Scholen met een groot lerarentekort stappen geregeld over op een vierdaagse lesweek. Daar geven ze liever geen ruchtbaarheid aan. In tegenstelling tot De Droomspiegel in Almere: daar zien ze de nieuwe opzet juist als een verrijking.
Vol ongeloof kijkt de 6-jarige Arush naar de ballon in zijn handen. Zojuist heeft hij die nog hard op en neer gewreven tegen zijn Dragon Ball Z-shirt, nu kleven er peperkorrels aan de onderkant. Maar de zoutkorrels liggen nog altijd roerloos in de grijze bak voor hem op tafel.
‘Weet je waarom dit gebeurt?’, vraagt docent René van de Kamp (56), die vandaag techniekles geeft op basisschool De Droomspiegel in Almere. ‘Omdat peper lichter is’, antwoordt Arush, nog altijd zichtbaar onder de indruk. ‘Heel goed’, prijst Van de Kamp hem, terwijl op de achtergrond met een harde knal een ballon sneuvelt.
Dat de kinderen uit groep 4 vandaag techniekles krijgen in plaats van rekenen of taal, is uit nood geboren. De Droomspiegel is een van de scholen waar het lerarentekort zo hoog is opgelopen dat de directie vorig jaar oktober noodgedwongen overschakelde op een vierdaagse lesweek.
Kinderen krijgen sindsdien nog maar vier dagen per week les van een bevoegde leerkracht. Voor de vijfde dag is er een alternatief programma opgezet, dat de ‘cultuurdag’ is gedoopt. De focus ligt op muziek, dans en dus techniek. Of de kinderen dat erg vinden? ‘Néééé!’, zegt Brandon (7), die de ballon van Arush heeft overgenomen. ‘Ik vind techniek veertien keer leuker dan rekenen.’
Over de auteur
Irene de Zwaan is nieuwsverslaggever van de Volkskrant, met als specialisme onderwijs.
De vierdaagse lesweek rukt op, al weet niemand precies hoe wijdverbreid het fenomeen is. Experts uit het onderwijsveld die de Volkskrant voor dit verhaal sprak, zeggen stuk voor stuk dat het ‘zeer geregeld’ voorkomt. De verkorte lesweek is voor scholen ‘een laatste redmiddel’, zeggen zij, nadat alle andere opties zijn opgedroogd. Denk daarbij aan het verdelen van de kinderen over de klassen of het inzetten van onbevoegden.
Om een beter beeld te krijgen van de omvang van de vierdaagse lesweek, zette de Volkskrant een enquête uit onder basisscholen. De respons was mager: slechts tien scholen lieten weten een vierdaagse lesweek te hebben ingevoerd, of dit te overwegen.
Scholen hangen niet aan de grote klok dat ze een lesdag inleveren, uit angst dat nieuwe ouders liever voor een andere school kiezen. Bovendien: het mag niet. De wet geeft basisscholen de ruimte om zeven keer per jaar een vierdaagse lesweek in te plannen, in de vorm van een studiedag voor leerkrachten. Gebeurt het vaker, dan is een school in overtreding en kan die een boete krijgen.
In de praktijk is de Onderwijsinspectie, die toezicht houdt op scholen, mild. ‘We kunnen niet het onmogelijke vragen van scholen’, zegt woordvoerder Daan Jansen. ‘We maken er pas een punt van als we zien dat scholen er niet alles aan doen om de situatie te keren.’
De Onderwijsinspectie weet niet hoeveel scholen zijn overgestapt op de vierdaagse lesweek. Omdat het wettelijk niet is toegestaan, hoeven scholen dit niet te melden. In zekere zin wordt het dus gedoogd.
De toelichting van de schooldirecteuren die meededen aan de Volkskrant-enquête, geeft een inkijkje in de tal van variaties die binnen deze noodgreep mogelijk zijn. Zo kiest de ene school voor een vierdaagse schoolweek, waarbij de kinderen op de vijfde dag naar huis worden gestuurd. Ouders moeten eventuele opvang zelf bekostigen. De andere school schakelt over op een vierdaagse lesweek en zet voor de vijfde dag een alternatief programma op.
Ook maken ze onderscheid in groepen: een school uit Hoogezand laat de kleuters een extra dag thuis; die zijn immers nog niet leerplichtig. Een school in Amsterdam geeft juist de voorkeur aan het naar huis sturen van de bovenbouwers, omdat die in staat zijn zelfstandig te werken. Bijna alle scholen merken op dat ze in de vier overgebleven lesdagen meer aandacht besteden aan basisvaardigheden zoals rekenen, spellen en lezen.
