Home

Korting op wegenbelasting elektrische auto verdwijnt sneller na ambtelijke rekenfout

Elektrische rijders krijgen tot 2030 veel minder belastingvoordeel dan het vorige kabinet hun heeft voorgespiegeld. Door een ambtelijke rekenfout vallen de kosten voor de schatkist 1,5 miljard euro hoger uit dan geraamd. Het nieuwe kabinet heeft de fiscale korting daarom verlaagd.

Het ministerie van Financiën bevestigt dit maandag nadat De Telegraaf over de rekenblunder had gepubliceerd. Eigenaren van een elektrische auto’s betalen nu geen wegenbelasting, maar daar komt volgend jaar een einde aan. Deze belastingvrijstelling is op den duur niet vol te houden, omdat de overheid ernaar streeft dat uiteindelijk elke automobilist overstapt op een accu-auto. Dit is noodzakelijk om het Europese klimaatdoel van netto nul procent CO2-uitstoot in 2050 te halen.

Maar als iedereen belastingvrij rijdt, verliest de overheid jaarlijks 5 miljard euro aan wegenbelastinginkomsten. Vandaar dat een eerder kabinet besloot de belastingkorting af te bouwen. In eerste instantie zou dat nog vrij abrupt gebeuren: in het overgangsjaar 2025 zouden elektrische rijders 25 procent van het ‘normale’ belastingtarief gaan betalen en vanaf 2026 de volle mep.

Over de auteur
Yvonne Hofs is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën, economische zaken en landbouw, natuur en visserij.

Alles over politiek vindt u hier.

Het vierde kabinet-Rutte besloot dit voorjaar de afbouw van het belastingvoordeel geleidelijker te laten verlopen, uit vrees dat de groei van duurzaam autorijden anders te veel zou stagneren. Het demissionaire kabinet wilde belastingkorting stapsgewijs verlagen van 75 procent (2025), 40 procent (2026-2028), 35 procent (2029) naar 30 procent in 2030. Vanaf 2031 zouden accurijders dan evenveel belasting betalen als eigenaren van een auto met verbrandingsmotor.

Tijdens de voorbereidingen voor Prinsjesdag ontdekte het ministerie van Financiën dat het de kosten van de afbouwregeling verkeerd berekend had. Het gaat om een onderschatting van 1,5 miljard euro. Dit begrotingsgat moest het nieuwe kabinet vóór Prinsjesdag repareren.

Twee missers

De rekenfout van dit voorjaar heeft twee oorzaken. Ten eerste zijn elektrische auto’s vanwege de accu gemiddeld een stuk zwaarder dan fossiele auto’s. De hoogte van de motorrijtuigenbelasting is gerelateerd aan het gewicht van het voertuig, dus elektrische rijders betalen gemiddeld meer dan andere autobezitters als ze geen belastingkorting krijgen.

Maar de ambtenaren gingen in hun eerste kostenberekening uit van het gemiddelde (lagere) gewicht van personenauto’s met verbrandingsmotor, in plaats van het meergewicht van elektrische auto’s in hun berekening mee te nemen.

De tweede misser is dat het ministerie de groei van het aantal elektrische auto’s flink heeft onderschat. Op basis van recente verkoopcijfers en bijgestelde prognoses rijden er in 2030 maar liefst 600 duizend accu-auto’s méér in Nederland rond dan het vorige kabinet dit voorjaar verwachtte. Er zullen dus meer automobilisten dan eerder berekend aanspraak maken op het fiscale voordeel en bovendien voor een hoger bedrag, omdat ze in relatief zware auto’s rijden.

Te lage korting

Om de financiële tegenvaller van 1,5 miljard euro op te vangen, versobert het nieuwe kabinet het fiscale voordeel fors. Volgend jaar daalt de korting zoals gepland naar 75 procent, maar vanaf 2026 is dat voordeel nog maar 25 procent en dat blijft zo tot en met 2029. In 2030 vervalt het belastingvoordeel helemaal en betalen elektrische en fossiele automobilisten hetzelfde tarief.

Uit notities bij de Miljoenennota blijkt trouwens dat ambtenaren het kabinet adviseerden het fiscale voordeel niet naar 25 procent te verlagen, omdat die korting te laag is om elektrisch rijden aantrekkelijk te maken.

Elektrische auto’s vallen vanwege hun zware accu gemiddeld in een hogere gewichtsklasse. Daardoor is de motorrijtuigenbelasting voor deze voertuigen gemiddeld hoger. Een korting van 25 procent is te laag om dat nadeel te compenseren, waardoor de meeste elektrische rijders vanaf 2026 duurder uit zijn dan fossiele rijders.

Die beleidskeuze leidt tot meer broeikasguitstoot en staat dus haaks op de noodzaak klimaatdoelen te halen. In de ambtelijke notitie wordt ook een alternatief aangedragen: het fiscale voordeel voor elektrische rijders beperken tot 30 procent in combinatie met een algemene tariefsverhoging van de wegenbelasting met 4 procent voor àlle automobilisten.

Hiervoor is niet gekozen, dus blijkbaar wilde het rechtse kabinet fossiele rijders niet zwaarder belasten om elektrisch rijden voordeliger te maken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next