Kris Kristofferson was een van die zeldzame figuren die even succesvol was zanger, liedjesschrijver én als acteur. De countryartiest en filmhunk werd 88 jaar.
Kris Kristofferson (1936-2024) was niet alleen zanger, gezichtsbepalend liedjesschrijver in de countrymuziek en een van de absolute filmhunks van de jaren zeventig. Kristofferson wist óók raad met helikopters. In het leger had de Texaan geleerd het ding te besturen, een vaardigheid die later van pas kwam toen hij in de olie-industrie en bij de National Guard zou gaan werken.
Maar pas echt handig bleek het toen hij had bedacht dat hij toch maar door moest breken in de muziek.
Hij landde in de tuin van countryzanger Johnny Cash – en gaf hem een tape met enkele van zijn nummers. Later zou Kristofferson het incident omschrijven als ‘een soort inbreuk op de privacy die ik niet zou aanbevelen’. Maar Cash was overtuigd. Hij nam Kristoffersons Sunday Mornin’ Comin’ Down op, dat in 1969 al zonder groot succes was opgenomen door Ray Stevens. De versie van Cash daarentegen kwam het jaar daarop in de VS op nummer 1 in de country-hitlijst.
Kristoffersons leven had vóór het helikopterincident al iets jongensboekachtigs. Hij wilde schrijver worden, studeerde literatuur, en ging er zelfs voor naar Oxford, waar hij rock-’n-roll zong. In Nashville, hoofdstad van de country, werkte hij als barman en conciërge bij de Columbia Recording Studios. Dicht bij het vuur wist hij steeds meer artiesten zijn nummers te laten zingen.
Tal van grote namen zouden volgen: Sammi Smith, Elvis Presley, Gladys Knight, Mariah Carey, allemaal namen ze Kristoffersongs op. In 1979 zou Willie Nelson een heel coveralbum aan hem wijden. Zelf deelde hij het podium met Barbra Streisand en Dolly Parton. Maar het sterkst wordt hij nog altijd geassocieerd met Janis Joplin, met wie hij datete en die zijn Me and Bobby McGee opnam. Het werd een hit na haar dood op 27-jarige leeftijd in 1970.
Als liedjesschrijver toonde hij zich kwetsbaar, als zanger – type ‘what you see is what you get’ – authentiek, zoals hij zich ook toonde op het witte doek.
In 1971 maakte hij zijn acteerdebuut in The Last Movie van Easy Rider-ster Dennis Hopper. Het was een film over Hollywood zelf, met een tamelijk ontspoorde acteur-regisseur die vast van plan was om van de titel van zijn film een profetie te maken. Het was wellicht niet een veelbelovende start voor een aanstormende acteur, maar het maakte duidelijk dat Kristofferson niet alleen overtuigde in Cinemascope, maar dat hij ook precies de rauwe authenticiteit bood die het in het nieuwe Hollywood bijzonder goed deed.
Kristoffersen groeide in het begin van de jaren zeventig, op de top van deze nieuwe golf in Hollywood, uit tot een van de meest gevraagde acteurs van het moment. Hij speelde in drie films van Sam Peckinpah, waar zijn rol als Billy the Kid in de klassieke western Pat Garrett & Billy the Kid misschien zijn beste optreden was. Hij stond niet alleen tegenover actie-ster James Coburn, maar kwam op de set ook Bob Dylan tegen.
In 1974 was hij te zien in Alice Doesn’t Live Here Anymore van Martin Scorsese. Het hoogtepunt van zijn carrière in Hollywood moet de remake van A Star is Born (1976) zijn geweest, de rol die later door Bradley Cooper (2018) zou worden gespeeld. De ‘ster’ uit de titel werd gespeeld door Barbra Streisand en de rol als haar ontdekker leverde Kristofferson zijn enige grote filmprijs op, als ‘beste acteur in een musical’.
Hij sloot zijn succesvolle acteer-decennium af met een grote rol in Heaven’s Gate van Michael Cimino (1980). Het bleek een van de grootste flops uit de geschiedenis van Hollywood te zijn, die het bankroet van de filmstudio veroorzaakte. En al kreeg de film later een onmiskenbare cultstatus, Kristofferson was voorlopig van zijn voetstuk als toonaangevend acteur gevallen.
Hij bleef rollen aannemen met incidenteel succes, wellicht geholpen door zijn blijvende status als countryheld. In 2021 ging hij met pensioen. Volgens zijn familie is hij zaterdag vredig thuis op het Hawaiiaanse eiland Maui overleden. Hij trouwde drie keer en kreeg acht kinderen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant