In Nederland leven ruim 900.000 mensen in armoede. Ervaringsdeskundige Marieke Groen (58) schreef Het verhaal van mijn schaarste, waarin ze uitlegt hoe haar armoedeval deels terug te leiden is naar haar opvoeding.
Weinig zo schadelijk voor je gevoel van eigenwaarde als langdurige armoede. Je bent niks want je verdient niks, wordt het mantra in je hoofd. In september werd schrijver Marieke Groen (58) weer eens met die funeste gedachtekronkel geconfronteerd toen ze uitgenodigd werd op een congres om te spreken over armoede.
Groen was net te gast geweest bij het tv-programma Tijd voor MAX om te praten over haar nieuwe boek Het verhaal van mijn schaarste, een non-fictie werk over het structureel gebrek aan geld in haar leven en hoe dat haar geest en lichaam ondermijnde. Een financieel adviesbureau zag in het tv-optreden aanleiding om haar als spreker uit te nodigen.
Over de auteur
Hassan Bahara is media- en cultuurredacteur van de Volkskrant.
‘En toen vroeg dat bureau wat ik wilde verdienen’, zegt Groen op een donderdagmiddag in haar smaakvol ingerichte appartement – veel vintage meubels – in het Amstelgebied in Amsterdam. ‘Moet ik 500 euro vragen? Nee, dat betalen ze nooit, dacht ik. 400 euro dan? Of wat als ik er 375 euro van maak, dan lijkt het misschien niet zoveel. En zo maakte ik mijzelf steeds veel kleiner. Ik ben nog steeds bang dat iemand mij niet wil als ik een fatsoenlijk honorarium vraag.’
Wat heb je uiteindelijk gedaan?
‘Ik belde een vriendin die meer ervaring met dit soort dingen heeft. Die adviseerde mij gewoon 1000 euro te vragen. Ze zei: kijk naar wat het kost aan voorbereiding, daar mag heus wat tegenover staan. Uiteindelijk volgde ik haar advies op’
En toen?
(Lachend:) ‘Toen hoorde ik niks meer van het adviesbureau. Maar ja, dat is het risico, dat snap ik wel.’
Groen werd niet arm geboren (waarover later meer), maar als tiener en twintiger werd haar leven wel gekenmerkt door een schaarste aan van alles. Schaarste aan carrière- en woonmogelijkheden, aan een fatsoenlijk inkomen. Groen sprokkelde haar huisraad uit afdankertjes bij elkaar en woonde in bouwvallige appartementjes in onveilige wijken.
Later als schrijver – ze debuteerde in 1999 met de verhalenbundel Net als Barbapapa – wachtte een sappelend bestaan als zzp’er. Terwijl haar collega’s met schijnbaar gemak de ene na de andere riant betaalde schrijfklus wisten binnen te hengelen, hield Groen maar net het hoofd boven water. Chronische migraine, die haar twee à drie dagen per week in bed hield, maakte een bloeiende carrière definitief onmogelijk.
Zeven jaar geleden bereikte Groen door de combinatie van ziekte en geringe inkomsten financieel de bodem. Om niet te verdrinken in de schulden zette ze haar halve huisraad op Marktplaats. Uiteindelijk restte haar weinig anders dan het aanvragen van een bijstandsuitkering bij de gemeente.
‘Mevrouw, hoe kunt u hier in hemelsnaam van leven?’, vraagt een verbouwereerde gemeenteambtenaar na een blik te hebben geworpen op Groens financiële administratie.
Deze onverbiddelijke confrontatie met haar financieel precaire situatie, beschreven in de proloog van Het verhaal van mijn schaarste, zet Groen aan het denken. Lang kon ze zich iemand met een interessant beroep in de culturele sector wanen; geen vetpot wellicht, maar wel werk dat voldoening geeft. De waarheid is echter dat Groen nauwelijks boven het bestaansminimum uitkomt en hooguit een fooi krijgt betaald voor haar interessante werk.
In Het verhaal van mijn schaarste probeert ze uit te zoeken hoe ze in deze situatie van structurele armoede terecht is gekomen, hoe dat samenhangt met haar kwakkelende gezondheid en de verwrongen kijk die ze heeft op haar lichaam, als altijd te dik.
‘Als je in armoede zit, kun je alleen naar het moment kijken. Je hebt geen overzicht. In mijn geval kwam daar ook nog eens bij dat ik minstens twee à drie dagen per week ziek was. Als gevolg daarvan kon ik geen al te zware klussen aannemen, of klussen met een heel krappe deadline. Daardoor was ik constant aan het jongleren. Ik had te weinig tijd, daardoor te weinig werk, en daardoor weer te weinig geld, en door de stress die dat opleverde, werd ik nog zieker.’
Je koos een vak waar het geld niet voor oprapen ligt. Heb je nooit overwogen om iets anders te gaan doen?
‘Nu denk ik weleens: misschien had ik het over een andere boeg moeten gooien. Maar dit is ook een kenmerk van armoede en schaarste: als je er middenin zit, dan kun je niet vooruitkijken. Je kunt geen afstand nemen van de situatie waarin je zit en alles overzien. Ik was alleen maar bezig met gaten vullen, met deadlines halen.