‘We kwamen voor de keuze te staan: óf vier dagen goed onderwijs bieden óf vijf dagen een soort opvang zijn’, zegt Rob Thuijls, bestuurder van een stichting waar bassischool Kom.Mijn in het Limburgse Belfeld onder valt. Op deze school was eind vorig jaar door een combinatie van vertrekkende leerkrachten en hoog ziekteverzuim tijdelijk sprake van een vierdaagse lesweek. Thuijls: ‘We waren gedwongen om af te schalen.’
Inmiddels is het tekort opgelost, maar Thuijls sluit niet uit dat hij nog eens voor dezelfde afweging komt te staan. ‘Met het huidige lerarentekort moeten we ons erop instellen dat we het scenario van een vierdaagse schoolweek in de toekomst vaker gaan meemaken. Het is absoluut geen mooi verhaal, maar het is wel de realiteit.’
Nergens in Nederland is het lerarentekort zo groot als in Almere: 23,8 procent van de vacatures in de stad blijft onvervuld. In Almere-Poort, de wijk waar De Droomspiegel staat, schommelt dit tekort zelfs rond de 40 procent.
Almere heeft veel concurrentie uit Amsterdam, waar leraren voorrang krijgen op de woningmarkt. Bovendien is Almere-Poort niet de makkelijkste wijk om als leraar aan de slag te gaan, vertelt directeur Hans van Hest in zijn eenvoudige kantoor met uitzicht op het schoolplein. Er is veel verborgen armoede, straatoverlast, de sociale cohesie ontbreekt. ‘Veel van de kinderen die naar De Droomspiegel gaan, groeien op in een eenoudergezin.’
In de zeven jaar dat Van Hest werkzaam is op de school, is er altijd een tekort geweest. Nooit eerder was dat zo nijpend als afgelopen schooljaar, toen er in korte tijd dertien leerkrachten hun vertrek aankondigden. ‘In sommige klassen kwamen kinderen drie, vier dagen thuis te zitten’, zegt hij. ‘Ze liepen onderwijsachterstand op.’
Andere klassen konden vijf dagen doordraaien – die hadden wél een leerkracht. ‘Ik kon die verschillen niet meer uitleggen aan mezelf, en ook niet aan de ouders’, zegt Van Hest. Hij nam daarom in oktober een rigoureus besluit: voortaan zouden alle kinderen vier dagen naar school gaan. Zo kon Van Hest de beschikbare leerkrachten eerlijk verdelen over de groepen.
De vijfde dag kwamen de leerlingen aanvankelijk thuis te zitten. Ouders reageerden verbouwereerd: ze moesten in allerijl opvang voor hun kinderen regelen.
Van Hest ging intussen koortsachtig op zoek naar manieren om alsnog een vijfde schooldag te realiseren. Hij nam contact op met de buitenschoolse opvang (bso) en bood medewerkers een duobaan aan: in de ochtend konden ze bij hem op school terecht, in de middag bij de bso. Hij huurde vakdocenten in die lessen verzorgden in muziek, dans en techniek. Ook verwelkomde hij zij-instromers, herintreders en onderwijsassistenten. Binnen zes weken konden alle kinderen weer vijf dagen naar school. Ouders waren opgelucht. ‘De vierdaagse lesweek bracht rust en continuïteit.’
Inmiddels staat de Droomspiegel er een stuk beter voor: door mond-tot-mondreclame hebben zich ongeveer net zoveel nieuwe docenten aangemeld als dat er vorig jaar vertrokken. Toch denkt Van Hest er niet over om terug te keren naar een ‘reguliere’ vijfdaagse lesweek. Wel wil hij de planning zo omgooien dat er een vijfdaagse schoolweek ontstaat: de aparte cultuurdag wordt dan opgedeeld over de hele week, zodat de lessen van het ondersteunende personeel in het vaste rooster een plek krijgen. Door zo meer flexibiliteit aan te brengen, zijn klassen weerbaarder tegen uitval, is de gedachte. Als iemand ziek is of afscheid neemt, kan een ander het overnemen.
De meeste docenten van De Droomspiegel zijn te spreken over de nieuwe opzet. Ze zien het als ‘een verrijking’ van het rooster. ‘Juist de kinderen die moeite hebben met leren, leven bij techniek helemaal op’, zegt Amber Maduro, die op de school werkzaam is als leraar Nederlands voor anderstaligen (NT2) en remedial teacher, waarbij ze extra aandacht besteedt aan leerlingen met bepaalde leer- of gedragsproblemen. ‘Ze kunnen daardoor hun talenten laten zien in de klas.’
Henri Boelen, die op vrijdag muziekles geeft aan diverse klassen, noemt de vierdaagse lesweek een slimme oplossing voor het lerarentekort. ‘Op deze manier gooi je er op de vijfde dag er nog wat cultuur in’, zegt hij. ‘Muziekonderwijs is goed voor kinderen.’ Grinnikend: ‘Zelfs de grootste pestkoppen gaan er helemaal in op.’
Even later trapt Boelen zijn les af met een lied over eigenwijs zijn. Op het digibord wordt een videoclip getoond met de tekst en bijbehorende dans. De kinderen doen eerst beschroomd mee, maar al snel worden hun stemmen luider. Zelfs de onderuitgezakte jongen achter in de klas staat uiteindelijk op van zijn stoel en stampt vol overgave mee op de maat van de muziek.
Niet alle medewerkers van De Droomspiegel zijn onverdeeld positief over de vierdaagse lesweek. Vooral onder voltijds leerkrachten klinkt gemor. Zo was Niels Philips (25), die vers van de pabo komt, onaangenaam verrast toen hij in eerste instantie op de cultuurdag werd ingeroosterd om kinderen naar de gymzaal te begeleiden. ‘Dat voelde heel tegennatuurlijk’, zegt hij. ‘We doen dit omdat we een lerarentekort hebben en ondertussen werd ik ingezet als loopjongen, terwijl ik gewoon beschikbaar was om les te geven.’
Nadat hij erover in gesprek was gegaan met de directie, mocht hij weer vijf dagen lesgeven. Hij heeft nu twee klassen onder zich: op de dag dat zijn eigen groep 5 een cultuurdag heeft, staat hij voor groep 6. Hoewel Philips blij is dat hij weer volop les kan geven, vindt hij de huidige situatie ook onrustig. ‘De kinderen zien soms wel vijf, zes mensen op een dag. Ik moet de dag erna eerst alle brandjes blussen voordat ik mijn lessen kan oppakken.’
De vraag of de vierdaagse schoolweek een oplossing biedt voor het lerarentekort, leidt tot discussie in het onderwijsveld. Voorstanders wijzen op meer continuïteit in het rooster en een lagere werkdruk voor leraren. Bij een goede organisatie, beargumenteren zij, zou de onderwijskwaliteit er niet drastisch onder moeten lijden.
Onderwijseconoom Nienke Ruijs, verbonden aan de Universiteit Maastricht, betwijfelt dit. ‘In Nederland is er geen onderzoek naar gedaan’, zegt zij. ‘Maar uit een grootschalig Amerikaans onderzoek blijkt dat een vierdaagse schoolweek een negatieve impact heeft op onder meer de lees- en wiskundeprestaties van leerlingen.’
Een neveneffect is dat ouders, en dan met name moeders, minder gaan werken. In Amerika zagen onderzoekers de arbeidsparticipatie van vrouwen na invoering van de vierdaagse schoolweek teruglopen, omdat zij zich genoodzaakt voelen om hun kinderen thuis op te vangen.
De Amerikaanse onderzoekers zagen daarnaast met de invoering van een vierdaagse schoolweek een toename in problematisch gedrag, van met name middelbare scholieren. Die bewegen minder, drinken meer suikerhoudende dranken en roken meer marihuana.
Volgens Ruijs is de algehele conclusie die hieruit getrokken kan worden dat kinderen het beste af zijn als ze vijf dagen naar school gaan. Om dit met het huidige lerarentekort mogelijk te maken, pleit ze voor een aanpassing van de wettelijke urennorm voor leerlingen. ‘Dan ontstaat er ruimte om op een andere manier invulling te geven aan het lesprogramma’, zegt ze. ‘Bevoegde leraren kunnen dan worden ingezet voor basisvakken zoals rekenen en taal, kunstonderwijs kun je overlaten aan andere personeelsleden.’
Scholen in de vijf steden waar de tekorten het grootste zijn (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere) hebben nu al toestemming van het Rijk om maximaal 22 uur per maand aan onderwijstijd activiteiten te laten verzorgen door andere personeelsleden dan bevoegde leerkrachten – wat neerkomt op één dag in de week.
De schoolbesturen in deze steden hebben in 2020 noodplannen opgesteld, waarin staat hoe ze het personeelstekort het hoofd kunnen bieden. Almere zet bijvoorbeeld volop in op het aantrekken van zij-instromers. Het Rijk geeft hiervoor bekostiging. De noodplannen zijn onlangs met een jaar verlengd.
Wat als het daarna ophoudt? Directeur Hans van Hest haalt zijn schouders op. ‘Dan gaan we gewoon door.’ Hij is er heilig van overtuigd dat het lerarentekort de komende jaren niet wordt opgelost. ‘We kunnen heel lang blijven navelstaren’, zegt hij, ‘maar daar schiet niemand iets mee op.’ Vandaar dat hij zijn eigen koers vaart, desnoods tegen de regels in. ‘Als ik genoeg capaciteit bij elkaar kan scharrelen om een klas draaiende te houden, dan ga ik ervoor.’
Met medewerking van Xander van Uffelen en Pleun Lagerberg.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant