen geld voor.

In het onderzoek van Steeneveld en Willemse werd de invloed van airco’s op de temperatuursstijging in steden doorberekend voor vier klimaatscenario’s voor 2050. In het gunstigste scenario was er 29 procent extra temperatuur­stijging in steden door airco’s, in het ongunstigste 36 procent. De onderzoekers raden steden met klem aan prioriteit te geven aan verkoeling waar iedereen baat bij heeft, zoals begroeiing op platte daken en méér groen en water, want alleen met veel water in de buurt zorgt groen echt voor verkoeling.

Beide alternatieven zijn in een stad als Boekarest lastig te realiseren. De platte daken van de blocuri zijn klein in verhouding tot het aantal mensen dat er woont. Om tussen de betonnen flats plek te maken voor groen en water, zouden een miljoen autobezitters ver van hun woonplek moeten gaan parkeren. Inwoners zullen de klimaatverandering voorlopig het hoofd blijven bieden met airco en zwarte humor. In de wijk Vatra Luminoasa, vrij te vertalen als ‘helder haardvuur’, zeggen ze tegenwoordig: ‘goede naam voor de zomer.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next