‘Door de armoede ging ik ook rare dingen doen. Ik deel heel veel mee aan prijsvragen, in de hoop dat ik een auto zou winnen of zo. Dan zouden mijn problemen in een keer voorbij zijn, dacht ik. Ik kon daar dagen zoet mee zijn. Later las ik dat veel mensen in armoede dit doen, en loten kopen bijvoorbeeld.’
En ooit iets gewonnen?
(Lachend): ‘Nee, nooit! Niks!’
Via persoonlijke anekdotiek probeert Groen in Het verhaal van mijn schaarste te beschrijven wat het betekent om in de kelder van de maatschappelijke pikorde terecht te komen. Het is er vernedering troef, met name door uitkeringsinstanties die iedereen die aanklopt als een halve fraudeur bejegenen.
‘Toen ik mijn bijstandsuitkering aanvroeg, moest ik een voorlichtingsbijeenkomst bijwonen, waarin vooral werd verteld wat je plichten zijn. Echt shocking vond ik die bijeenkomst. Het voorlichterstype sprak tegen ons alsof we een stel kleuters waren. ‘Als u een drankprobleem heeft, dan verwachten we wel dat u naar de Jellinek gaat’, zei diegene. ‘Als uw baard te lang is, dan verwachten we wel dat u die korter knipt.’
‘Ik werd meteen woedend en dacht: dit wordt nooit aan rijke mensen gevraagd. Rijke mensen mogen gewoon een drankprobleem hebben, niemand die zich daarmee bemoeit. Ik voelde mij zo klein worden bij die bijeenkomst. Supervernederend.’
Aan deze martelgang kwam voor Groen enigszins een einde toen ze vanwege haar chronische migraine arbeidsongeschikt werd verklaard. Wel een uitkering, maar geen sollicitatieplicht meer. De relatieve financiële stabiliteit bracht haar voor het eerst in jaren wat rust. Plots had ze ook minder last van migraine-aanvallen.
Groen was voor het eerst in lange tijd in staat om haar situatie goed te overzien en dieper te graven naar de oorzaken van haar armlastige situatie. Die zoektocht leidde naar haar jeugd, doorgebracht in Amstelveen in relatieve welstand, met twee ouders die werkzaam waren in het onderwijs en een broer en zus die, in tegenstelling tot Groen, veel aan sport deden. Het was een gezin van drie vakanties per jaar, veel oog voor persoonlijke gezondheid en hygiëne, en drie gezonde maaltijden per dag.
En toch was het ook een gezin waar een beklemmende gevoelsarmoede heerste. Liefdevolle aanmoedigingen waren schaars. Vader was een latent agressieve aanwezigheid. Moeder, zelf lijdend aan een eetstoornis, had altijd wel een kleinerende opmerking klaar over Groens lichaam.
Groen tekent in haar boek een rechte lijn van haar jeugd naar de structurele armoede waar ze zich later in bevond.
‘In mijn boek geef ik aan: als je in je jeugd een vorm van schaarste hebt gekend, dan liggen andere vormen van schaarste altijd op de loer. In mijn geval ging het om een liefdeloos gezin. Daardoor ontwikkelde ik een minderwaardigheidscomplex en doordat ik mijzelf niks waard vond, dacht ik armoede te verdienen, dacht ik de slecht betaalde schrijfklussen te verdienen, en kwam het niet in me op om meer geld te vragen voor mijn werk.’
En hoe houdt schaarste aan liefde in je jeugd verband met je lichaam?
‘Bij ons thuis werd erg neergekeken op dikke mensen. Daardoor dacht ik: dikke mensen zijn lui, ze zijn slecht, ze zijn eigenlijk te veel. Ik leerde: als vrouw moet je dun zijn, je moet jezelf zo klein mogelijk maken, niet te veel praten, geen al te sterke mening hebben.
‘Ik ben vanaf mijn twaalfde af en aan altijd aan de lijn geweest, heb mezelf altijd te dik gevonden. Nu pas zie ik op foto’s van mezelf als twintiger of dertiger dat ik helemaal niet dik was. Het zat alleen in mijn hoofd. Ik ken veel vrouwen die net zo naar zichzelf kijken. Je komt er nauwelijks uit en het verergert de psychisch kwetsbare situatie waarin je zit.’
In volledig veilige financiële wateren bevindt Groen zich nog niet. Een onverwachte uitgave kan haar nog altijd aan het wankelen brengen. Wel is ze – dankzij de rust en het overzicht die een bijstandsuitkering bracht – inmiddels in staat om zelfs een beetje te sparen. En sinds ze nieuwe medicatie slikt, zijn haar migraineaanvallen teruggebracht van twaalf per maand naar slechts twee.
Door deze veranderde omstandigheden was Groen voor het eerst in jaren weer in staat om zich aan het schrijven van een boek te zetten.
‘Ik heb eindelijk weer ruimte om te werken. Dankzij de rust en de medicatie was ik het afgelopen jaar zelfs in staat om vier uur per dag achter de computer te zitten. Dat was echt nieuw voor mij. Als het zo doorgaat, dan kan ik misschien mijn uitkering opzeggen, of in ieder geval deels.’
Een dag na het interview appt Groen goed nieuws. Het financieel adviesbureau is akkoord gegaan met een gage van 1000 euro.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant