Mensen omringen zich graag met gelijkgestemden. Hoe erg is dat? En hoe kom je toch in aanraking met mensen buiten je eigen bubbel?
De buurt waarin je woont, je baan, de school waar de kinderen naartoe gaan, de sportclub, je mediagebruik: het zijn allemaal zaken die bepalen in welke sociale kring of bubbel je leeft. ‘Mensen trekken naar gelijkgestemden toe omdat het gemakkelijker is. De omgang is voorspelbaarder en het schuurt minder’, zegt Jochem Tolsma, hoogleraar Sociale Scheidslijnen tussen Groepen aan de Rijksuniversiteit Groningen en universitair hoofddocent Sociale Ongelijkheid aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Soort zoekt soort; het is iets van alle tijden. Tijdens de verzuiling hadden protestanten en katholieken ook al hun eigen scholen en kranten. Vandaag de dag zoeken vooral hoogopgeleide mensen elkaar op, blijkt uit onderzoek. ‘De netwerken van hoger opgeleiden zijn homogener dan die van lager opgeleiden’, zegt Tolsma. ‘Als we aan lager opgeleiden vragen: met welke vijf mensen bespreek je belangrijke zaken, dan zit daar vaak een hoogopgeleide bij. Andersom is dat minder vaak het geval.’
Ook zijn de voorkeuren voor gelijkheid sterker bij hoger opgeleiden. ‘Dat blijkt uit de antwoorden op vragen als: in welke buurt zou je willen wonen of bij welke sportclub zou je je willen aansluiten?’ Hoger opgeleiden hechten meer belang aan het opleidingsniveau van de mensen in die omgeving.
Over de auteur
Anna van den Breemer schrijft voor de Volkskrant over grote en kleine levensvragen. In haar opvoedrubriek behandelt ze elke week kwesties waar ouders tegenaan lopen.
Hoe erg is het als je sociale kring vooral bestaat uit mensen die op jou lijken? En wat kun je doen om ook andere mensen te ontmoeten?
Dat mensen apart van elkaar leven, in hun eigen groep, hoeft an sich geen probleem te zijn. ‘Zolang je positief over anderen blijft denken en dezelfde levenskansen krijgt.’ Segregatie vormt echter een bedreiging voor de democratie als het leidt tot polarisatie en groeiende ongelijkheid. En daar kunnen die aparte bubbels wel toe leiden. ‘Als je alleen met gelijkgestemden omgaat, ga je eerder negatiever over andersdenkenden oordelen.’
Segregatie wordt veroorzaakt door grote maatschappelijke ontwikkelingen die je als individu niet even oplost. Neem het onderwijssysteem. Tolsma: ‘We selecteren al vroeg en je ziet dat brede scholengemeenschappen minder populair worden en categoriale gymnasia juist meer in trek zijn.’
De vraag hoe je uit de eigen bubbel stapt, heeft iets elitairs. ‘Er klinkt enig dedain in door’, zegt Tolsma. ‘En je moet maar net de luxe van keuzen hebben.’ Bovendien is het oppassen voor loze borrelpraat. Genoeg mensen vinden dat gemengde scholen erg belangrijk zijn, totdat hun eigen kind leerplichtig is.
Toch zijn er wel degelijk een paar praktische adviezen te bedenken om in contact te komen met andersdenkenden, zoals het resetten van je algoritme op sociale media. ‘Of ga eens kijken op het YouTube-kanaal Café Weltschmerz, in plaats van je eigen krant te lezen’, aldus Tolsma.
Voor contacten leggen buiten de eigen kring is actie nodig. ‘Het is een illusie dat dit spontaan gebeurt, al willen we dat graag geloven’, zegt Radboud Engbersen, expert sociaal domein bij onderzoeksbureau Movisie. Hij is een groot voorstander van gearrangeerd contact of het zoeken van een project waardoor mensen elkaar opzoeken. ‘Een subtiel zetje in de rug dus. En nee, dat is niet nep of geforceerd.’
Als voorbeeld noemt hij het project ‘Opzoomer mee’ in Rotterdam. ‘Met een potje van de stichting kunnen mensen een buurtbarbecue organiseren of een geveltuintje aanleggen. Je bent aan het tuinieren en ondertussen leer je de mensen uit je wijk beter kennen.’ Vrijwilligerswerk valt ook in die categorie: je bent nuttig bezig en het sociale contact is bijvangst.
In zijn woonplaats Rotterdam gaat Engbersen vaak naar een zwembad dat precies tussen een middenklassewijk en een traditionele achterstandswijk ligt. ‘Allerlei soorten mensen komen daar, je hoort er alle talen.’ Hij doet er geen diepe vriendschappen op, maar dat hoeft ook niet. ‘Je groet elkaar, je herkent én erkent de ander. Dat leidt tot meer onderling begrip.’
In haar proefschrift Lof der oppervlakkigheid beschrijft socioloog Femmianne Bredewold hoe belangrijk deze oppervlakkige contacten zijn voor mensen met een beperking. Vaak vinden die momenten spontaan plaats op de hondenveldjes, op straat of in de winkel. Juist doordat het niet in de privésfeer van het eigen huis is, blijft het leuk en komt men niet ‘in de knoei’ met ingewikkelde sociale codes. Bredewold concludeert: ‘Dergelijke lichte en begrensde contacten blijken voor zowel burgers met als zonder beperkingen van belang te zijn. Ze vormen een brug tussen de twee veelal gescheiden werelden.’
Kies je een hip koffietentje op zaterdagmiddag om even uit te rusten of de openbare bibliotheek? Volgens de Amerikaanse socioloog Ray Oldenburg ontmoeten verschillende lagen van de samenleving elkaar vooral op ‘derde plekken’, zoals bibliotheken, parken, markten en pleintjes. In zijn theorie vormt het huis de eerste plek en het werk de tweede plek. Voor contacten buiten je bubbel zijn volgens Oldenburg juist die derde plekken cruciaal, omdat ze gratis voor iedereen toegankelijk zijn.
Niet voor niets schreef de bekende Amerikaanse socioloog Eric Klinenberg in The New York Times dat bibliotheken onze redding zijn. ‘Ze bieden niet alleen gratis toegang tot boeken en ander cultureel materiaal, ze bieden ook gezelschap aan ouderen, kinderopvang voor drukke ouders, taalonderwijs voor immigranten en gastvrije openbare ruimten voor armen, daklozen en jongeren.’
Tot slot: ‘Je hebt je bubbel nodig, maar de wanden moeten poreus zijn’, aldus Engbersen. Sociologen noemen dit bonding and bridging. ‘Om je staande te houden moet je onderdeel zijn van een groep op wie je lijkt, qua sociale klasse en levensstijl. Maar bridging is nodig zodat alle groepen vooruit komen in het leven, ook de kwetsbaren.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant